Meditatie november 2016

Een psalm voor Advent

Advent is de donkere tijd van het jaar. De nachten zijn lang en de dagen zijn kort. Toch is het geen sombere tijd omdat  we naar kerst toe leven. Dan vieren we dat Jezus wordt geboren en met hem doet God zelf intrede  in deze wereld. In Advent kijken we uit naar dat feest. Het feest van de lichtjes en lampjes die de hoop levend houden op de grote dag dat God intrede doet in ons leven.

In de kerk hebben we veel adventsliederen. Advent is ook een tijd van zingen. Dat is ook weer niet verwonderlijk want juist zingen houdt de hoop levend, het helpt om te blijven geloven dat na de duisternis het licht zal overwinnen.

De psalmen zijn ook voor deze liederen een inspiratiebron gebleken. Zo zegt psalm 24 bijvoorbeeld:

Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,
verhef u, aloude ingangen:
de koning vol majesteit wil binnengaan.

Deze woorden worden bijvoorbeeld in gezang 435 (nieuwe Liedboek, zingen bidden in huis en kerk) of gezang 120 (oude liedboek voor de kerken) geciteerd  en niet voor niets, ook psalm 24 is een lied vol verwachting.

De psalm zingt van de verwachting van de komst van de Heer. De Heer zal komen en redden. Hij zal het kwaad bestrijden en de mensen die op zijn komst hopen recht verschaffen.

Maar als de Heer recht zal verschaffen, dan zullen bepaalde mensen ook te vrezen hebben. Daarom vraagt de psalm zich ook af wie voor de Heer kunnen verschijnen:

Wie mag staan op zijn heilige plaats?
Wie reine handen heeft en een zuiver hart,
zich niet inlaat met leugens
en niet bedrieglijk zweert.

Daarmee verwoordt de psalm de inkeer die ook bij Advent hoort. Ben ik al klaar om God te ontvangen? Een vorm van gewetensonderzoek om je voor te bereiden op de komst van God. Vaak zegt men dat met kerst Christus geboren wordt in ons hart en dat is ook wel waar. Het gaat erom  dat we zelf nieuw worden, nieuwe mensen die horen bij Gods toekomst. Maar de verwachting is ook breder. De psalm zet dan ook heel breed in:

Van de HEER is de aarde
en alles wat daar leeft,
de wereld en wie haar bewonen,

Het gaat uiteindelijk om heel de aarde: heel de wereld, om heel de cultuur. Het evangelie is te groot voor het gemoed alleen.

Alleen het eigen gemoed is al een hele strijd. Dat wij daarin klaar zijn om de Heer te ontvangen is een niet geringe opgave. Maar heel de cultuur lijkt haast onbegonnen werk en toch is dat waar het om gaat. Dat heel de aarde weer valt onder het recht van God. Dat daar vrede en gerechtigheid heersen. Dat het licht voor alle mensen schijnen mag.

Toch is dat de hoop die deze psalm uitdraagt. Dat Gods gerechtigheid eens definitief gevestigd zal zijn. Dat is de hoop van Advent. Met kerst vieren wij dat God daartoe beslissende stappen zet in de geboorte van Jezus.

 

Ds. Marco Roepers