Komt ons in diepe nacht ter ore

In de weken voor kerst duren de nachten lang en zijn de dagen kort. En op sommige dagen met veel bewolking gaat ochtendschemer naadloos over in de avondschemer.

Juist in deze tijd vieren we kerst, vlakbij het punt dat de dagen weer langzaam gaan lengen, dat het tij kentert. Juist het heidense feest van de lichtwende is verbonden met de geboorte van Christus, als teken dat Gods licht in de wereld verschenen is.

Lichtende nachtwolken boven het Bargerveen, Drenthe
Lichtende nachtwolken boven het Bargerveen, Drenthe

Komt ons in diepe nacht ter ore” (Lied 489 in het nieuwe liedboek) van Huub Oosterhuis gaat daarover. De lange nachten in de periode rond kerst zijn beeld voor de situatie waarin wij leven. Wij leven in het donker: ons leven wordt getekend door dood en pijn. Is God ons nog wel welgezind of eindigt ons bestaan definitief met de dood? Als we daarmee leven, met de dood als laatste waarheid, als definitief einde, dan  moeten we er toch voor zorgen dat ons leven de moeite waard is. En dan staat het eigenbelang voorop en verdwijnen de aandacht en liefde voor elkaar naar de achtergrond.

Maar in deze nacht horen we dat de morgenster al schijnt. De morgenster dat is de planeet Venus, die vaak een half tot vier uur voor zonsopgang te zien is. Zo wordt de ochtend al in het verschijnen van deze ster aangekondigd.

De geboorte van een mensenkind van wie de naam is kondigt ook verandering, verbetering,  aan. Zijn naam is God zal ons redden. Dat is een verwijzing naar de naam Jezus, dat “de Heer redt” betekent.  In de Jezus verbindt God zich met de mensen. Jezus is Gods boodschap voor ons. Een zichtbaar woord voor ons. Vandaar ook de oproep halverwege het eerste vers: “Vertrouwt u toe  aan wat Gij ziet.” In deze regel verplaatsen we ons in de herders die knielen voor het kind in de kribbe. Ze zien en geloven.

Ik heb wel eens gehoord dat liederen van Huub Oosterhuis in het nieuwe liedboek niet met orgel gezongen kunnen worden. Dat klopt in ieder geval al niet voor dit lied, want heeft de melodie van psalm 118. Of eigenlijk beter gezegd, die van psalm 98 “Zing een nieuw lied voor den Here”. Psalm 98 is namelijk een van de psalmen die geregeld met kerst gezongen worden. Huub Oosterhuis heeft zelfs in vers 2 een regel opgenomen die wel heel sterk verwijst naar deze psalm: “Zing voor uw God, Hij openbaarde.” In psalm 98 staat “Zing voor de Heer, Hij openbaarde” gevolgd door “bevrijdend heil en verbinden recht”.  Huub Oosterhuis vervolgt echter met: “In Jezus zijn menslievendheid” Dat is dus het bevrijdende heil en verbindende recht van kerst. De verbinding die God met de mensen tot stand brengt. Dat maakt de hele wereld nieuw. Een nieuw uitzicht nu wij met God verbonden zijn. Niet langer doen en dood als laatste woord, maar God leven en Gods liefde als nieuw uiteindelijk perspectief.

 ds. Marco Roepers