Meditatie februari

De levensboom

(Genesis 3:2224) 22 Toen dacht God, de HEER: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. 23 Daarom stuurde hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aarde te gaan bewerken, waaruit hij was genomen. 24 En nadat hij hem had weggejaagd, plaatste hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken.

thefallandexpulsionfromgarden-ofeden1332472298332Zo eindigt het Bijbelgedeelte over het paradijs. De mens die nu goed en kwaad kent, zijn onschuld verloren heeft, wordt een sterveling. Hij komt onder de macht van de dood. Juist omdat hij de gelijke van God wilde zijn. Aan de dood wennen wij nooit. Steeds weer duikt het verlangen naar het eeuwig leven, een leven zoals dat in het paradijs, weer op. Denk maar aan de bron van de eeuwige jeugd, waarna in veel verhalen mensen op zoek zijn, of een ander onsterfelijkheidsmiddel. Of tegenwoordig is de geneeskunde de drager van deze hoop. Maar wat de geneeskunde ook mag bereiken, nooit kan ze onze sterfelijkheid opheffen. Altijd zal ons leven door de dood omgeven zijn. Dat is precies de essentie van die paar verzen uit Genesis 3. De mensheid is de toegang tot de levensboom ontzegd en een cherubs en  een heen en weer zwaaiend zwaard belemmeren de doorgang definitief. De levensboom proberen te bereiken dat kost je je leven.

En toch, sommigen hebben de levensboom weer gesignaleerd. In het Nieuwe Testament. Niet in de Hof van Eden, maar in het midden van het leven hier. Juist daar waar de sterfelijkheid weer pijnlijk zichtbaar werd, bij een openbare terechtstelling. Verschillende dichters hebben het houten kruis geïdentificeerd met de levensboom. Het is door dit kruis dat mensen weer toegang hebben tot het eeuwige leven.

Lied 547 “Met de boom des Levens” van Willem Barnard is een van de liederen waarin de Levensboom met het kruis geïdentificeerd wordt. Het aardse leven is getekend door de val van de mens. Maar God ziet naar de mens om. Jezus is het zaad van God in de aarde dat vrucht draagt. Hij staat op uit de dood, uit de aarde en draagt ons hemelwaarts naar een nieuw en volkomen leven. Zijn dood is een teken van Gods liefde. Zijn opstanding bevestigt dat en toont dat het niet tevergeefs was. Wij mensen zijn weer bestemd voor de eeuwigheid. Dat is wat God wil.

Het is Jezus die de levensboom uit het paradijs midden in het leven heeft geplaatst als oorsprong van het geloof, teken van hoop en bron van liefde. Hij heeft dat met de dood bekocht, maar de weg naar het echte leven in het licht van Gods aanwezigheid geopend.

ds. Marco Roepers