Pastoraat in een instabiel gebied

Dr Riet Bons-Storm

Pastoraat zou ik breed willen omschrijven als: toegespitste medemenselijkheid in Gods naam.

Pastoraat is compassie, open staan voor de ander, en daarbij is altijd empathie nodig. ‘Empathie’ betekent: je proberen te verplaatsen in de situatie van de ander en je voor te stellen hoe die ander zich voelt in die situatie. Maar empathie lukt nooit voor 100%, want de ander blijft ‘een ander’.

Empathie is méér dan alleen ‘luisteren’. Empathie is luisteren en soms dóórvragen, kijken naar lichaamstaal en vooral je verbeelding laten werken: hoe is het om in haar/zijn omstandigheden te leven?

In een pastoraal contact proberen we wat iemand beleeft in haar/zijn situatie – die altijd uniek is en die we pas na goed empathisch luisteren kunnen vermoeden – in gesprek te brengen met het goede bericht aangaande God en mensen. Ik zeg niet: het goede bericht aangaande God en mensen, het evangelie zoals het via de traditie tot ons is gekomen, zomaar toepassen op de unieke situatie van de ander. De traditie bestond uit het dóórgeven van het bericht door mensen, altijd in een bepaalde situatie. De wijze, waarop mensen in hun situatie, hun tijd, het evangelie hoorden en leefden, voegde steeds iets toe aan de traditie, beïnvloedde die in ieder geval. Het gaat er dus om, om samen uit te vinden wat het goede bericht aangaande God en mensen nu in deze speciale situatie van deze unieke mens wil zeggen.

We hebben het over pastoraat met mensen die de aardbevingen in Groningen, bijv. in Loppersum, beleven. Compassie en empathie begint met het luisteren naar het verhaal van de ander.

Het is 13 minuten over drie als ik wakker schrik van een luide knal. Na een seconde of 2 realiseer ik me dat we weer een aardbeving beleven. Mijn man is ook wakker. Ik ben angstig vanwege de harde knal en verder is het donker. We doen het licht aan, als de knal overgaat in gerommel. Luid gegrom, en het gegrom gaat over in bewegen. Het bed gaat heen en weer. Ik ben bang. “Dit is wel een sterke beving hoor”, roep ik. Dat het verder donker is buiten maakt het nog vervelender. Je ziet niks buiten. Wat is er verder nog gebeurd, buiten onze slaapkamer? Na een poosje is het over, stil zit ik op het rand van het bed. Wachtend op nog meer? Nee ik moet het eerst eens verwerken, zo’n aardbeving in het midden van de nacht.

We gaan na een poosje te hebben gepraat toch maar weer slapen, hopend dat het deze nacht niet weer gebeurt.

‘s Morgens op de radio volgen we de berichten over de beving: maar 3.00 op de Schaal van Richter. Het voelde veel erger.Dit maakt mij verdrietig; wetend dat de beving van 4 op de Schaal van Richter nog kan komen.

Dit verhaal gaat niet over scheuren enz. Dit gaat over mijn gevoel van veiligheid. Wetend dat het nog erger kan worden. Dit gaat niet over rinkelende glazen, maar over mijn gevoel van angst voor wat er nog komen gaat.

Deuren bewegen, ramen trillen, weer een scheur in de muren.

Elke NAM bestuurder zou dit eens moeten beleven, in het midden van de nacht uit je bed te worden getrild. Verdwaasd en richtinggevoel missend wakker worden, angstig afwachtend .

Zo zijn er veel persoonlijke verhalen. Wat daarin veel voorkomt is angst en onzekerheid. Een basaal gevoel van onveiligheid. Méér dan frustratie om scheuren in de muren. Dat ook, maar dat kan worden verholpen, al kost het formulieren invullen en wachten en dan met de rommel zitten. Er is zorg om economisch verlies: huis niet te verkopen, in ieder geval in waarde gedaald. Baanloosheid: wie wil nog in dit gebied investeren?

