Geweld op de Tempelberg. Hoe kunnen we daarover denken?

Aan de Oostkant van Jeruzalems oude stad ligt de Tempelberg. In juli waren juist daar gewelddadige botsingen tussen Palestijnen en Israëlische militairen. De aanleiding was dat er twee Israëliërs werden gedood door Palestijnen. Hoe moeten we daarover denken? Waarom juist op de Tempelberg?

Volgens Joden, Moslims en Christenen is die berg – eigenlijk meer een heuvel  de berg Moria, waar Abraham werd gevraagd zijn zoon te offeren. Een ontzettend verzoek van God, waar Abraham toch in vertrouwen op God gehoor aan gaf. Maar God wilde het offer niet, God testte Abrahams vertrouwen, volgens de tekst. Belangrijk is vers 14, waar vertaald wordt: ”De Heer zal erin voorzien”. Er staat hier in de grondtekst een vorm van het werkwoord ‘zien’, dat zowel ‘zien’’, ‘voorzien’, ‘bestemmen’, maar ook ‘gezien worden’, ‘zich vertonen’ kan betekenen. Daarom staat in een Engelse vertaling van vers 14: ‘Abraham noemde die plaats: “De Eeuwige Ziet”, vandaar zegt men tegenwoordig: “Op de berg van de Eeuwige wordt gezien!”. Volgens II Kronieken 3:2 bouwde Salomo op deze berg de tempel: het was immers ook de plaats, waar God zich heeft laten zien aan David.

De tempel werd verwoest, werd opgebouwd, verviel en werd door Herodes, ongeveer 19 voor Christus gerestaureerd. Hij bouwde de muur, waarvan het Westelijk gedeelte er nu nog staat, de Klaagmuur. Het is duidelijk dat voor Joden, maar ook voor Christenen deze plaats heilig is, dat betekent: een plaats waar God als nabij wordt ervaren.

Maar ook voor Moslims is de plaats heilig, en niet alleen omdat ook in de Koran het verhaal staat van Gods oproep aan Abraham om zijn zoon te offeren, wat God daarna verhinderde (Sura 37: 100113). Mohammed begon op de Tempelberg, daar, waar nu de Rotskoepel met het gouden dak staat, zijn hemelreis. Ook voor Moslims is de berg dus een bijzondere plaats van contact met God. In 715 werd daar de Al Aqsa moskee gebouwd.

De Tempelberg staat niet onder gezag van de staat Israël, maar onder de Jordaanse stichting Wafq. In 1988 bekrachtigde de regering van Israël deze situatie. Doordat de Tempelberg zó belangrijk is voor het geloof van Joden, Moslims en Christenen is het gebied ook hét toneel van de strijd tussen wereldlijke machten. Het wordt een brandpunt van de diepe verdeeldheid, van de onderdrukking van de ene partij door de andere, waardoor de grootste machthebber zijn angst laat zien in veiligheidsmaatregelen, die de andere partij nog meer inperken. Het geweld op de Tempelberg is alleen niet te wijten aan  de Palestijnen die twee Israëliërs doodden, waarna het Israëlische leger meerdere Palestijnen doodde, hoe erg dit allemaal op zichzelf ook is. De gebeurtenissen op het Tempelplein  zijn een uitbarsting van een diepe, machteloze woede, frustratie en verdriet van de Palestijnen onder de bezetting door Israël. Het zijn geen kwajongensstreken, dat stenen gooien van Palestijnse jongeren, kinderen soms nog. Een Palestijnse vrouw zei eens tegen mij: “Onze kinderen groeien op met haat in hun hart”. Zij, christin die haar kinderen in moeilijke omstandigheden toch goed wilde opvoeden, was heel erg verdrietig.  De jongeren hebben geen toekomst, geen uitzicht in de kapotgemaakte economie van de Palestijnse Gebieden, geen vrijheid van meningsuiting, integendeel, ze zijn vogelvrij. De gevangenissen zijn vol met jonge mensen, die soms niet weten waarvoor ze opgepakt zijn, midden in de nacht. Dat is intimidatie. Oudere mensen zullen zich misschien, zoals ik, de Duitse bezetting nog herinneren. Hoe werd er uitgezien naar de bevrijding! Ook toen waren er verzetsgroepen die de vijand soms doodden. Wij keurden dat niet af, het was voor een goede zaak!

De bezetting van de Palestijnse gebieden duurt al 50 jaar.

Hoe staan wij hier in ons geloof tegenover?
Voor mij is heel belangrijk dat ik geloof in een God die alle mensen liefheeft, ook Palestijnen, Palestijnse Christenen en Moslims. Er zijn, zoals over de meeste onderwerpen, van elkaar verschillende berichten in de Bijbel. Maar de inclusieve liefde van God was er al in de Tora: heb de vreemdeling, dat wil zeggen de nietJood, de ‘ander’, die ín uw steden woont, lief. Een bijzondere tekst staat in Amos 9:7:

“Zijn jullie voor mij soms meer dan de Nubiërs, Israël?”, spreekt de Eeuwige. Ik heb jullie uit Egypte weggeleid, maar ook de Filistijnen uit Kreta en de Arameeërs uit Kir.”

Jezus, met onder zijn voorgeslacht Ruth de Moabitische, breidde dit zelfs uit: heb uw vijanden lief. Liefde is niet: alleen maar lief zijn voor iemand en alles goed keuren. Het gaat om de ander, hoe anders en zelfs bedreigend ook, in haar of zijn waardigheid te laten, respect te tonen en uit te nodigen voor een open gesprek, onderlinge hulp. Het land werd beloofd aan de Joden, maar er staat niet bij dat ze daar alléén in zouden wonen. Wij kunnen de beste zendelingen voor het Evangelie zijn als we, hier, en daar in het land, dat we soms het Heilige Land noemen, deze liefde zonder onderscheid uitdragen en doen. Een Heilig Land is een land waarin mensen in vrede en gerechtigheid kunnen samenwonen. Het gaat op de Tempelberg, maar meer nog in heel Israël en de Palestijnse gebieden, er om dat wij ervan overtuigd zijn dat God ziet, geen mensenoffers wil, maar ruimte voor mensen, waar ze veilig zijn. Huub Oosterhuis schreef:

Alles wat ten goede is,
alles wat zingt en in vervoering brengt,
alles wat troost en tot bezinning leidt
en alles wat bijdraagt tot meer recht en vrede
voor zoveel mogelijk mensen,
noem ik liefde.

 

Riet BonsStorm