Meditatie mei 2018

Veelkleurig

Binnenkort vieren wij Pinksteren. En we vieren dat gezamenlijk, met de kerken van het cluster. Dat is en blijft bijzonder, omdat geen ander christelijk feest dan Pinksteren zo mooi is om te vieren met mensen die je misschien niet zo goed kent, maar met wie je toch iets deelt. Want met Pinksteren denken we aan al die verschillende mensen uit verschillende landen en streken die daar verzameld waren in Jeruzalem voor het Joodse oogstfeest, op het moment dat de leerlingen de Heilige Geest ontvingen. Jeruzalem was toen al een knooppunt van landen en culturen. En in Handelingen 2 staat dan over de leerlingen van Jezus:

En allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken.

De leerlingen begonnen te branden van blijdschap en enthousiasme en liefde voor God, ze konden zich niet meer stil houden toen de Heilige Geest kwam. Maar het wonderlijkste is: alle mensen die ze hoorden spreken, uit al die verschillende landen, hoorden ze spreken in hun eigen moedertaal!

In de kerk spreken wij vaak ook verschillende ‘talen’. Soms letterlijk. Maar ook figuurlijk spreken we verschillende ‘geloofstalen’. En dat kan maken dat het moeilijk is om elkaar te begrijpen. Om je gezien en gehoord te weten door mensen die anders in hun geloof staan. Je kunt je meer thuis voelen in de vrijzinnige of in de confessionele hoek van de kerk. Maar het kan ook op andere vlakken verschillen. Je kunt erg houden van mooie woorden, of traditionele formuleringen, of juist van een losse sfeer in de kerk. Of je houdt van een mooi lied, maar wat de een mooi vindt, is anders dan waar de ander door aangesproken wordt. Je kunt het belangrijk vinden om je praktisch in te zetten voor je geloof, of je houdt van een mooi boek of een mooie preek die je aan het denken zet. Het geloof kan voor jou iets heel persoonlijks zijn, of je wilt het met iedereen delen.

En dan zijn we vanouds ook nog met hele verschillende mensen in de kerk, uit verschillende ‘lagen’ van de samenleving. Dat was al zo in Handelingen. De kerk was een ratjetoe van mensen. Van slaaf tot weduwe tot legionair. En dat is in deze tijd niet anders.
Al vanaf het begin van de kerk, vanaf Pinksteren, horen al die mensen erbij, met hun eigenheid, hun kleur. Vanaf het begin is de kerk al ‘veelkleurig’.

Dat woord, veelkleurig, moet niet betekenen dat de kerk grijs moet zijn. Dat iedereen bij de deur welkom is, maar dat we vervolgens allemaal op elkaar moeten lijken. Dat we precies hetzelfde moeten geloven, of mooi moeten vinden.

Maar, kun je je afvragen, wat delen we dan wel met elkaar? Wat we delen, is dat we ons door God aangesproken weten. Dat we geloven dat God, in onze eigenheid, in al die verschillende talen, tot de mensen spreekt. Dat vind ik persoonlijk een heel mooi beeld. Het werk van de Heilige Geest is niet in te kaderen. Zoals in het lied ‘Samen in de naam van Jezus’: de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt. Hij helpt ons om God te zien, te begrijpen, te verstaan in onze eigen (geloofs)taal.

En dan komt de grote uitdaging: dan moeten al die mensen, die door de boodschap van de leerlingen worden aangesproken, toch iets met elkaar! Ze breken het brood met elkaar, vormen een gemeenschap. En dat gaat niet zonder slag of stoot. In het Bijbelboek Handelingen zie je al dat er al snel ruzies komen over dat bepaalde groepen worden voorgetrokken boven andere, en vragen over wie erbij horen en wie niet, en hoe je daar op een goede manier mee om moet gaan. Uiteindelijk wordt dan steeds wel gestreefd om de gemeente, ondanks de verschillen, bij elkaar te houden. En om open te blijven staan voor mensen die van buiten komen.

En ik denk dat juist dat de kerk is, het lichaam van Christus. Een groep mensen die niet ideaal en niet perfect zijn, een groep mensen met verschillende kleuren, die toch samen door God uitgekozen en gebruikt worden om Zijn lichaam te zijn in deze wereld. En dat lichaam vormen we niet omdat we het zo goed met elkaar kunnen vinden. Maar omdat we ons allemaal door diezelfde God aangesproken weten.

Zo’n kerk mogen wij zijn met elkaar. Een kerk waar ieder welkom is, met zijn of haar eigen kleur, eigen geschiedenis, eigen successen en gekwetstheid, voorkeuren  en verliefdheden, uitbundigheid  en verlegenheid. En waar ieder zich daarin door God gekend en aangesproken mag weten.

Misschien geldt in de kerk wel het motto: doe maar gek, dan doe je gewoon genoeg.

ds. Tjalling Huisman en ds. Jake Schimmel