2019-03 onder de toren

Eigenlijk sta ik op het standpunt dat een domie niet teveel over partijpolitiek moet zeggen. Een domie is hierin net zoiets als een koning, natuurlijk is hij politiek betrokken maar hij staat boven de partijen. Maar na de grote verkiezingsoverwinning van het Forum voor Democratie lees ik zoveel religieuze verwijzingen in de toespraak van de leider van het Forum – en in het commentaar daarop – dat ik het niet kan laten. Thierry Baudet wordt messias genoemd, en wat hij zegt is een heilsleer. Hij spreekt over ‘de wederopstanding’ en zegt: ‘op die rots gaan wij onze zuil bouwen’. Dan ben je zeker wel in Bijbelse taalvelden verzeild geraakt. Hij spreekt ook over een spiritueel vacuüm waarin Nederland verkeert. En dan de kritiek op de machthebbers – ‘we worden ondermijnd door onze bestuurders’ –  past stevige taal ook niet bij een messias?

Maar dat ontkennen van de feiten over de opwarming van de aarde – ik weet niet of een messias het zich kan veroorloven zijn leer op valse feiten te baseren. En kun je zomaar universiteiten en journalisten wegzetten als ‘mensen die ons ondermijnen’, zoals Baudet doet? Wie zijn die ‘ons’ eigenlijk?

In ieder geval is Thierry Baudet succesvol, hij heeft nu al meer dan een miljoen aanhangers. Dat is toch wel een staaltje van goede werving, kon de kerk dat maar zo goed!

Over die aanhangers lees ik dat zij een groot wantrouwen koesteren tegen de overheid, dat zij zich zorgen maken over hun inkomen en over Zwarte Piet. Onwillekeurig moet ik denken aan dat spirituele vacuüm. En ook aan wat Matteus schrijft over Jezus (9:36): “Toen Jezus de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.” Even later zit hij met hen brood te delen en te eten. Zou Baudet ook medelijden met de mensen voelen, zou hij ook delen en samen eten met zijn aanhangers?

domie Tjalling




2019-02 Onder de toren

Ik las ergens iets over de veranderende kijk op ‘de dominee’ in onze kerk en maatschappij. Ooit was de dominee letterlijk en figuurlijk een heer. Een echt baasje dus, die thuishoorde tussen de kopstukken van de samenleving. Tegenwoordig zit een dominee wat betreft maatschappelijk aanzien op het niveau van zeg maar de bakker. Zoals de bakker dat elke dag doet, bereidt de dominee voor de zondag een voedzaam baksel. Als het brood van de bakker je niet meer smaakt, koop je het wel bij de supermarkt. Zo is het ook bij de dominee: als het brood van de zondagmorgen je niet meer smaakt, ga je liever shoppen op de markt van welzijn en geluk.

Het beroep van dominee wordt wel bekeken vanuit drie gezichtspunten: je hebt de professie, de persoon en het ambt. De professie is wat je geleerd hebt aan beroepsvaardigheden, het heeft te maken met je opleiding. Het ambt is iets dat je aangereikt krijgt, door anderen en van boven wordt je in het ambt gesteld. De persoon is natuurlijk wie je zelf bent.

Ooit was het ambt belangrijk, door het ambt was de dominee bijzonder. Tegenwoordig is de persoon belangrijk, een dominee moet zich bijzonder maken door hoe hij is. Ik vind dat een verandering die wel bij deze tijd past, waarin het formele minder belangrijk is dan het persoonlijke. Maar ik realiseer mij ook dat het een dominee wel kwetsbaar kan maken. Als hij of zij als persoon geen klik heeft met de gemeente of niet zo lekker in z’n vel zit, is er geen ambt meer dat hem of haar staande houdt. Overigens geldt dat niet alleen voor de dominee, ook voor de burgemeester gaat het op: als de persoon niet goed valt, valt de ambtsketen in het niet.

