JH Gunning jr.: een actuele negentiende-eeuwer.

Negentiende-eeuws heeft soms de  bijbetekenis  van ouderwets en achterhaald. Toch verscheen   Verzameld Werk  van  J.H. Gunning jr.,  die leefde van 1829-1905, bijna geheel dus binnen die 19e eeuw. Zou zulk een omvangrijk boekwerk ons nog iets kunnen leren in theologisch opzicht? Of heeft het alleen historische waarde? De wereld is immers nogal veranderd.

gunning07aWe moeten  niet vergeten dat de tijd waarin Gunning leefde ook een tijd van grote veranderingen was. Toen hij geboren werd reden de eerste stoomtreinen nog niet en moest de elektrische telegraaf nog worden uitgevonden. Toen hij overleed verspreidde de telefoon zich inmiddels en voerden de eerste luchtschepen passagiersvluchten uit. Tijdens zijn leven werd de evolutietheorie  de algemene theorie om het ontstaan van soorten  te verklaren. De wetenschap had zich definitief losgemaakt van het geloof. De theologie reageerde er verschillend op en daardoor ontstonden er richtingen: het geloof aanpassen aan de wetenschappelijke inzichten (dat deden de modernen of vrijzinnigen), of: de wetenschap verwerpen en vasthouden aan het onfeilbare Woord van God (de orthodoxen). Gunning was eerst predikant in Blauwkapel en Den Haag, later werd hij hoogleraar theologie in Amsterdam en Leiden.  Hij was een van de meest vooraanstaande ethische theologen; zij namen een middenpositie in. De wetenschap werd niet verworpen, maar het geloof werd ook niet ingepast in de wetenschappelijke inzichten.

Ik zou  Gunnings gedachtegoed willen toepassen op een actueel  probleem in onze provincie : Wat heeft de kerk te maken met de aardgaswinning en de daaruit voortvloeiende aardbevingen. Uit onderzoek van de PThU in Groningen blijkt dat veel kerkmensen hier geen rol voor de kerk zien weggelegd. Een dergelijk werelds en politiek thema heeft niets met de kerk te maken.

Gunning doet in “Wat is het geloof?”, een brochure uit 1887, (opgenomen in Verzameld Werk deel II) de volgende uitspraak: “Geen piëtistische terugtrekking, maar kalm vertrouwende belangstelling in deze wereld volgt uit onze hoop der heerlijkheid.”  Gunning nam blijkbaar waar dat sommigen in zijn tijd zich wilden concentreren op het geloof en de Bijbel en de wereld wilden laten voor wat die is. De wereld is boos en voor mijn eigen zielenheil moet ik de blik op God richten in gebed en het overdenken van Gods Woord.  Dat is niet wat wij zien in de discussie m.b.t  kerk en aardbeving. Maar als de kerk zich in dezen niet bemoeit met de maatschappij , dan is de blik wèl naar binnen gericht. Dan doen kerk en  ook  geloof er niet  toe in het openbare leven. Juist daartegen verzet Gunning zich. Kerk en geloof  horen volgens hem  zich te richten op heel de werkelijkheid:   “Nu moet ook de gemeente zijn waar haar hoofd is, de werken doen die Hij deed in deze wereld. Ook zij moet, niet door verandering van plaats, maar door een werkelijk worden, een anders-worden dat toch slechts bevestiging is van het eigen wezen en leven, zich begeven waar de mensheid staat, in alle levensbetrekkingen die, naar we zagen, in het eeuwig Woord gegrond zijn.”

Gunning wil dus dat de Kerk op alle terreinen van het leven gestalte moet krijgen. Net als Christus zich incarneert in het vlees, mens wordt,  en dus iets anders wordt, moet ook de kerk iets anders worden. Dus niet zichzelf blijven maar opnieuw vorm krijgen in andere terreinen van het leven. Tot alle terreinen van het leven is de kerk gezonden, dus ook tot de aardbeving en wat daarmee samenhangt  in Groningen.

Want heel het leven is in het Woord gegrond.  Daarbij verwijst Gunning naar Johannes 1.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.  Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen.

Gunning concludeert  dat de mensen en de wereld, heel de schepping dus, van nature in Christus is. Het Woord van God zorgt dat dat mensen werkelijke kennis van de wereld kunnen hebben. Gods Woord is de basis van de hele schepping en dat Woord wil zich ook aan ons meedelen.  Daardoor is Christus, die het vleesgeworden woord is, overal in de schepping aanwezig. “De levenswet, de grond van bestaan van al wat leeft, van al wat bestaat te vinden, dat is een delven in diepte, waardoor men tenslotte op Christus als diepste grond stuit.” Overal is Hij aanwezig. “Christus is in iedere mens”, zegt Gunning. Dat uit zich in de verbinding van alles dat bestaat  met elkaar.  De basis daarvan is de liefde van Christus. Het zijn ook de verbindingen die bestaan tussen mensen, als samenleving. Ook de overheid hoort daarbij. Ze zijn op Christus, op liefde gegrondvest. En Gunning herkent ook Christus buiten het Christendom:

