Onder de toren 3

In februari heb ik een tweedaagse nascholing gevolgd over de theoloog Peter Rollins, die wel de nieuwe Bonhoeffer wordt genoemd. Rollins werkt een aantal gedachten van Bonhoeffer uit, gedachten die Bonhoeffer in 1944 in zijn gevangenisbrieven opschrijft. Die brieven zijn later gebundeld tot het boek Verzet en overgave. Eén van de gedachten van Bonhoeffer is uitgangspunt geworden van een boek van Rollins: “De vraag van Paulus of besnijdenis een voorwaarde is voor rechtvaardiging, betekent volgens mij voor deze tijd of religie een voorwaarde is voor het heil.”

Geïnspireerd door dit uitgangspunt probeert Rollins een vorm van christelijk geloven te beschrijven zonder religie. Maar niet alleen beschrijft hij dit, hij beoefent het ook in zijn kerkelijke gemeenschap in Belfast.

Of het hem lukt om te geloven zonder religie, dat betwijfel ik. Dat hangt ook van de vraag af wat je onder religie verstaat. Maar ik herken mij zeker in  Rollins verlangen om geloven dicht bij de aarde te houden. Dat zie je bijvoorbeeld aan hoe hij over de opstanding van Jezus schrijft: leven vanuit de opstanding is niet een of ander wegleven (van de ervaring) van dood en vergeefsheid die je vindt in de kruisiging, maar het is een manier van leven middenin dood en vergeefsheid  en echt het leven omhelzen.

Die visie lees ik terug in het Bijbelverhaal over Thomas en de betekenis van de wonden van Jezus. En ik hoor ‘m terug in de opmerking van Bonhoeffer dat het geloof in de opstanding niet het antwoord is op het probleem dood.

domie Tjalling