Een open huis

Een open huis is het thema van de startzondag op 17 september. We gaan na de  de kerkdienst in de Vredekerk in groepen bij gemeenteleden op bezoek. Mooi en bijzonder dat mensen ons willen ontvangen. Ik moest bij de voorbereiding denken aan een bijbeltekst: Hebreeën 13:2

Vergeet de gastvrijheid niet, want hierdoor hebben sommigen zonder het te weten engelen onderdak geboden.

Wie was dat, die door gastvrij te zijn, engelen ontvangen heeft? Ik moest denken aan Genesis 18, waar Abraham, zittend onder de eiken in Mamre opschrikt als hij drie mannen ziet. Hij loopt hen tegemoet en nodigt hen vriendelijk uit, bij hem te verblijven. Hij biedt hen verzorging en een uitgebreide maaltijd aan. Uit de belofte die de mannen doen dat Abraham en Saraï een zoon zullen krijgen blijkt dat de mannen God of engelen zijn. En Abraham wist het niet toen hij hen uitnodigde.

Ik las dat de gastvrijheid van Abraham heel gebruikelijk was in het oude oosten. Is dat zo? Is de gastvrijheid die Abraham hier ten toon spreidt ook niet voor het Oude Oosten heel vergaand? Het waren immers onbekenden voor hem? Sterker nog, even verderop in Genesis lezen we hoe vijandig de mensen in Sodom tegenover vreemdelingen stonden. Zo uitzonderlijk ongastvrij Sodom is, zo uitzonderlijk gastvrij is Abraham. Ik denk dat gastvrijheid belangrijk is in het Oude Oosten, maar nooit vanzelfsprekend. In Genesis is Abraham een voorbeeld van gastvrijheid. Een heel groot voorbeeld, waar de mensen in het Oude Oosten niet aan konden tippen en wij waarschijnlijk nog minder.

Vandaar ook die aansporing in de Hebreeënbrief. Abraham wordt niet genoemd en toch is hij hier een voorbeeld. Deze twee teksten zijn lang niet de enige plaatsen waar gastvrijheid belangrijk gevonden wordt. Een van de motieven kunnen wij bij Abraham vinden. Abraham zelf was vreemdeling in een vreemd land. Hij woont in het land dat zijn nakomelingen beloofd is, maar hijzelf woont er als een vreemdeling. Met die vreemdelingen die hij zag staan had hij een een lotsverbondenheid. Het vreemdeling zijn. Vreemdelingen zijn aangewezen op gastvrijheid. Ze hebben geen rechten, maar leven van de gunsten. Dat besef maakt een mens open. Open voor de mensen op zijn weg en open voor God. Een mens kan in het gastvrij ontvangen van anderen God ontmoeten, zonder het te weten. Dat is de suggestie die Hebreeën doet. Abraham ontvangt in zijn tent God die hem het land belooft. De werkelijke eigenaar van Kanaän. Dat geldt ook voor ons. God is de gever van alles, hij biedt ons alles aan, om te wonen, te eten en te leven. In feite is God de gastheer van ons hele bestaan.

Zo zijn wij op de startzondag ook welkom bij gemeenteleden en die tonen iets van hun leven. Maken we kennis met de plek waar zij geborgenheid ervaren, de plek waar zij leven, in de meest directe kring van hun leven. Zijn wij daar even te gast, maar gastvrijheid is nooit vanzelfsprekend. Het is juist die openheid die ons met elkaar verbindt. Daar leren wij elkaar beter kennen en groeit de gemeenschap. En daar waar verbondenheid tussen mensen groter wordt, daar is God aanwezig.

Ds. Marco Roepers