Meditatie oktober 2017

MAALTIJD VAN DE HEER

Het vieren van het avondmaal heeft mij nooit veel gedaan. Ik vond het maar een wereldvreemde vertoning, tot die zondag in mijn nieuwe kerk in Amsterdam. In een kring staan we, voorin de kerk. Om mij heen zie ik een aantal al bekende gezichten, en een behoorlijke groep mensen van de straat: verslaafd, dakloos, illegaal. Het zit me niet lekker naast zo iemand te staan. Maar bijna op hetzelfde moment dat ik mijn tegenzin bespeur, word ik overvallen door een gevoel van verbondenheid. Opeens krijgen dat stukje brood en het slokje wijn zin, opeens ervaar ik iets van Jezus in het delen met al die mensen in de kring.

Een mooie naam voor avondmaal vind ik het: Maaltijd van de Heer. De Heer is Jezus. Het is niet de maaltijd van de kerk of de maaltijd van domie. Nee, er is er maar één gastheer.

Natuurlijk doet deze maaltijd denken aan de laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen. Maar ik moet ook altijd denken aan andere verhalen over Jezus die eet met mensen. Dat hij eet met die rotzak Zacheus, die zich dan bekeert. Dat hij eet bij een Farizeeër thuis en dan komt er een vrouw die in de stad bekend staat als zondares: Jezus’ voeten worden nat door haar tranen, zij droogt die met haar haren, ze kust ze en wrijft ze in met olie. Haar zonden worden haar door Jezus vergeven, want ze heeft veel liefde betoond. De Farizeeërs en de Schriftgeleerden mopperen: die man ontvangt zondaars en eet met hen!

Deze verhalen maken mij altijd bedachtzaam als ik de nodiging voor het delen van brood en druivensap uitspreek. Officieel kan alleen wie gedoopt is, deelnemen aan de Maaltijd van de Heer. Dat is de regel in onze kerk, en in de meeste kerken. Maar de verhalen over Jezus die eet met de mensen, zijn veel ruimhartiger. Dat brengt mij er toe om altijd ruimer uit te nodigen voor het avondmaal.

In de eerste Korintiërsbrief (11: 23 – 26) vind je het oudste bericht over de viering van het avondmaal. Uit het stuk kan je opmaken dat de eerste christelijke gemeente altijd brood en beker deelde als men samenkwam. Paulus schrijft:

Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieuit drinken, om mij te gedenken.’ Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt.

Het avondmaal is geen geschiedenisles, het is geen gebeuren uit het verleden dat we in herinnering roepen door er een toneelstukje van te maken. Natuurlijk herinnert het aan Jezus, maar het gaat over hier en nu. En het wijst vooruit naar de komst van Jezus, naar een wereld waarin er goed leven is voor iedereen.

Brood en beker, mijn lichaam en mijn bloed. Dat betekent dat met het brood en de beker, Jezus zelf aanwezig is. Zijn aanwezigheid kun je op vele manieren uitleggen en beschrijven. Maar één van de manieren waarop hij aanwezig is, is zeker dat je hem tegen kunt komen in de ander met wie je brood en beker deelt.

 

Voordat brood en beker rondgaan, wordt altijd het Onze Vader gebeden. Niet voor niets, het is het gebed van Jezus. Ik vind het een mooie gewoonte om elkaar daarbij een hand te geven. Dat betekent niet dat we elkaars vriend zijn. Nee, het kan zelfs betekenen dat je je vijand de hand geeft. De verslaafde naast wie ik ooit in de kerk van Amsterdam stond, kon mij net zo goed tijdens de koffie na de dienst bestelen; hij had nu eenmaal geld nodig voor zijn verslaving, de rotzak. Maar dat hand geven wijst vooruit, naar een wereld waarin we niet meer elkaars rotzak zijn.

 

Het gaat tijdens de Maaltijd van de Heer om de dood en het leven van Jezus. In leven en dood heeft hij zich aan ons en onze wereld verbonden. Volgens mij kun je daaraan zien wie God is: degene die op leven en dood met ons en onze wereld verbonden is. Vaak zie je daar niets van. Daarom vind ik het mooi als  – voordat brood en beker rondgaan – er voorbeden worden uitgesproken. Daarmee wordt de kring groter gemaakt: ook wie er niet is, wordt uitgenodigd mee te delen.

 

De vredegroet is voor mij een onmisbaar deel van de Maaltijd van de Heer. Je wenst mensen om je heen vrede, niet omdat je altijd vrede met hem of haar hebt. Het gaat om de vrede van Jezus of de vrede van Christus. Dat is iets dat boven onze positieve of negatieve gevoelens uit gaat, het is sterker dan onze slechte of goede bedoelingen. Het is meer dan wij ons kunnen voorstellen, meer dan wij kunnen bevatten. Maar we mogen er wel deel aan nemen.

Daarom vind ik de mooiste vorm om de Maaltijd van de Heer te vieren, de kring: je ziet elkaar staan, het zijn niet allemaal vriendinnen en vrienden in de kring. Maar je kunt beseffen dat in Christus, in Jezus er samenhang is: zin ondanks alle zinloosheid, vergeving ondanks boosheid en wrok, toekomst ondanks alle uitzichtloosheid.

ds Tjalling Huisman