Eigenlijk voel ik mij wel thuis tussen bakkers en slagers, ik kom tenslotte ook zelf uit een slagersfamilie. En het woord dominee, daar heb ik nooit van gehouden. Het doet mij teveel aan een baasje denken. Geef mij dan maar het Groningse domie. Dat klinkt wel schattig, haast als een troetelnaam.

domie Tjalling

 




Onder de Toren 2019-1 de Nashville verklaring

(geschreven door ds Tjalling Huisman, mede namens mijn collega ds Marco Roepers)

De Nashville-verklaring van de hand van een aantal conservatieve predikanten en kerkwerkers, heeft veel stof doen opwaaien. Gelukkig heeft de scriba van onze Protestantse Kerk, René de Reuver, er duidelijk afstand van genomen. Zo’n verklaring kraakt je volgens mij vooral als je jong bent, gelooft en merkt dat je homoseksuele gevoelens hebt of dat je eigenlijk in een verkeerd lichaam zit. Als je dan deze massieve veroordeling over je heen krijgt, kun je de neiging krijgen om je gevoelens maar te verbergen en in de kast te blijven.

Een aantal zaken in de verklaring stoort mij vooral.

In de eerste plaats de suggestie (artikel 12 van de verklaring) dat je kunt veranderen, dus je homoseksuele gevoelens kunt uitdoven. Die suggestie wordt versterkt doordat één van degenen die het initiatief voor deze verklaring hebben genomen, hierover in zijn toespraken spreekt. Als je je gevoelens van liefde al zou willen uitdoven – dat lijkt mij niet fijn – het kan niet! Het gaat helemaal in tegen de ervaring van velen die daarmee geworsteld hebben en bijna tot zelfdoding zijn gedreven.

In de tweede plaats doen de opstellers van de verklaring alsof zij de enige juiste christenen zijn. Dat vind ik nogal arrogant. Het is ook in strijd met wat we in de Protestantse kerk hebben afgesproken: hierover denken we verschillend, maar het is geen goede zaak om wie-ook-maar te veroordelen.

Verder stoor ik mij erg aan de manier waarop de opstellers van het pamflet met het Woord van God omgaan. Elk woord van de Bijbel is voor hen letterlijk Woord van God. Als je met die ogen de Bijbel gaat lezen, dan kun je nog voor vreemde dingen komen te staan. Zo is ook de slavernij  eeuwenlang goedgepraat met een beroep op de Bijbel.

Ik denk dat je de Bijbel alleen goed kunt lezen, als je inziet dat het oude teksten zijn die alleen tot leven komen als de Geest van God gaat waaien. Als je je verstand door de Geest laat afstemmen op het leven van vandaag, en als je je hart laat afstemmen op de Geest van Jezus.

En dat laatste stoort mij het meest.

In de verklaring kom ik veel natuurlijke theologie tegen: er wordt gesproken over God die dit of dat zus en zo bedoeld heeft in de schepping. Ik heb geleerd dat je in de christelijke kerk alleen vanuit Christus kunt denken. De schepping is nogal een lastig ding namelijk: er zit mij te weinig liefde in, alles vreet alles maar op.

Maar vanuit de liefde van Christus wil ik graag de Bijbel lezen en ook nadenken over vragen van deze tijd. Dat is niet nieuw, Paulus deed het ook al. Hij is natuurlijk een kind van zijn tijd en schrijft dus ook dingen die in zijn tijd passen. Maar uiteindelijk gaat het hem toch om de liefde van Christus. Hij schrijft: er zijn geen joden en Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen, u bent allen één in Christus Jezus (Brief aan de Galaten, 3:28). Alle grote sociale verschillen uit die dagen, verklaart Paulus voor onbelangrijk (en dat is eigenlijk een revolutie in zijn tijd). Het gaat om de liefde van Christus.

Dat lijkt mij het uitgangspunt voor iedere gemeenschap die zichzelf christelijk wil noemen.

domie Tjalling




Onder toren 10-2018

Op 5 december werd ik verrast door een pakje dat door de brievenbus was gegooid. Natuurlijk heb ik geen moment in de gaten gehad of het Sint Nicolaas zelf was of een van zijn Pieten. Er zat een mooi gedicht bij, waar ik echt blij van werd.

