image_pdfimage_print

Onder de toren 7-2018

Afbeeldingsresultaat voor Tijl van Daniel KehlmannIk heb in de vakantie het boek Tijl van Daniel Kehlmann gelezen. Tijl Uilenspiegel is een nar. Een nar diende vaak aan het hof van de koning. De koning moet plannen maken, vooruitzien, regeren. Aan de nar de taak om dat alles belachelijk te maken en te relativeren. Dat is niet altijd leuk voor de koning. Maar het helpt de koning wel: alles wat hypocriet is, wordt aan de kaak gesteld; alles wat onecht is, wordt ontmaskerd; grootheidswaan wordt voor gek gezet.

Als de koning goed luistert naar de nar, dan wordt zijn beleid daar alleen maar beter van.

Ook in Nederland hebben we vele narren: cabaretiers en schrijvers, zangers en columnisten. Met regelmaat spotten zij met de regering en alles wat gezag draagt. Hypocrisie halen ze onderuit, grootheidswaan bespotten zij, ze ontmaskeren onechtheid. Daar kan je als regering alleen maar van profiteren, en hopelijk kun je er soms om mee lachen.

Datzelfde geldt ook als het om kerk en geloof gaat – wat kun je als gelovige soms wel niet leren van de onbarmhartige kritiek van een nar! Daarom vond en vind ik dat een satirisch blad als Charlie Hebdo (in Frankrijk) geen blad voor de mond hoeft te nemen. Leve de nar.

Maar als de koning voor nar gaat spelen, dan gaat het fout. Dat is ook mijn bezwaar tegen het voornemen van Geert Wilders om een cartoonwedstrijd over Mohammed te organiseren. Iemand die gekozen is als volksvertegenwoordiger moet zich met serieuze zaken bezighouden, het besturen van een land. Gelukkig heeft Geert Wilders inmiddels zijn plannen ingetrokken.

domie Tjalling

Onder de toren 6-2018

Op de laatste gemeenteavond van 18 juni in Elthato heb ik iets proberen te vertellen over de inleiding van het beleidsplan (in wording) van onze wijk Maarland. Onze gemeente heb ik vergeleken met een bootje, zeg maar het schip der kerk, onderweg naar het Koninkrijk van God. Niet alleen (zonder anderen) onderweg, maar met vele andere kerken. In de eerste plaats natuurlijk onze zustergemeente van de Vredekerk.

Maar ook als kerken zijn we niet alleen onderweg. Er zijn vele andere bootjes met mensen die zich inzetten voor de ‘minsten van mijn broeders en zusters’.

Het beeld van een bootje onderweg is natuurlijk maar een beeld, maar het maakt duidelijk dat de kerk geen doel op zich is. Een club is een doel op zich, maar de kerk staat in dienst van het Koninkrijk van God.

Als gemeente zijn we onderweg, op reis. Vroeger kon je in de kerk misschien het idee hebben dat je bezig was aan een georganiseerde reis, met duidelijke regels over wat je wel of niet moest geloven en wat je wel en niet mocht doen. Tegenwoordig beleven velen dat niet meer zo. Je zou eerder van een zwerftocht of zoektocht kunnen spreken, in de lijn van Abraham en van Jezus. Op die tocht nemen we als gemeente wel (geestelijke) bagage mee. Natuurlijk het evangelie, niet in onze broekzak maar als drijvende kracht en woord van licht voor ieder.

Voor onze wijk heb ik nog drie andere bagagestukken als kenmerkend proberen te omschrijven.

Het eerste: open voor de ander.
Open voor de wereld, voor andere kerken, voor nieuwe mensen in ons midden

Het tweede: eigenheid koesteren.
Blij zijn met onze liturgie en met de (geestelijke) ruimte in onze gemeente.

Het derde: verantwoordelijk voor elkaar.
Nieuwsgierig zijn naar het geloof van de ander, en openheid om zelf iets te delen; en omzien naar elkaar.

Met die bagage is het bootje Maarland tussen al die andere bootjes op weg naar het Koninkrijk van God. Onderweg zijn er ook gevaren. Ik noem er één: de klif van het clubgevoel. Een club is een doel in zich, een club kan zich sluiten tot een ons-kent-ons. Maar een kerk is nooit doel in zich, steeds opnieuw moet zij zich openen.

Onderweg kan het schip regelmatig aanleggen bij het ‘eiland van inspiratie’. Inspiratie kun je opdoen door een dienst die je raakt maar ook door een ontmoeting met iemand ‘van buiten’. Door een leerhuis of door een vergadering en noem maar op.

