Toespraak bij de overdracht van 3 kerken op 22 april 2015

Welkom in de Jacobuskerk van Zeerijp. Namens onze gemeente Maarland mag ik u welkom heten voor de officiële overdracht van de Jacobuskerk, de Donatuskerk en de Mariakerk. En ook de kerkhoven van Oosterwijtwerd en Godlinze.

Zeerijp tekenen overdrachtsakte

Het is vandaag een trieste dag. Voor ons als gemeente althans. De zon schijnt, maar de harten van veel van onze gemeenteleden in Zeerijp, Leermens en ’t Zandt zijn vandaag vervuld met weemoed.     We zijn een beetje verdrietig, want het gaat ons aan het hart dat onze kerken, waar we trots op zijn, en waar veel vreugde en leed is gedeeld, na vandaag niet langer van ons zijn. In de geschiedenis van de gemeente Maarland is dit een ingrijpende gebeurtenis. Voor onze gemeente-leden zijn de kerken verweven met hun leven en het leven van hun families. Doop, rouw en trouw, maar ook de zondagse kerkgang en de inspiratie en saamhorigheid van de diverse geloofs-gemeenschappen was een groot en vanzelfsprekend deel van het leven. Feitelijk komt daar nog geen verandering in, gevoelsmatig wel. Ik sprak zondag na de dienst met een gemeentelid, die vertelde dat haar ouders hier zijn gedoopt, dat zijzelf hier is gedoopt, dat ze hier is getrouwd en dat ook haar kinderen hier zijn gedoopt. En gisteravond vertelde een gemeentelid mij dat hij het emotioneel niet aankan om er vandaag bij te zijn.    Dat dopen en trouwen kan allemaal na vandaag gelukkig nog steeds, maar toch …

Het zal misschien niet voor iedereen duidelijk zijn, maar ook de roerende goederen die in de kerken aanwezig zijn, worden vandaag overgedragen. Dus ook veel zaken, waar mensen misschien nog wel meer mee hebben dan met de gebouwen zelf.

Het is echter voor ons als gemeente Maarland onontkoombaar dat we onze kerken moeten overdragen. De kosten van het onderhoud waren al nauwelijks op te brengen in een krimpende gemeente. En daar komen nu de aardbevingen, en alles wat daarbij komt nog eens overheen. Maar niet alleen de kosten zijn het probleem.  Het werk van onze kerkrentmeesters is al lastig met het onderhoud van die vele monumentale gebouwen, en dreigt door dat alles boven hun petten te groeien.

Het is in onze situatie al moeilijk genoeg om mensen te vinden die in het kerkbestuur willen zitten. En als dat werk dan ook nog eens fors toeneemt door de druk van de financiële situatie en vooral door al die schadegevallen, en het overleg om dat tot een aanvaardbaar einde te brengen, dan mag het duidelijk zijn dat wij – vrijwilligers als we zijn – overbelast dreigen te raken.

We hebben deze kerkgebouwen in de 16 e eeuw overgedragen gekregen – of genomen … – van de Rooms Katholieke kerk, we hebben ze jarenlang gekoesterd en onderhouden, maar nu worden ze ons tot een haast ondraaglijke last.

Over de kerkgebouwen zelf zeg ik vandaag niks. We weten allemaal dat ze bijzonder zijn en dat ze – ondanks de aardbevingen – bewaard en behouden moeten blijven. Want Groningen is niets zonder al die prachtige kerkgebouwen ….

Dat alles neemt niet weg dat we als gemeente blij zijn met wat er in onze gemeente allemaal kan. We zijn gezegend met niet alleen bijzondere kerken en bijzondere orgels, maar ook met een groot aantal bijzondere gemeenteleden. Ik ben daar als preses van de kerkenraad trots op. We hebben een aantal zeer betrokken mensen die onze gemeente draaiend en vooral levend houden. Natuurlijk vooral bij de zondagse erediensten die we afwisselend in Zeerijp, Leermens, ’t Zandt en Loppersum houden. Maar ook op andere momenten. Als er een beroep wordt gedaan om iets te organiseren, is het heel vaak verrassend wat er allemaal aan creativiteit naar boven komt. Muzikanten en zangers van hoog niveau, kunstenaars in beeld en woord (waar ik ook onze predikant onder schaar). En ook op culinair gebied valt er dan veel te genieten in onze kerken.