“Maar nu blijkt ook dat alle geloof aan de waarheid, waarmee mensen naar de waarheid hebben gezocht, alle uitvindingen, theorieën, stelsels van menselijke gedachte, alle kunst waardoor zij hun gevoel voor eeuwige waarheid en schoonheid in aardse vormen hebben in ingekleed, alle geduld en martelaarsmoed waarmee zij voor de waarheid gestreden en geleden hebben – ook zij die Christus niet kenden, zoals Socrates toen hij de gifbeker dronk – dat dit alles gegrond was in het geloof van Jezus Christus waardoor Hij aan de Vader trouw bleef. En ook alle liefde onder de mensen, ook onder de heidense volken, gevonden wordt, meende, bedoelde eigenlijk de Christus, zonder dat men het wist.“.
Zo breed trekt Gunning de aanwezigheid van het Woord.

Dat Woord is vlees, zoals Gunning het citeert. Of, zoals het in de NBV staat, mens  geworden in Jezus. Want hoewel het Woord overal in de schepping aanwezig is, is de schepping in de macht van de zonde gekomen en daarmee van God losgeraakt. Mensen zijn niet meer  gericht op God, maar in de greep gekomen van de “baatzucht“, zoals Gunning het noemt.  De eenheid tussen de mensen, die gegrond is op de eenheid van de Zoon met de Vader, wordt geloochend en dat levert strijd op: mensen worden tot slaaf gemaakt (Gunning noemt de slavenhandel als voorbeeld) en de ellende van de een is handel voor de ander.

Gunning
Gunning

Maar in Jezus wordt het Woord mens. Het woord verbindt zich aan ons menselijk lot en ondergaat de dood en de angst die zo kenmerkend voor ons bestaan zijn. Hij sterft en staat weer op in het leven zoals God dat bedoeld heeft.  In deze mens heeft God ons lief en vergeeft hij onze overtredingen. Door dat te aanvaarden, dat in déze mens God ons liefheeft, dat is het geloof. In Jezus ziet God ons als de nieuwe mens zoals Hij ons bedoelt. Daar krijgen wij al deel aan de nieuwe schepping. “Nu is Christus aan de rechterhand des Vaders; en in zijn persoon, zoals Hij daar is, ligt al de vrucht van zijn kruis en van zijn verhoging, al de goddelijke volheid die in Hem is, persoonlijk tegenwoordig in Hem opgesloten en staat vóór u om te zeggen: “Ik ben met u; Ik geef mij aan u”. Met andere woorden, Jezus wil zich met al zijn goddelijkheid aan ons geven, als wij dat aanvaarden in het geloof. Zo krijgen wij al in dit aardse leven, nu al, deel aan zijn Koninkrijk dat door God  tot stand wordt gebracht in de toekomst, als het einde komt.

Het gaat in het Koninkrijk van God om niets minder dan om heel de schepping. Dat heel de schepping weer onder het hoofd van Christus gebracht wordt. Het gaat niet om ons persoonlijk zielenheil. Daarom gaat het Woord door de wereld. De kerk is de gemeenschap gebaseerd op dat Woord, dat Woord levend en het Woord uitdragend. Het gaat daarbij om heel de wereld met  ook  de economie. En daarvan zegt Gunning in het tweede citaat dat ik hierboven aanhaalde, dat de kerk anders moet worden om ook in die onderdelen van het leven het Woord te laten gebeuren. Ik voeg daaraan toe: ook de delfstofwinning en het bewonen van de aarde, die nu tegenover elkaar staan.

Daarom heeft de kerk de taak om mee te werken aan de gerechtigheid, aan eerlijkheid,  ook aan verbinding tussen mensen. Als er krachten in het veld zijn die de maatschappelijke verbinding in dit gebied willen versterken, die de bewoners moed en hoop willen geven, dan is daar iets van Christus werkzaam. De kerk dient op grond van het evangelie dit te herkennen. Het gaat uiteindelijk om hoop en de toekomst. Daaraan gestalte te geven, daartoe is de kerk volgens Gunning geroepen.

De aarde beeft onder onze provincie . Dat komt inderdaad door onze baatzucht. Wij (niet alleen de NAM) meenden straffeloos alles uit de aarde te kunnen halen zonder rekenschap af te leggen over de vraag of wij op die manier wel leven volgens het Woord. In Groningen merken wij aan den lijve dat zo’n winning dus niet kan. De aarde beeft. Dat voelt alsof de aarde ook zucht om het Koninkrijk (Romeinen 8:22). Wij zijn geroepen om aan dat komende Koninkrijk op die aarde reeds gestalte te geven.

Ds. M. Roepers is predikant in Loppersum

J.H. Gunning jr.: Wat is geloof? in Verzameld werk deel 2 1879-1905; bezorgd door Leo Mietus. Uitgegeven door Boekencentrum 2014.  blz. 259-293; met een korte inleiding door L. Mietus.