Maar ook de inhoud van het pakje was hartverwarmend: gedichten van Arie de Bruin en tekeningen van Len Munnik. Eén van de gedichten, geschreven in Jeruzalem, zet ik hier graag onder:

B IJ Z O N D E R  M E N S

Hier heeft hij ooit gelopen
Isa de profeet
Jezus, de messias
of hoe hij verder heet
of wat men van hem denkt
of maakt ver van mijn bed

Joshua
de zoon van Jozef
timmerman uit Nazareth
die zijn naaste heeft gered

toch een bijzonder mens
die zijn eigen kruis ging dragen
vol onbegrepen vragen

en een uitgesproken wens
om een wereld
waar het recht heerst
en de goddelijke gein
voor de Jood en Palestijn
waar de laatsten
ook de eersten mogen zijn.

Graag wens ik u / jullie allemaal een gezegende kerst!

domie Tjalling




Onder de toren 9-2018

Een tijdje geleden organiseerde een uitvaartondernemer uit de buurt een avond in het dorpshuis van Zeerijp. Haar bedoeling was om mensen te stimuleren na te denken over hun eigen uitvaart: hoe wil ik dat er afscheid van mij genomen wordt? Hoeveel kost een gemiddelde uitvaart en ben ik daarvoor voldoende verzekerd? Neem ik de tijd om met mensen die mij lief zijn, te praten over mijn en hun uitvaart? Interessant was dat zij ook allemaal mensen had uitgenodigd die via hun bedrijf vaak bij uitvaarten betrokken zijn. Zo was Nancy Koning aanwezig, om iets te vertellen over haar persoonlijke manier om bloemstukken te maken. Peter Beereboom vertelde iets over geluid en beeld, en hoe mensen het waarderen als alles vlekkeloos verloopt. Er was iemand die mensen adviseert in hun financiën. Een eigenaar van een schip was aanwezig, hij vaart uit met  familie en vrienden van overledenen om de as op zee te verstrooien. Alie Leeuwis van het Dorpshuis liet haar prachtige geweefde doeken zien; je hoeft niet in een kist begraven te worden, het kan ook in een doek. Ik zat ertussen als domie van een van de kerken in de omgeving. In die rol kon ik vertellen dat ik vind dat mensen altijd zelf hun uitvaart vormgeven, ook als die kerkelijk is. Het gaat niet om de kerk of de domie, het gaat om degene die is overleden en zijn / haar familie. Ook als ik geen gebed uitspreek, omdat dat niet past bij de familie en de overledene ….God is er toch wel bij, geloof ik. Ik heb ook verteld dat mensen mij wel eens bij zich roepen, om te praten over hun uitvaart. Soms zijn dat mensen die ziek zijn, maar niet altijd. Het kan goede gesprekken geven, als je je wensen over je eigen uitvaart gaat vastleggen: welke muziek wordt er gedraaid of welke liederen vind je mooi om te zingen, welke (Bijbel)teksten wil je laten lezen, waar wil je graag dat het afscheid plaatsvindt? Het zijn gesprekken waardoor mijn gesprekspartner(s) geraakt worden, maar ik ook: bijzondere momenten om samen te delen.

Als u / je denkt: daar zou ik het ook wel een keer over willen hebben, spreek mij er gerust een keer over aan.

domie Tjalling




Onder de Toren 8-2018

Het Platform voor levensvragen organiseerde twee avonden over dementie. De eerste avond heb ik gemist vanwege de verjaardag van mijn jongste dochter. Maar ik hoorde dat er veel mensen naar de koffiezaal van de Vredekerk zijn gekomen om te luisteren naar wat dokter Petra van Lune en professor Riet Bons-Storm over dementie te vertellen hebben.

De tweede avond begon zonder welkom: de zaallichten gingen uit en op het podium verschenen vijf spelers van toneelgroep Sappho uit Loppersum. Ik heb echt genoten van hun spel! Tijd in de war heet het stuk. Steeds opnieuw wisselden de spelers van rol: dan weer eens was de één een dementerende oudere, dan weer de ander; ook de rollen van kind en van verpleger wisselden. Je kon het zien aan de jassen, die de spelers droegen. Er was ook een gemaskerde speler, die als verteller optrad maar ook commentaar gaf en vragen stelde. In een soort intermezzo vertelden alle spelers, voorop het podium op barkrukken gezeten, elkaar moppen over dementie. Die moppen waren niet alleen zomaar grappig en ontspannend. Doordat ze binnen het verhaal van dementie werden verteld, kregen ze ook iets bitters.