Eén van die muzikanten zult u aanstonds kunnen horen. Stef Tuinstra is weliswaar geen gemeente-lid meer, maar hij is hier als jonge organist op dit orgel zijn carrière begonnen en als ik voor mijzelf mag spreken, is het genieten als hij ’s zondag de kerkdienst begeleid.

Ik wil natuurlijk niks afdoen aan de boeken en publicaties die de Stichting Oude Groninger Kerken laat maken en uitgeeft, maar wij kunnen dat ook.    We hebben in onze gemeente ook archivarissen en schrijvers die na veel onderzoek ook onze kerken hebben beschreven. Er zijn inmiddels boeken over de Petrus&Pauluskerk en de Donatuskerk, over het Riepster licht van Zeerijp en er komt binnenkort ook een boek uit over de Mariakerk op ‘t Zandt. Over betrokkenheid gesproken.

U hebt denk ik in de afgelopen winter allemaal wel onze tentoonstelling Schatten van Maarland bezocht. Dat was het resultaat van een inventarisatie van niet alleen onze fraaie zilveren avondmaalsserviezen, maar ook van veel interessante archiefstukken, een aantal bijzondere roerende goederen en ook schilderijen van de acht kerken waar wij als gemeente gebruik van maken. Een woord van dank aan de Stichting Oude Groninger Kerken voor de bereidheid om daarbij ook hún eigendommen uit Eenum, Westeremden, Godlinze en Oosterwijtwerd te laten zien is dan ook op zijn plaats.

Die tentoonstelling was overigens een groot succes, met meer dan 1500 bezoekers. En ik hoop dat we ook na vandaag, al dat mooie zilver kunnen blijven laten zien, al of niet als we het gebruiken bij het avondmaal, dan wel in de Zilverkamer in Appingedam.

En ik zei het al, het is voor ons als gemeente een trieste dag.

Maar we zijn er gelukkig mee dat er een instantie is aan wie we onze kerken met een toch gerust hart kunnen overdragen. We hebben flink moeten sparen om de aanzienlijke bruidsschat te kunnen voldoen, en we vertrouwen er op dat de Stichting Oude Groninger Kerken onze kerken – zo blijf ik ze noemen – met zorg zal bewaren.

Wat dat betreft toch een verzoek. Tot voor kort konden we hier in de Jacobuskerk, vóór de kerkdienst om half tien luisteren naar de fraaie Van Wou-klokken in de toren. Omdat het regelmatig luiden niet langer veilig is,  lukt en mag dat niet meer. En dat is jammer. Ik hoop dat de Stichting middelen zoekt en vindt om dat toch weer mogelijk te maken.

En zo zijn er nog een aantal zaken die we in onze kerken graag zouden willen. Daarom hoop ik dat de Stichting Oude Groninger Kerken de kerken niet slechts van het allernoodzakelijste onderhoud gaat voorzien, maar dat ze ook naar mogelijkheden blijft zoeken om de kerken zó te behouden dat ze niet alleen als godshuis gebruikt kunnen worden, maar ook als trekpleister voor toeristen, muziek- en cultuur-liefhebbers.

Wij zullen ze als huurders netjes gebruiken en onderhouden, net zoals we al eeuwen hebben gedaan, en we rekenen er op dat we met onze huisbaas, onze kerkbaas zogezegd, in een goede relatie blijven om de kerken nog vele jaren te kunnen gebruiken.

Ik denk dat wát er in de toekomst ook met deze kerken nog zal gebeuren, voor het gevoel zullen het altijd onze kerken blijven.

Maarten Burggraaff