Onder de toren 14

De terreur in Parijs en Beiroet en de dreiging daarvan in Brussel, het heeft veel indruk op mij gemaakt. Bijna meteen kwam er reactie van iemand uit onze kerkenraad: het moet nu niet zo zijn dat we opeens aan moslims gaan vragen om afstand hiervan te nemen. Alsof zij dit willen, alsof dit bij hun geloof hoort.

Tegelijk waren er moslims die uit zichzelf reageerden. Ik las een reactie op internet, die een inzicht geeft over hoe radicalisering werkt maar ook deradicalisering. Een treffend verhaal, vond ik het. hier een paar gedeeltes uit de reactie:

‘Ik ben Mahmoud Tighadouini. Een Nederlander van Marokkaanse komaf. Ik ben 30 jaar. Ik ben een eenvoudige moslim die zijn weg probeert te vinden in dit mooie land. Mijn hart treurt bij het zien van wat er in Parijs is gebeurd. Natuurlijk ben ik niet verantwoordelijk voor dat vreselijke geweld. Ik ben ook niet verplicht om mijn gevoelens te uiten, maar toch wil ik dat nu doen. Ik kan voortaan ontkennen dat ik moslim ben, maar ik kan ook mijzelf luid en duidelijk laten horen als moslim. Ik woon in Amsterdam. Ik heb verschillende studies genoten, van administratie tot beveiliging. Helaas ben ik een tijdje terug getroffen door de ziekte kanker (hodgkin). Dus mijn maatschappelijke carrière is daardoor wat gestagneerd.

Ik heb zelf ook de conservatieve stroming van de islam aangehangen. Het begon rond mijn achttiende. Ik kom uit een gezin met zes kinderen. Mijn ouders hebben hun best gedaan mij zo goed mogelijk op te voeden. Maar die bagage bleek veel te licht voor de samenleving waarin wij leven en daardoor voel je je niet volwaardig. Vooral als je jong bent wil je ergens bijhoren.
Ik heb thuis enkel wat basiskennis opgedaan over de islam en daar zit het gevaar in. Als je nog nat bent achter de oren, gefrustreerd, op zoek en je vervolgens gaat verdiepen in de islam dan kunnen ze je van alles wijs maken, omdat je fundament niet sterk genoeg is.

Op dat moment zoek je naar duidelijkheid en die duidelijkheid krijg je van de radicale stromingen. Die zeggen waar het op staat. Ze doen geen concessies en zijn niet voor rede vatbaar. Als jonge jongen is dat verleidelijk, maar het is niet de weg. De radicalen geven je ook het gevoel dat je erbij hoort, en dat is nou net waar je naar op zoek bent.

Toen ik in het ziekenhuis lag voor mijn chemokuur en ik twee chirurgen over mij hoorde praten, terwijl zij dachten dat ik sliep, bedacht ik ineens: ‘Deze mensen proberen mijn leven te redden. Waarom zou ik als moslim deze mensen, deze dokters verafschuwen, omdat zij iets anders geloven dan ik of misschien helemaal niet geloven? Waarom zou ik mijn geloof opdringen aan hen terwijl zij mij in vrijheid laten? Zij zagen een mens voor zich die geholpen moest worden en wat die persoon gelooft of denkt, was niet relevant voor hen.

Dankzij die artsen ben ik geen extremist meer.’ Tot zover Mahmoud Tighadouini.

ds Tjalling Huisman