Meditatie mei

Hemelvaart een vrolijk feest?

Rond Hemelvaart kan een wat trieste sfeer hangen. Het is het feest van het afscheid van Jezus, van de lichamelijke Jezus welteverstaan. De kerk, nu ja,niet alleen de kerk, de hele mensheid moet nu verder zonder dat hij er in vlees en bloed bij is. Dat werpt een soort van schaduw op deze christelijke hoogtijdag. Maar dan lied 665 in het liedboek. Dat lied heet “Om Christus’ wil zijn wij verblijd.” Blijdschap dus en het staat onder Hemelvaartsliederen. Hoe kan dat?

Dat heeft te maken met de insteek van dit lied van Ad den Besten. Laten we dit lied dan eens nader bekijken:

 Om Christus’ wil zijn wij verblijd.
Hij heeft in alle menselijkheid
– een zoon die naar zijn vader aardt –
God in het vlees geopenbaard.

 Jezus heeft God geopenbaard in al zijn menselijkheid. Dat woord “menselijkheid”. Dat betekent hier niet, niet alleen mededogen. Dat betekent het hier óók, het heeft hier meer betekenissen. Het betekent daarnaast ook als echt mens, volledig mens, 100% mens. Net zoals u en ik dat zijn, zo was Jezus ook mens. Hij was één van ons. En het is juist deze mens die God ons heeft leren kennen.

Met zijn Geest leeft hij nog steeds voort in mensen van vlees en bloed. Hij is nog steeds een van ons. Wij zijn nog steeds van dezelfde soort. Daarom leeft Hij voort in de Geest in ons mensen. Dat is de gedachte van vers 2. Tenminste zoals ik dat begrijp.

Loof Hem, die van de Geest ontving
voor altijd zijn rechtvaardiging,
de Geest, die Hem herleven doet
in mensen, menselijk vlees en bloed.

 In vers 4 zijn wij gezegend in Jezus. Omdat hij aanwezig is in het Woord. In de verkondiging van het evangelie leren wij hem kennen en komt Hij in ons bestaan. Hemelvaart is helemaal geen afscheid. Jezus blijft bij ons betrokken.

Maar is dat geen ontkenning van het element van afscheid van Jezus? Want hij is toch niet meer in vlees en bloed onder ons? Dat element komt in dit lied ook aan bod. In vers 3 wordt het verwoord.

Hij die, ontheven hemelhoog,
te stralend voor het sterflijk oog,
aan de engelen verschenen is
in ’t licht van zijn verrijzenis, –

Maar in vers 5 wordt daar de menselijkheid van Jezus in meegenomen. Jezus heeft zijn menselijkheid niet afgelegd. Dat “niet” is heel belangrijk. Hij is ook als verhoogde Heer volledig mens. Hij is in de hemel als mens met ons verbonden.  En vertegenwoordigt de mensheid bij God. En zo is hij de borg dat ons bestaan op de eeuwigheid is gericht. Zoals Jezus is, zo zullen wij zijn. Jezus is onze bestemming, voorbij dood en lijden. En dat werpt een nieuw licht op ons bestaan hier beneden. Wij zijn met Jezus verbonden en in hem verbonden met God en in hem verbonden met heel de mensheid. De mensheid is in Jezus bedoeld voor verbondenheid en eeuwigheid. Met Hemelvaart draagt Jezus de mensheid de hemel in. En dat is toch reden voor… feest!

Om Christus’ wil zijn wij verblijd,
die inging in Gods heerlijkheid
en voor Gods ogen, stralend schoon,
is wat wij zullen zijn, – de Zoon.

 

ds. Marco Roepers