Petrus en Pauluskerk verbouwing 1832

Verleden jaar op 2 november is de Petrus en Pauluskerk na de renovatie weer in gebruik genomen met een feestelijke kerkdienst. Licht en ruimte was er volop zowel letterlijk als figuurlijk. Het verslag in de Groninger Kerkbode had dat treffend weergegeven in de openingszin:

…….Waar de hemel open gaat….. .

Ook in 1832 is de kerk na een herinrichting opnieuw in gebruik genomen en ik vond het aardig om het verslag daarvan in het Kerkblad op te nemen.

Hoe heel anders ging het toen. Een mooi beeld van die tijd.
Bertus Huizing.

Loppersum: de feestelijke ingebruikname op 9 december 1832
Uit: Boekzaal der geleerde wereld en tijdschrift voor de protestantsche kerken in het koningrijk der Nederlanden, 1832, p. 849 – 850.

Loppersum, den 9den December 1832. De sedert jaren verlangde verbetering van het inwendige van ons schoon en kunstig Kerkgebouw, is eindelijk in dezen zomer ondernomen en gelukkig afgeloopen. Na eenige maanden van het voorregt der openbare Godsdienstoefening aan deze plaats, verstoken te zijn geweest, mogten wij heden middag tot dat einde, ons Kerkgebouw wederom intreden en vonden hetzelfde in eenen schoonen en heerlijken Tempel herschapen. Onze Leeraar, de Wel Eerw. Heer T.F. UILKENS, lid van het Provinciaal Kerkbestuur van Groningen en Praeses van de Classis van Appingedam, maakte ons, met eene plegtige Leerrede over Ps. CXX.II:1a Ik verblijd mij in degenen enz. opmerkzaam op ons voorregt, dat deze zoo aanzienlijke verbetering zonder vreemde hulp en bijdragen der Gemeente, door het voorzigtig beleid der Heeren Kerkvoogden, zijnde Jonkheer HORA SICCAMA. van de Harkstede, S.P. TICHELAAR, Burgemeester der Gemeente Loppersum, en F.A. HOFMAN, geadsisteerd door eene Commissie uit het Collegie van Notabelen, de Heeren T.F. UILKES Pred. te Loppersum, M.P. WENNEGER, Notaris en H. KLEIN, onder het bouwkundig oog en de gedeeltelijke bewerking van den, in zijn vak zoo bekwamen P. KUIPERS, aan wiens kieschen smaak en kennis in orde en voegzame rangschikking, alle lof moet worden gegeven, was tot stand gebragt; terwijl dit schoon gebouw, op nieuw aan de dienst van God en onzen Heer en Zaligmaker JEZUS CHRISTUS, werd toegewijd. Dit alles geschiedde met afwisselend Koorgezang en dat der geheele Gemeente, terwijl de Heer J.E. BEELER, Griffier bij het vrederegt van het kanton Middelstum, zich wel wilde verledigen, deze plegtigheid te vereeren met een schoon en treffend orgelmuzijk, ten voordeele der armen, waarna onze Leeraar wederom ’s avonds te zes uur, bij eene schoone verlichting des geheelen Kerkgebouws, een plegtig biduur hield, ter vergoeding van den op den 2den dezer uitgeschreven biddag, welke alhier niet openlijk had kunnen gevierd worden; waarbij de belangen van het dierbaar Vaderland, van onzen geliefden Koning en van onze dappere Prinsen, nevens het geheele Nederlandsche leger, aan den Almagtigen werden opgedragen.

Dit alles is tot een genoegen van eene verbazende schaar toehoorders, waaronder vele Predikanten waren, afgeloopen, en deze feestviering geëindigd met eene aangename zamenkomst in de Consistoriekamer der kerk, onder afwisseling van de genietingen des levens en het zingen van Godsdienstige en Vaderlandsche liederen.