Inlia, Izre Kuiper doet verslag

Inlia

Enkele berichten uit de ‘bed, bad, brood’opvang in Groningen, maatschappelijk werkster Izre Kuiper doet verslag.

 “Politie aan de balie; ik kan zien dat de agente aangeslagen is.”

Een politieagente aan onze balie, dat gebeurt ons niet vaak. En deze komt zelfs een vluchteling brengen. Op 12 maart rijdt een politiewagen voor, op de achterbank een man uit Sierra Leone. De agente komt naar boven, ze hoopt de man bij ons onder te kunnen brengen.

De man is uit het AZC Musselkanaal gezet; geen recht meer op opvang. De agente die nu in de spreekkamer van INLIA voor me staat, moest hem – zoals dat heet – ontruimen. Ze doet haar werk. Maar ik kan zien dat ze aangeslagen is. Ze wil deze man niet op straat achterlaten. Hij verkeert in deerniswekkende toestand.

De man uit Sierra Leone heeft geen controle meer over zijn plas en over zijn darmen. Hij is bij een explosie in het kruis geraakt. Zijn geslachtsdeel werd daarbij verwoest. De urine loopt nu via het darmkanaal. Hij verbruikt tientallen luiers per dag omdat hij continu urine en ontlasting verliest. In het AZC kreeg hij parfum om de geur daarvan te verdrijven.

De agente heeft overlegd met de officier van justitie. Ze hopen dat de man terecht kan in de ‘bed, bad, brood’opvang. Hij komt daar inderdaad voor in aanmerking. Al moeten we speciale voorzieningen treffen. Want deze man kan geen douche of toilet met anderen delen, zoals iedereen dat moet in de opvang in het voormalige Formule 1hotel. Hij kan geeneens een kamer delen. Dat is niet te doen. Noch voor hemzelf, noch voor degene die de kamer zou moeten delen.

We vinden een kamer voor hem. De agente kan gerust zijn; er wordt naar hem omgekeken. Er is zelfs inmiddels een afspraak bij het UMCG om te kijken of de man een stoma kan krijgen. Dan kan hij zijn leven mogelijk weer oppakken.

Injectiespuiten en een tang mee

Vrolijk gekwetter komt me tegemoet, terwijl ik door de ‘vrouwengang’ loop. Aan deze gang in het voormalige Formule 1 hotel in Groningen, hebben we alleen vrouwen kamers gegeven. Wel zo prettig om onder elkaar te zijn, ook al omdat ze douches en toiletten moeten delen. Het gekwetter klinkt steeds luider; op een kamer aan het eind van de gang zitten drie Somalische dames gezellig thee te drinken. Én te kletsen dus. Ze horen het eerste klopje op de deur maar nauwelijks.

Wat fijn moet het zijn om ver weg van huis je eigen taal te kunnen spreken. Om veilig te zijn en gewoon lekker te kletsen. Een van de dames, Farah, kwam bij ons vanuit het ziekenhuis in Stadskanaal. Haar knie moest compleet vervangen worden; ze heeft nu een prothese. Farah was pardoes uit het ziekenhuis ontslagen; het was medisch gezien niet langer nodig haar daar te houden.

En dus droeg het ziekenhuis haar over aan ‘thuiszorginstelling INLIA’. Zo stond het op het ontslagformulier toen we haar ophaalden. Thuiszorginstelling INLIA. Dat zijn we toch echt niet. Tot onze stomme verbazing kregen we injectiespuiten en een tang in handen gedrukt. ,,Die spuiten, die moet mevrouw nog een paar weken hebben.’’ En die tang? ,,De hechtingen moeten nog uit haar knie.’’ Dat moesten wij of zij dan zelf maar even doen.

Dat doe het zelven leek ons niet zo’n goed plan. We zijn immers echt geen thuiszorginstelling. Gelukkig hebben we bij INLIA een huisarts die ook de patiënten in de opvang ‘erbij neemt’. Zo zijn de hechtingen inmiddels veilig verwijderd. En kan Farah steeds beter lopen.

Wanneer de deur dan toch opengaat verwelkomt ze me lachend. Ze grijpt mijn handen, biedt me thee aan. Ik zie drie vrolijke gezichten. Wat er net werd gezegd verstond ik niet, maar de hartelijke blikken zeggen me genoeg.