Het is niet juist om te stellen dat Groningers in het aardbevingsgebied zich slachtoffers voelen, die dus geholpen moeten worden, getroost en bemoedigd door goede woorden in een pastoraal contact. Dat is te simpel, dat zou hen tot objecten maken. Groningers willen vechten voor het behoud van hun waardevolle identiteit als Groningse Nederlanders, met evenveel mogelijkheden tot het goede leven als de rest van Nederland.

In de persoonlijke verhalen horen we vooral boosheid op de NAM, machteloze woede om de langdurige ontkenning en bagatellisering van het probleem door de politiek en door velen elders in Nederland. Sinds het begin om de commotie om de aardbevingen is die boosheid en machteloze woede doorgegaan door de niet-empathische instelling van minister Kamp, die aardbevingen als een ‘fact of life’ ziet, dus als iets dat nu eenmaal bij het leven hoort. De regering is het niet onverdeeld eens met minister Kamp, maar er worden nog geen maatregelen genomen die de Groningers gerust stellen.

Pas geleden kwam het nieuws dat minister Kamp toch de gaswinning drastisch wil terugdraaien. Maar… slechts voor een korte tijd. Het is dus geen principe besluit uit de overtuiging dat het nodig is voor mensen en gebouwen in Groningen dat de gaswinning vermindert. Dit besluit is afhankelijk, van wat??? Van hoeveel het de schatkist kost? Of is het een deel van een charme offensief van een regering waarin de partijen nu eenmaal uit zijn op stemmen bij de naderende verkiezingen? Ik vind deze maatregel van Kamp, hoe aardig ook op het eerste gezicht, een vernedering voor Groningers. Hun welbevinden, hun overleven wordt afhankelijk gesteld van iets anders: een doel dat belangrijker is: financieel, politiek gewin.

De angst en woede gaan over het verlies van waardering voor mensen die wonen in een prachtig stuk van Nederland, gebaseerd op een toch al heersend gevoel van ‘marginaal’ te zijn, letterlijk en figuurlijk. Ver van het centrum: ‘Den Haag’, de Randstad.

Het belangrijkste protest van Groningers is dat elke maatregel dweilen is, zonder de kraan dicht te willen doen. Er wordt wel gedweild, met draconische maatregelen: de scholen dicht, veel woningen diep ingrijpend verbouwd of afgebroken. Maar dat is dweilen.

Het komt inderdaad ten diepste neer op: aantasting van onze identiteit. Als hooghartig ervaren bagatellisering door de rest van Nederland en de landspolitiek van Nederlanders die wonen in het mooie wijde Groninger land.

De plaats waar je woont, waar je je thuis voelt, is een belangrijk aspect van je identiteit. Soms is dat de plaats van herkomst, altijd is het de plaats waar je je thuis voelt. Plaats hangt samen met territorium. Een territorium is het gebied waar je voelt en meent dat je er hoort, dat het bij je hoort, dat je er daarom méér zeggenschap over hebt dan mensen die buiten dit territorium vallen. Want die kennen niet het belang van het gebied, de emotionele waarde ervan. Territorium en identiteit hangen samen. Veel Groningers beleven dat ‘Den Haag’ hun ruimte, hun plaats, dorp, huis inneemt, met macht. Daarbij wordt door ‘Den Haag’ ook hun identiteit, gebagatelliseerd. Er zijn zelfs geluiden uit het Westen: waarom gaan die Groningers dan niet ergens anders wonen?

Die plaats nu, aspect van je identiteit, waar je je veilig wilt voelen, wordt instabiel, gaat schudden. Wie wel eens een aardbeving meegemaakt heeft weet dat die een uiterst de-stabiliserend gevoel geeft.

De meeste aard bevingen horen bij natuurgeweld, zoals een storm. Overal in de wereld werden deze levensbedreigende natuurverschijnselen aan de goden toegeschreven. Ook in de bijbel gaat het over aardbevingen, daar wordt God dan achter gezocht. Natuurgeweld werd gezien als verschijnsel van Gods macht, bijv. om mensen te straffen voor hun zonden of om mensen te overtuigen van Gods macht. Maar bij de aardbevingen in Groningen passen teksten over aardbevingen uit de bijbel niet, want deze Groningse bevingen zijn door mensen en hun beslissingen te weeg gebracht.

