Meditatie Januari

In het nieuwe liedboek staat onder nummer 513 een Nieuwjaarslied. Ook in oudere liedboeken zoals Evangelische Gezangen uit 1806 staat een lied met deze titel. Dat was “Uren, dagen, maanden, jaren” van Rhijnvis Feith, waarover ik in het verleden geschreven heb (zie hier: site). In het Liedboek voor de Kerken uit 1973 (het oude liedboek) stond geen Nieuwjaarslied.

 

Toch is het niet teruggekeerd in het nieuwe liedboek. Het is een ander lied met die titel. Het eerste vers luidt: God heeft het eerste woord. / Hij heeft in de beginne / het licht doen overwinnen, / Hij spreekt nog altijd voort.

Dat kennen we uit het Liedboek voor de kerken. Het is daar Gezang 1 zonder vermelding van de titel Nieuwjaarslied. Het valt in de categorie Bijbelliederen. Dat zal komen omdat het eerste vers verwijst naar de eerste verzen van Johannes 1: In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen.

De dichter Jan Wit schreef het lied als onderdeel van een zakboekje met liederen voor kerkelijke feestdagen. Dit lied schreef hij voor Nieuwjaarsdag. Het lied kreeg een toegankelijke melodie van Gerard Kremer mee en dat samen met de eenvoud van de tekst zorgt ervoor dat het snel verspreiding vond. Het lied was al behoorlijk bekend voordat het voor het eerst een plek kreeg in een kerkelijk liedboek in 1973.

De gedachte die het lied als nieuwjaarslied uitdraagt is dat wij aan het begin van een nieuwjaar erbij stilstaan dat alles en ons persoonlijk door God omvat wordt. Hij gaat er aan vooraf en hij komt aan het einde ervan. In de oorspronkelijke versie van het lied was dat nog duidelijker. Het kende 5 coupletten. Tussen het tweede en het derde couplet stond: “God heeft het laatste woord. / Al moeten wij neerzijgen / in ‘t somber van ’t zwijgen, / het wordt door hem verstoord.

Als we dat vers meenemen dan is de structuur van het lied:

  1. Schepping van de wereld
  2. Begin van het persoonlijk leven
  3. Einde van het persoonlijk leven
  4. Voleinding van de wereld
  5. Samenvatting

Die structuur is nu verstoord maar Jan Wit vond het weggelaten vers zo zwak dat hij geen moeite had met de weglating ervan. Pieter Endedijk, de coördinator van het nieuwe liedboek zegt dat het lied in de rubriek van de Bijbelliederen niet zo op zijn plaats is. Het is geen lied dat de gedachte van een bepaalde Bijbeltekst verwoordt. Couplet 1 verwijst weliswaar naar Johannes 1 en naar Genesis 1, maar couplet 2 refereert meer naar psalm 139: 13 “U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder.” Het laatste couplet verwijst naar Openbaring 22:13:

Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.

Het lied is daarmee meer een samenvatting van de belangrijkste Bijbelse thema’s. Het is een ouverture zoals die aan het begin van een muziekstuk wordt gespeeld waarin kort alle muzikale thema’s passeren. Gods woord, dat in Jezus mens geworden is, is van alles dat bestaat en van ons eigen leven de oorsprong, het doel en daarmee ook datgene dat zin aan het bestaan geeft.

Daarmee is het als gezang 1 toch op zijn plaats. De thema’s van alle volgende gezangen zijn kort aangeduid. Ook als nieuwjaarslied bepaalt het ons erbij wat de essentie van ons bestaan, ook in het nieuwe jaar,  is. In het nieuwe liedboek heeft het een andere structuur omdat het na de psalmen gewoon doornummert. Als lied 513 vormt het een scharnier tussen Kerst en Epifaniën en dat is precies de positie van Nieuwjaarsdag op de kerkelijke kalender.

In zijn eenvoud en helderheid is het een waardevol lied dat ons bepaalt bij de essentie van het bestaan.

ds. Marco Roepers