Het toneelspel was een uitnodigende aanzet om met elkaar in gesprek te gaan over dementie. Het werden goede gesprekken in kleine groepen over een ernstige, ongeneeslijke ziekte.

Oh ja, voor wie dat nog niet weet: in het Platform voor Levensvragen werken de Zorgcoöperatie Loppersum, de huisartsenpraktijk Van Lune en onze beide wijken samen. In voorgaande jaren zijn er al avonden georganiseerd over ‘levenseinde’ en ‘het drukke moderne leven & sociale media’.

domie Tjalling




Onder de toren 7-2018

Afbeeldingsresultaat voor Tijl van Daniel KehlmannIk heb in de vakantie het boek Tijl van Daniel Kehlmann gelezen. Tijl Uilenspiegel is een nar. Een nar diende vaak aan het hof van de koning. De koning moet plannen maken, vooruitzien, regeren. Aan de nar de taak om dat alles belachelijk te maken en te relativeren. Dat is niet altijd leuk voor de koning. Maar het helpt de koning wel: alles wat hypocriet is, wordt aan de kaak gesteld; alles wat onecht is, wordt ontmaskerd; grootheidswaan wordt voor gek gezet.

Als de koning goed luistert naar de nar, dan wordt zijn beleid daar alleen maar beter van.

Ook in Nederland hebben we vele narren: cabaretiers en schrijvers, zangers en columnisten. Met regelmaat spotten zij met de regering en alles wat gezag draagt. Hypocrisie halen ze onderuit, grootheidswaan bespotten zij, ze ontmaskeren onechtheid. Daar kan je als regering alleen maar van profiteren, en hopelijk kun je er soms om mee lachen.

Datzelfde geldt ook als het om kerk en geloof gaat – wat kun je als gelovige soms wel niet leren van de onbarmhartige kritiek van een nar! Daarom vond en vind ik dat een satirisch blad als Charlie Hebdo (in Frankrijk) geen blad voor de mond hoeft te nemen. Leve de nar.

Maar als de koning voor nar gaat spelen, dan gaat het fout. Dat is ook mijn bezwaar tegen het voornemen van Geert Wilders om een cartoonwedstrijd over Mohammed te organiseren. Iemand die gekozen is als volksvertegenwoordiger moet zich met serieuze zaken bezighouden, het besturen van een land. Gelukkig heeft Geert Wilders inmiddels zijn plannen ingetrokken.

domie Tjalling




Onder de toren 6-2018

Op de laatste gemeenteavond van 18 juni in Elthato heb ik iets proberen te vertellen over de inleiding van het beleidsplan (in wording) van onze wijk Maarland. Onze gemeente heb ik vergeleken met een bootje, zeg maar het schip der kerk, onderweg naar het Koninkrijk van God. Niet alleen (zonder anderen) onderweg, maar met vele andere kerken. In de eerste plaats natuurlijk onze zustergemeente van de Vredekerk.

Maar ook als kerken zijn we niet alleen onderweg. Er zijn vele andere bootjes met mensen die zich inzetten voor de ‘minsten van mijn broeders en zusters’.

Het beeld van een bootje onderweg is natuurlijk maar een beeld, maar het maakt duidelijk dat de kerk geen doel op zich is. Een club is een doel op zich, maar de kerk staat in dienst van het Koninkrijk van God.

Als gemeente zijn we onderweg, op reis. Vroeger kon je in de kerk misschien het idee hebben dat je bezig was aan een georganiseerde reis, met duidelijke regels over wat je wel of niet moest geloven en wat je wel en niet mocht doen. Tegenwoordig beleven velen dat niet meer zo. Je zou eerder van een zwerftocht of zoektocht kunnen spreken, in de lijn van Abraham en van Jezus. Op die tocht nemen we als gemeente wel (geestelijke) bagage mee. Natuurlijk het evangelie, niet in onze broekzak maar als drijvende kracht en woord van licht voor ieder.

Voor onze wijk heb ik nog drie andere bagagestukken als kenmerkend proberen te omschrijven.

Het eerste: open voor de ander.
Open voor de wereld, voor andere kerken, voor nieuwe mensen in ons midden

Het tweede: eigenheid koesteren.
Blij zijn met onze liturgie en met de (geestelijke) ruimte in onze gemeente.