Natuurlijk dienen in pastoraat aan mensen in het aardbevingsgebied de basisprincipes van goed pastoraat in acht worden genomen

Er is compassie en poging tot empathie. Open luisteren naar verhalen. Met de gesprekspartner samen zoeken – expliciet en impliciet – naar wat God met deze persoonlijke situatie en ervaringen te maken zou kunnen hebben. Wat ‘zegt’ God hier? Hoe laat God zich voelen? Wat kan een pastor in naam van (een bepaalde voorstelling van) God hier inbrengen in de communicatie met de gesprekspartner? Dit hangt af van de voorstelling die ieder die pastoraal doet, dominee of leek, koestert van God en kan dus heel verschillend uitpakken. Troost? Maar hoe? Bemoediging? God is ook hierbij, ook in de zorg om de aardbevingen? Maar hoe is God erbij? Zowel degene die pastoraal werk doet, als de gesprekspartner, de bezochte bijvoorbeeld, moeten dit voor zichzelf overdenken, bewustmaken en voorzichtig inbrengen in de communicatie. Is er wederkerigheid? Is de overtuiging van degene, die de rol van pastor heeft, veranderbaar door ideeën over God van de gesprekspartner, die deze inbrengt in het gesprek? In hoeverre? Dat zijn onderwerpen die overdacht moeten worden.

Ik geef u, op grond van wat ik meemaak en hoor in Loppersum mijn idee, die ook alleen maar mijn ideeën zijn, en dus voor discussie vatbaar.

“De gaswinning moet doorgaan, want die is onmisbaar voorde economie. Daar is nu eenmaal niets aan te doen”, dat is de grondtoon van wat we horen vanuit de politiek, ook al is de gaswinning om welke reden dan ook voorlopig verminderd. Dit horend word ik geïnspireerd door het idee dat wij tegenwoordig leven met de God van de Markt. Dit is een God , waarin geloofd wordt, een God die achter de vrije markt staat en het verlangen naar de vermeerdering van bezit. Die God heeft vanzelfsprekende macht: het is nu eenmaal zo dat de wereldeconomie moet groeien en dat gebeurt door grote bedrijven te sponsoren en die hebben energie nodig. Het is nu eenmaal zo, want de God van de Markt wil het. Hij zegt dat we de opbrengsten uit fossiele grondstoffen nodig hebben om onze levensstandaard te behouden.

De principes van de markt economie staan haaks op het evangelie: de God van het evangelie respecteert niet de rijkdom, heeft niet meer respect voor een rijke dan voor een arme. De God van het evangelie is de God van de medemenselijkheid in gelijkwaardigheid en solidariteit, theologisch uitgedrukt in het concept van de incarnatie, God in en tussen ons mensen, handen en voeten gegeven in pastoraat. De pastorale compassie en het empathisch medeleven in Groningen impliceert dan:

-luisteren naar de individuele verhalen van allerlei mensen en die serieus nemen;

-attent zijn op de voorstelling die mensen – ook jijzelf – van God en van Gods relatie met hen en hun situatie hebben.

Maar vooral:

-bondgenoot worden in hun streven naar een stabiele woonplaats, die veilig is;

-openlijk solidair zijn in de protesten tegen de marginalisatie en de bagatellisering van de problemen in relatie tot het grote goed dat het gas voor Nederland geeft;

-ondersteunen en inspireren, spiritueel, maar ook politiek: hen staande houden in het grote spel van de machten.

samen zoeken, ook in de politiek, naar alternatieve manieren om aan energie te komen: gericht zijn op duurzaamheid met behoud van de natuur en het welbevinden van álle mensen.

Daarom is het heel terecht dat de Provinciale Raad van Kerken de Actiegroep Groninger Bodembeweging steunt en samen met hen bij het begin van het Kamerdebat van 12 februari de noodklok luidde. Dus pastoraat in een instabiel gebied verschilt niet van ‘gewoon’ pastoraat: solidair meeleven met mensen in Gods naam, om leven in gerechtigheid voor állen te bevorderen.