Meditatie november 2017

Nu laat G’ uw knecht in vrede gaan

Nu laat G’ uw knecht in vrede gaan
naar uw wille.
Mijn hart heeft deze troost verstaan
zacht en stille,
want God heeft mij beloofd:
De dood zal als een slaap zijn.

Dit is het eerste vers van het lied “Mit Fried und Freud fahr ich dahin” van Maarten Luther in de vertaling van prof. J.P. Boendermaker. Het is Luthers versie van de lofzang van Simeon. Simeon wordt in Lucas 2 door de Geest naar de tempel toe gedreven. Hij had een Godsspraak ontvangen dat hij de Messias zou zien voordat hij zou sterven en dat woord gaat in vervulling als hij het kindje Jezus ziet met zijn ouders. Hij neemt het kind in de hand en dan volgt de lofzang van Simeon. Dat lied werd sinds de zevende of achtste eeuw dagelijks gezongen, dus niet alleen in de periode van kerst.

Luther kende het lied en was er aan gehecht. In zijn versie van het lied wordt duidelijk waarom het belangrijk voor hem is. Het gaat ook over de troost die het geloof biedt. Het geeft uitzicht over de dood heen naar het eeuwig leven dat God beloofd heeft. In een preek over het loflied van Simeon schrijft Luther dat Simeon het rijk van dit kind zag en alle wonderwerken en daden die dit kind zou verrichten en dat allemaal onbegrijpelijk en ongelofelijk was. Dat was volgens Luther de ware aard van het geloof dat je daar tegen alle begrip en verstand in op vertrouwt. Zo ziet het verstand en de natuur ook het eeuwig leven niet en toch vertrouwt de gelovige daarop op grond van Gods barmhartigheid. Dat is ook de boodschap van het lied en daarmee vol troost.

Dat is de troost die we op de laatste zondag van het kerkelijk jaar nodig hebben wanneer wij de namen noemen van hen die ons ontvallen zijn. Zij zijn niet aan de dood overgegeven, maar zijn aan God toevertrouwd die ons het eeuwig leven belooft.

Dat vertrouwen op Gods belofte dat zo centraal staat in dit lied, speelt ook een belangrijke rol in de periode die daarop volgt op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, namelijk advent. In deze periode zien wij uit in vertrouwen op de komst van God die ons zal verlossen van nood en dood.

In het kind Jezus ligt de vervulling van deze belofte al besloten, zo zegt Luther Simeon na. En zo gaat dit lied ook over kerstfeest en de blijdschap en licht die daarbij horen. Het slotvers maakt dat heel duidelijk als het gaat over licht, herderschap en vreugde.

Hij is het klaar en eeuwig licht
voor de heiden
zij vinden voor zijn aangezicht de goede weiden
Hij is uw volk Israël
tot eer en prijs en vreugde

De melodie en het ritme van het lied zijn niet zo geschikt voor gemeentezang. Ze versterken de boodschap van de tekst, maar het vereist wel oefening. Dat zal wel de reden zijn dat het niet in het liedboek is opgenomen. Toch is het een heel troostrijk lied en een waardevol onderdeel van de erfenis van de reformator.

Ds. Marco Roepers