Gereformeerd

Gereformeerd heeft voor velen een negatieve klank. Het wordt vaak in verband gebracht met bekrompenheid en leven met strenge regeltjes en daarvan hebben we ons ontworsteld. Voor sommigen is de onvrede met het woord gereformeerd ook een sterke motivatie voor het samenopwegproces, dan kunnen we ons tenminste Protestants noemen en worden we niet meer met Gereformeerd geassocieerd.

Dat betekent dat we ons verleden als gemeente vooral afkeuren. Ik vraag mij af of dat wel een goede basis is voor een dergelijk proces en of een dergelijke houding tegenover ons verleden als gemeenschap ook niet ons bestaansrecht aantast. Een positieve beoordeling van ons gedeelde verleden brengt ook met zich mee dat we dingen van ons geloofserfgoed koesteren en dat willen inbrengen in een proces van samenwerking. 

Maar is een dergelijke positieve beoordeling mogelijk? De Gereformeerde kerk van Loppersum is in 1891 voortgekomen uit de in 1877 opgerichte hulpkerk in Loppersum als onderdeel van de gemeente in Garrelsweer. 1891 is na de Doleantie van 1886, waarbij in heel Nederland 300.000 mensen onder leiding van Abraham Kuyper de Nederlands Hervormde Kerk verlieten. Samen met de afgescheidenen van 1834, die onder leiding van Hendrick de Cock uit Ulrum uit de Hervormde kerk waren gestapt vormden zij de Gereformeerde kerken in Nederland.

Deze mensen worden wel getypeerd als “de kleine luiden”. Die naam kregen ze omdat zij voor een groot deel bestonden uit kleine middenstanders, arbeiders, kleine boeren, dus juist niet de elite van die tijd. In Loppersum zal dat niet anders zijn geweest. Snel na de oprichting van de Gereformeerde kerk in Loppersum werd een begin gemaakt met de oprichting van een christelijke school. Het was de tijd van de schoolstrijd, waar confessionelen streden voor eigen christelijk onderwijs. Die school werd opgericht in 1894. Die bestaat nog steeds en heet Roemte. CBS Roemte is dus opgericht vanuit de Gereformeerde Kerk. Onze kerk is de bakermat.

Openbaar onderwijs en christelijk onderwijs waren niet gelijkberechtigd, dat wil zeggen dat het christelijk onderwijs maar voor een deel uit bijdragen van de overheid betaald kon worden. Een groot deel werd betaald uit de eigen bijdragen van de ouders, het zogenaamde schoolgeld. Dus die kleine luiden richten een eigen kerk op en een eigen school en betaalden dat voor een groot deel uit eigen zak. Ik vind dat een prestatie van formaat. Ik twijfel eraan of wij vandaag de dag wel tot zulke dingen in staat zijn qua organiserend vermogen en offerbereidheid.

Bovendien was er ook nog een speciaal fonds voor degenen die geen schoolgeld konden betalen. Zo hielp men ook de armsten aan onderwijs. Het eerste hoofd van de school was Arend Pilon, een geboren en getogen Lopster. Hij bleef hoofd tot 1930 toen hij 65 werd. En heeft een duidelijk stempel op de eerste decennia van de school gezet en speelde ook als hoofd der school een belangrijke rol in de kerkelijke gemeenschap.

De school heeft belangrijk bijgedragen tot de emancipatie van de kleine luiden. Hun positie werd steeds beter door de vorming en doordat zij goed georganiseerd waren. De emancipatie en organisatie was door het geloof geïnspireerd. Een vast en helder omschreven geloof in God en de bijbel hielp de kleine luiden maatschappelijk te stijgen. Toen dit gebeurd was begon men met minachting terug te kijken op hun manier van leven, geloven. Ik denk dat men zich ook steeds meer tot de elite voelde aangetrokken die nog steeds op kleine luiden neerkeek. Vele gereformeerden voelden zich helemaal thuis in hun geloofsbeleving en haalden daar veel troost en inspiratie voor maatschappelijke inzet uit. Dat mogen we beslist waarderen. Ook al is ons geloof anders dan toen, het mag ons net als de kleine luiden eerder ons troosten en inspireren. Ik denk dat die kleine luiden en hun inzet ook in toekomstig protestants verband op waarde geschat mag worden.

Ds. Marco Roepers