meditatie Januari 2014

Bidden

Bidt u wel eens?

Ik eerlijk gezegd nauwelijks.

Ja vroeger, als kind. Ik ga slapen, ik ben moe… u vult het waarschijnlijk zo aan. Want wie van ons is niet begonnen met dat bekende gebedje voor het slapen gaan. Een bekende tekst, gericht aan een duidelijk adres. Tenminste, dat gold voor mij. Dat gebed was gericht aan de Vader in de Hemel, en die vader was de overtreffende trap van mijn aardse vader, die mij onvoorwaardelijk liefhad en uiterst zorgzaam was. Na zo’n gebed kon ik rustig gaan slapen, wat kon mij gebeuren?

Maar ja, de tekst voldeed op een gegeven moment niet meer, en in een God geloven die de overtreffende trap was van mijn aardse vader, dat was ook verleden tijd.

Tot wie moet je dan nog bidden, en wat, en heeft het zin?

Dus bad ik nauwelijks nog, in de traditionele zin van het woord tenminste. Even stil zijn voor en na het eten en meedoen met het gebed in de kerkdienst, dat was het wel zo ongeveer.

Maar: wandelen is bidden met de voeten, las ik ergens. Als u mij een beetje kent, dan weet u dat ik dan toch nog aardig wat afbid. De opmerking geeft weer dat er niet één standaardmethode van bidden is. Misschien moest ik toch eens onderzoeken wat bidden nog te betekenen kon hebben. Zomaar iets overboord zetten wat me ooit heel dierbaar was, dat was me al te gemakkelijk. Dus ging ik op onderzoek uit.

“Heer, leer ons bidden.” vragen de leerlingen aan Jezus in Lucas 11. En in de Romeinenbrief biecht ook Paulus op: “Wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen.” Blijkbaar is het dus een vraag van alle tijden: hoe te bidden?

Bidden is praten met God, zo zal een kind het vermoedelijk omschrijven. Mooi lijkt me dat, praten met God. Maar in een goed gesprek wordt door beide partijen gesproken én geluisterd. Beide partijen hebben elkaar nodig. En je moet je moeite getroosten om je gesprekspartner te begrijpen. Wij vragen ons dus wel af wat we moeten zeggen, maar hoe zit het met ons luisteren? Wij willen wel dat God hoort en verhoort, maar  in het geval van een gesprek heeft Hij ook iets te zeggen!

Jezus geeft de leerlingen als antwoord in eerste instantie woorden om te bidden.  Een heel bekende tekst die we gemakkelijk uit ons hoofd kunnen opzeggen, misschien te gemakkelijk? “Vader” is het begin van het gebed. ”Onze Vader” bidden wij, zoals het in Mattheus geschreven staat. Onze Vader, niet mijn Vader, of uw Vader dus, of de vader van de  Christenen, nee, de Vader van ons allen. En vader, dat veronderstelt een innige band en vertrouwen, zoals dat bij alle menselijke vaders zou moeten zijn.

En dan: laat Uw naam geheiligd worden en laat Uw koninkrijk komen. Het gaat dus niet in eerste instantie om onze wil, of om wat ons goed uit zou komen, maar om iets groters, iets meer omvattends.

Eigenlijk geeft Jezus in het genoemde tekstgedeelte nog een antwoord. Vers 5 begint weer met: Hij zei tegen hen… en vervolgens lezen we als een tweede antwoord op : “Heer, leer ons bidden”  het verhaal hoe iemand langsgaat bij een vriend om broden te lenen, op een onmogelijk tijdstip nog wel. Na wat tegenstribbelen helpt de ene vriend de andere. Zo gaan vrienden met elkaar om, zo betrouwbaar zijn echte vrienden voor elkaar! En op zo´n vriendschap, zo´n bondgenootschap mag je ook rekenen bij God. Maar  bondgenoten zijn er voor elkaar. Als wij vragen om verhoring van onze gebeden, zou God dan misschien ook aan ons iets te vragen hebben? We vragen of Hij ons te hulp wil komen, maar helpen wij degenen voor wie Hij onze hulp inroept? Als je bidden beschouwt als “praten met God” dan  heeft  het ook met doen te maken. Met elkaar vragen om hulp en met elkaar hulp bieden. Je zou dit laatste kunnen zien als “horizontaal” geloven, geloven in je naaste en je naaste laten geloven in jou. Zo kun je soms het gebed van je medemens verhoren. En zo word je door een gebed niet alleen betrokken op God, maar ook op je medemens.

