Meditatie januari 2018

Het brood des levens

‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’

Brood is een essentiële levensbehoefte. Tijdens lessen economie op het voortgezet onderwijs leerde ik dat het was voorgekomen dat brood duurder werd en dat door die prijsverhoging er meer brood werd verkocht. Normaal gesproken zou er minder van worden verkocht. Hoe duurder, hoe minder mensen ervan kopen. De verklaring was dat brood noodzakelijk is en dat als het duurder werd, mensen minder geld hadden voor luxe voedsel en daardoor meer brood gingen eten. In Johannes 6 geeft Jezus 5000 mensen te eten met slechts vijf broden en twee vissen. Zo’n koning willen de mensen hebben die ervoor zorgt dat er altijd genoeg te eten is.

En dat weigert Jezus, als ze Hem daarvoor zoeken dan hebben ze geen idee wie hij is en wat hij werkelijk te bieden heeft: “u zoekt me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft.”

Met andere woorden: U gaat voor de bevrediging van behoeften maar wat ik te bieden heb heeft te maken met een andere hogere geestelijke werkelijkheid. Wie werkelijk deel aan mij krijgt, krijgt deel aan de eeuwigheid van God.

Hoe krijgen we dan deel aan Jezus? Door te luisteren naar wat hij zegt en te geloven dat Hij de zoon van God is. Jezus lijkt te zeggen dat het gaat om het geestelijke en dat al het materiële iets is dat ons van onze werkelijke levensbestemming afhoudt. Ligt het dan zo in het Johannesevangelie dat de materiële werkelijkheid niets met God te maken heeft?

En dan zegt Jezus de woorden hierboven. Ik ben het levende brood. Het is een van de uitspraken die beginnen met “Ik ben” en daarin echoot de Godsnaam uit Exodus 3: 14 door: Ik ben die er zal zijn. Hij zegt vervolgens dat Hij levende brood is en dat dat brood zijn lichaam is dat hij geven zal voor het leven van de wereld. Daarvoor heeft hij gesproken over het kauwen van zijn vlees en het drinken van zijn bloed dat eeuwig leven geeft. Ik heb het op de Johannesleeskring samen met anderen gelezen en weer opnieuw gelezen, maar ik denk dat hier verwezen wordt naar wat in de andere evangeliën en in 1 Korintiërs beschreven wordt als de instelling van het avondmaal. Jezus drukt zich heel fysiek uit in termen van kauwen, brood en zijn lichaam worden gelijk gesteld, het gaat ook om het drinken van het bloed van Jezus.

Het moet daarmee te maken hebben. De instelling van het avondmaal komt niet voor in het Johannes evangelie, maar hier vinden wij toch een uitleg wat er gebeurt tijdens de viering. Jezus raakt ons  fysiek aan in de vorm van brood en beker wanneer wij de woorden die Jezus spreekt geloven dat het brood dat wij eten de beker die wij drinken eeuwig leven geeft.

Het feestelijke wordt hier verbonden met het materiële. Het materiële wordt hier opgetild en in een nieuwe werkelijkheid getild. Het avondmaal vieren wij ook altijd in een gemeenschap in een kerk. Het is het grote feest van de verbondenheid omdat Jezus zijn leven geeft aan ons. Wij als kerk kunnen dit vieren en het is Jezus die onze handelingen met zijn woorden een nieuwe dimensie geeft.

Ds. Marco Roepers