Onder de toren 2-2018

Onder de toren

Als u / je dit leest, is de Veertigdagentijd alweer begonnen.

Ik vind het mooi dat de diaconie elk jaar een maaltijd organiseert aan het einde van de carnaval, hoe weinig carnaval de meesten van ons ook vieren. Het markeert de overgang naar een andere tijd, een tijd van inkeer en bezinning.

Het Askruisje op Aswoensdag markeert die andere tijd letterlijk en lijfelijk. Het doet mij realiseren dat mijn leven meer is dan de bubbel waarin ik vaak leef. Het voedt mijn verlangen om mij te voeden met voedsel voor de ziel.

Om mijzelf te voeden, kan het goed zijn om wat gebruikelijk voedsel te laten staan: alcohol of snoep, televisiezappen of internetsurfen of wat ook maar. Discipline daarin kan mij helpen om vrijheid te krijgen, en vrijheid kan mij de ruimte geven om mijn ziel te voeden met iets dat mij ten diepste kan raken.

Het lezen van de verhalen over het lijden van Jezus kan mij gevoelig maken voor het lijden van een ander en ook voor dat van mijzelf – mijn lijdende ik. Niet om mijzelf te verheerlijken met het etiket slachtoffer, maar om mijzelf echt onder ogen te komen. Van daaruit kan ik verder gaan. In het vertrouwen dat ten diepste de Eeuwige zich heeft verbonden met mij en ook met al die anderen. In hen kan ik iets van het Geheim van het leven op het spoor komen.

domie Tjalling