Federatie en fusie, een mening

Vredekerk en Maarland, we zijn inmiddels een federatie. Maar wanneer komt het tot een fusie?

In de kerkenraden is dit een onderwerp dat regelmatig besproken wordt. Een deel verlangt ernaar, een deel heeft er angst voor. In dit stuk schrijf ik dat het duidelijk is dat wij niet meer zonder elkaar kunnen. Verder dat wij in de toekomst meer en meer op elkaar aangewezen zullen zijn. En ook dat er verschillen zijn tussen beide wijkgemeenten, maar ik zie dat positief. Ook wil ik zeggen dat er al zoveel zo goed gaat samen. Met dat laatste begin ik.

  1. Zoveel gaat al zo goed
    Het is bijzonder om de afgelopen jaren Startzondag mee te maken. Het is niet eens een kerkelijk feest, maar het is wel een vrolijk begin van het kerkelijk jaar. Hoewel, niet alleen vrolijk, het stond ook wel eens in het teken van verdriet om een overlijden. Maar zowel verdriet als vrolijkheid konden we samen delen. Het verdriet door een kaart te ondertekenen en een naam te noemen in de voorbeden. De vrolijkheid door samen te luisteren naar een lezing of een concert, door hapjes te proeven bij de Doe en Deeltuin, door samen met een grote groep kinderen en jongeren te hockeyen of te voetballen.

    Met Pinksteren hebben we een gezamenlijke belijdenisdienst gehad, met uit beide wijken iemand die belijdenis deed. De jaren hiervoor verdeelden we de Pinksterdienst tussen Vredekerk en Jacobuskerk en gingen we met de fiets gezamenlijk het spoor over. Ook de overstapdienst van kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan, is samen. En de dienst bij Dankdag.

    Bij de catechisaties zitten jongeren uit beide wijken.
    Daar en op gespreksgroepen of leerhuizen praten mensen uit de beide wijken over wat hen raakt, over hun geloof en hun ongeloof.
    De kindernevendienst werkt nog maar een aantal jaar samen, maar het is al zo vanzelfsprekend dat je je de tijd nauwelijks meer kunt herinneren dat het anders was. Hetzelfde geldt voor de tienerdienst.

  1. Verschillen in beleven
    Er zijn zeker verschillen in beleven tussen beide wijkgemeentes. Tegelijk lopen die verschillen ook dwars door de wijken heen. De verschillen wil ik graag positief bekijken.

    Dat is gemakkelijker als je niet het idee hebt dat je net zo moet worden als de ander. Als je de ander kunt laten geloven zoals hij doet, kun je gaan afvragen wat het voor hem betekent dat hij zo gelooft. Je kunt het hem misschien gaan vragen, misschien zelfs iets van hem leren.

    Ik zie het als een voordeel dat je per zondag (meestal) kunt kiezen uit twee verschillende diensten, ieder met z’n eigenheid. In een stad is dat vaak niet anders.

    In de Vredekerk bijvoorbeeld is veel ruimte om te experimenteren met diensten waar jongeren en dertigers en veertigers grote inbreng hebben. In Maarland bijvoorbeeld is veel ruimte voor de rust en de regelmaat van een eeuwenoude liturgie. Beide vormen bieden kansen om naast elkaar te blijven bestaan in de toekomst. Beide vormen bieden mogelijkheden om te experimenteren. Beide vormen spreken voor een deel dezelfde mensen aan, maar ook voor een deel verschillende groepen. Dat is winst! Beide wijkgemeentes kunnen hier in groeien. Net zo goed als beide wijkgemeentes – ieder voor zich kunnen groeien in gemeenschap en in openheid.

  1. Toekomst
    Het is waarschijnlijk dat onze gemeentes kleiner worden. Maar verlies van aantal hoeft niet verlies van betekenis te zijn.

    Wel zullen we steeds meer aangewezen zijn op elkaar. In praktische zaken zal er meer samenwerking noodzakelijk zijn. Met het verlies van aantal zal waarschijnlijk het besef groeien dat je als gemeenten samen ergens voor staat.

    Dat is ook de reden dat we met een aantal gemeenten in de regio een cluster vormen. Niet om met elkaar te fuseren, maar wel om elkaar bij te staan. We kunnen met elkaar samenwerken in Vorming en Toerusting en misschien op den duur ook in catechisaties. We kunnen elkaar helpen, alleen al door elkaar te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen.

    Een kleiner aantal gemeenteleden betekent ook minder grote predikantsplaatsen. Misschien is het wel zo dat er in de toekomst één predikant is voor het hele cluster, een rondreizende professional die de verschillende gemeentes dient.

    Voor de meer nabije toekomst is het de vraag of Maarland en Vredekerk met hun verschillende profielen, misschien ooit samen één predikant zouden kunnen hebben.

    Dat lijkt mij iets wat in de komende tijd eens onderzocht kan worden, bijvoorbeeld door de profielschetsen van de laatste beroepingsprocedures naast elkaar te leggen. Misschien is het niet mogelijk, misschien kan het wel. Maar ook als het niet kan, doet dat niets af aan het samen dat er is.

  1. Zonder elkaar gaat het niet
    Als je actief bent in het jeugdwerk, zoals ik als predikant dat ook ben, dan merk je al heel snel: zonder elkaar gaat het niet. Alleen al het vormen van groepen zou bij de catechisaties een probleem gaan vormen. Daarnaast is het ook nog eens fijn om samen te werken.

    Een mooi voorbeeld is de kerk & film dienst in november. De aanleiding om zoiets te organiseren lag in de filmavonden in de Vredekerk, maar de dienst was in een Maarlandkerk. Het idee om een kerkdienst en een film aan elkaar te koppelen ontstond in de groep Provider, waarin beide gemeenten samenwerken. De dienst werd voorbereid door iemand uit de Vredekerk en iemand uit Maarland. Tijdens de dienst werd gezongen door een gelegenheidskoortje, dat bestond uit mensen van Vredekerk en Maarland. Het resultaat was een bijzondere dienst en een geanimeerde filmavond. En ook het gevoel: dit hadden wij zonder elkaar niet kunnen doen.

    Fusie of federatie, naar mijn idee kunnen Vredekerk en Maarland niet zonder elkaar. Natuurlijk moeten de kerkenraden zich beraden over de vorm die wij onze ‘Protestantse kerk in wording’ willen geven. Maar mij weerhoudt dat niet om nu al te genieten van een gemeente waarin er zoveel goeds samen is, terwijl er tegelijk ook wat te kiezen valt.

ds Tjalling Huisman