Het derde: verantwoordelijk voor elkaar.
Nieuwsgierig zijn naar het geloof van de ander, en openheid om zelf iets te delen; en omzien naar elkaar.

Met die bagage is het bootje Maarland tussen al die andere bootjes op weg naar het Koninkrijk van God. Onderweg zijn er ook gevaren. Ik noem er één: de klif van het clubgevoel. Een club is een doel in zich, een club kan zich sluiten tot een ons-kent-ons. Maar een kerk is nooit doel in zich, steeds opnieuw moet zij zich openen.

Onderweg kan het schip regelmatig aanleggen bij het ‘eiland van inspiratie’. Inspiratie kun je opdoen door een dienst die je raakt maar ook door een ontmoeting met iemand ‘van buiten’. Door een leerhuis of door een vergadering en noem maar op.

Als u / jij de inleiding op het beleidsplan wilt lezen en er misschien op wilt reageren, graag. Een mailtje of een telefoontje naar mij, dan stuur ik het toe.

domie Tjalling




Onder de toren 5-2018

Waar ik treurig van word, dat is een groep christenen onder leiding van dominee Henk Poot. Zij zien in president Donald Trump degene die het eind der tijden dichterbij brengt. Nu denk ik dat ook wel eens als ik berichten over Donald Trump lees: het eind der tijden is nabij! Ik bedoel dat dan overdrachtelijk en niet bepaald positief. Maar dominee Poot en consorten bedoelen dit positief en letterlijk. Zij geloven dat de ontwikkelingen in Israël-Palestina tekenen zijn van de op handen zijnde wederkomst van Christus. Ik vind dat erg knap van hen, want zelfs Jezus was niet op de hoogte van dag en moment (Matteus 24: 36). De verhuizing van de ambassade van de VS naar Jeruzalem, het oplaaiende geweld in Gaza – het is allemaal voorzegd in de Bijbel, zo zegt dominee Poot en met hem miljoenen Trump aanhangers. Het brengt ons dichter bij ‘de grote finale’. Persoonlijk kijk ik graag naar grote finales, zeker als het om voetbal gaat en als er goed wordt gespeeld. Maar finales die vooraf worden gegaan door excessief geweld, daarvoor zet ik mijn tv liever uit.

Als je denkt en predikt dat het Gods wil is, dat mensen de dood vinden in de aanloop naar de grote finale ben je volgens mij ver verwijderd van de God van Jezus.

Ik ben bang dat je dan beland bent in een heidendom waar de mens zelf op de troon van God is gaan zitten.

domie Tjalling




Onder de toren 4-2018

Op 11 april de eerste viering gehad in de tent van Ons laand, ons lu – het kamp van de hongerstaker.

Die hongerstaker is nu Pieter Douma, hij heeft het stokje overgenomen van Jan Holtman en Janny Knot.

Na het aansteken van de Paaskaars hebben we het onrecht gedeeld dat zoveel Groningers overkomt. Het verdriet en leed van ons leven en dat van anderen hebben we in de kring genoemd.

Daarna zongen we zachtjes mee met Ede Staal:

’t het nog nooit, nog nooit zo donker west
of ’t wer altied wel weer licht.

Later in de viering hebben we kaarsjes aangestoken aan het licht van de Paaskaars. Voor sommigen was dat een gebed, anderen hebben hun kaarsjes als lichtpuntje in het donker ontstoken.

We luisterden naar We shall overcome, gezongen door Mahalia Jackson en zongen de tekst mee.

Als afsluiting kregen we de volgende woorden mee:

Licht dat terugkomt, hoop die niet sterven wil.
Moge vrede en recht groeien en bloeien
in Groningen,
op onze wereld,
in onze harten.

Het was een bijzonder ervaring om even deelgenoot te zijn van Ons laand, ons lu.

Er zijn regelmatig vieringen en iedereen is van harte welkom om mee te doen!

Voor informatie, zie: www.kerkenaardbeving.nl

Het is fijn als er mensen uit onze kerken komen om tijd en aandacht te delen met de hongerstaker en de andere actievoerders.

domie Tjalling