Op mijn zoektocht naar wat bidden zou kunnen betekenen heb ik aan verschillende mensen gevraagd hoe zij daar in stonden; Je kunt je verhaal tenminste kwijt, was de opmerking van een jongere. Je verhaal, of misschien beter “dat wat te groot is voor jou als mens”  kwijt kunnen bij Iemand die groter is dan ons voorstellingsvermogen, is een kant van bidden. Er is in de wereld zoveel ellende die te groot en te veel is. Maar ook in ons eigen leven zijn er gebeurtenissen die te moeilijk zijn om in je eentje aan te kunnen. Zo’n  verhaal, dat lam kan slaan omdat het onmogelijk lijkt om het te veranderen, kunnen we kwijt in ons gebed. Niet om het af te schuiven, wel om het te grote neer te leggen bij de Eeuwige en daarna ons deel op te pakken en ermee aan de slag te gaan.

“Misschien bid ik wel tot mezelf” was een andere reactie. Bidden tot jezelf, “inkeren”. Jouw dagelijkse leven als het ware van een afstandje bekijken. Doe ik wat ik goed vind, of doe ik dat wat de ander van mij verwacht, of dat wat ik dènk dat de ander van mij verwacht?

Wat kan het soms verruimend zijn om vanuit je hart te leven, in plaats van te voldoen aan algemeen geaccepteerd of gewenst gedrag. Vóór het Bijbelgedeelte in Lucas 11 staat de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Die Samaritaan handelde niet bepaald zoals je van  een Samaritaan zou verwachten, maar hoe goed is het om te lezen dat hij een andere manier van handelen koos. Zorgde hij zo niet voor het verhoren van het gebed van de mishandelde man?

Een derde en een vierde reactie die ik samen wil noemen is “Mediteren is een hogere vorm van bidden” en: “bidden is jezelf openstellen.”

Het gaat mij te ver om mediteren een hogere vorm van bidden te noemen, alsof er ook lagere vormen van bidden zijn. Maar raakvlakken tussen mediteren en bidden zijn er zeker!

Mediteren of bidden, de stilte opzoeken en je openstellen. Zodat het vele dat op ons afkomt, het lief en het leed, wat kan bezinken en een plek kan krijgen. Zodat we oog krijgen voor de verborgen diepte van ons leven hier en nu. Zodat er een ander licht kan vallen op wat we  meemaken en om ons heen zien gebeuren. Zodat we anders gaan aankijken tegen onszelf, ons eigen levensverhaal en tegen de mensen die we ontmoeten.

Bidden:
Je ogen sluiten, je handen vouwen en woorden uitspreken, al dan niet gezamenlijk. Een waardevol ritueel dat verbindt, met elkaar en met God.

Bidden:
Aandachtig zijn voor wat er gebeurt in ons leven, met onszelf en met de ander. Onze verantwoordelijkheid nemen voor datgene wat we zelf kunnen doen.

Bidden:
Je ogen sluiten, stil worden, even geen drukke buitenwereld. Ervaren dat er iets is, Iemand, die groter is dan ons voorstellingsvermogen. Iemand waarop we kunnen vertrouwen. Niet een instant probleemoplosser, maar Iemand die met je meegaat. Die je aanzet tot handelen in Zijn Geest en je in beweging houdt. Ook en juist als je je ogen weer open hebt gedaan!

Op die manieren wil ik graag blijven bidden.

Gerda Potze