Als u / jij de inleiding op het beleidsplan wilt lezen en er misschien op wilt reageren, graag. Een mailtje of een telefoontje naar mij, dan stuur ik het toe.

domie Tjalling

Onder de toren 5-2018

Waar ik treurig van word, dat is een groep christenen onder leiding van dominee Henk Poot. Zij zien in president Donald Trump degene die het eind der tijden dichterbij brengt. Nu denk ik dat ook wel eens als ik berichten over Donald Trump lees: het eind der tijden is nabij! Ik bedoel dat dan overdrachtelijk en niet bepaald positief. Maar dominee Poot en consorten bedoelen dit positief en letterlijk. Zij geloven dat de ontwikkelingen in Israël-Palestina tekenen zijn van de op handen zijnde wederkomst van Christus. Ik vind dat erg knap van hen, want zelfs Jezus was niet op de hoogte van dag en moment (Matteus 24: 36). De verhuizing van de ambassade van de VS naar Jeruzalem, het oplaaiende geweld in Gaza – het is allemaal voorzegd in de Bijbel, zo zegt dominee Poot en met hem miljoenen Trump aanhangers. Het brengt ons dichter bij ‘de grote finale’. Persoonlijk kijk ik graag naar grote finales, zeker als het om voetbal gaat en als er goed wordt gespeeld. Maar finales die vooraf worden gegaan door excessief geweld, daarvoor zet ik mijn tv liever uit.

Als je denkt en predikt dat het Gods wil is, dat mensen de dood vinden in de aanloop naar de grote finale ben je volgens mij ver verwijderd van de God van Jezus.

Ik ben bang dat je dan beland bent in een heidendom waar de mens zelf op de troon van God is gaan zitten.

domie Tjalling

Onder de toren 4-2018

Op 11 april de eerste viering gehad in de tent van Ons laand, ons lu – het kamp van de hongerstaker.

Die hongerstaker is nu Pieter Douma, hij heeft het stokje overgenomen van Jan Holtman en Janny Knot.

Na het aansteken van de Paaskaars hebben we het onrecht gedeeld dat zoveel Groningers overkomt. Het verdriet en leed van ons leven en dat van anderen hebben we in de kring genoemd.

Daarna zongen we zachtjes mee met Ede Staal:

’t het nog nooit, nog nooit zo donker west
of ’t wer altied wel weer licht.

Later in de viering hebben we kaarsjes aangestoken aan het licht van de Paaskaars. Voor sommigen was dat een gebed, anderen hebben hun kaarsjes als lichtpuntje in het donker ontstoken.

We luisterden naar We shall overcome, gezongen door Mahalia Jackson en zongen de tekst mee.

Als afsluiting kregen we de volgende woorden mee:

Licht dat terugkomt, hoop die niet sterven wil.
Moge vrede en recht groeien en bloeien
in Groningen,
op onze wereld,
in onze harten.

Het was een bijzonder ervaring om even deelgenoot te zijn van Ons laand, ons lu.

Er zijn regelmatig vieringen en iedereen is van harte welkom om mee te doen!

Voor informatie, zie: www.kerkenaardbeving.nl

Het is fijn als er mensen uit onze kerken komen om tijd en aandacht te delen met de hongerstaker en de andere actievoerders.

domie Tjalling

Onder de toren 3-2018

Marco en ik hebben als thema van de Stille Week gekozen voor ‘verbonden’.

Op Witte Donderdag is er de diepe verbondenheid van de leerlingen met Jezus in de laatste maaltijd, het avondmaal. Jezus spreekt de woorden uit (Marcus 14): dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed. Hij heeft het over het verbond. Een diepe verbondenheid met zijn leerlingen spreekt hij in die woorden uit. Een verbondenheid die het hele lichaam doortrekt, zo diep als mensen verbonden kunnen zijn. Een verbondenheid die het hele leven doortrekt en ook de dood.

Het gaat daarna – op witte Donderdag en op Goede Vrijdag – over de leerlingen die bang zijn, die weglopen, die verraad plegen. Over dat wat mensen allemaal van elkaar kan vervreemden, dat wat de verbondenheid stuk kan maken.

Maar het gaat ook over een diepste Grond van het bestaan, die verbonden blijft met Jezus. In leven en in lijden, in sterven en in dood, in opstanding. Want is dat niet een diepe betekenis van de opstanding van Jezus: God laat niet los, maar blijft verbonden. Blijft ook verbonden met jou en mij.

En zo doet ook Jezus: hij beantwoordt de vervreemding en het weglopen niet met afwending en verbreking van de verbondenheid. Hij blijft verbonden.

Tegen Maria zegt hij (Johannes 20): Houd me niet vast! Maria moet leren om op eigen benen te staan. Maria moet volwassen zijn, niet als een kind vasthouden. Dat geldt voor alle leerlingen van Jezus. Maria heeft het als eerste gezien.

Leven in verbondenheid met Jezus is niet: altijd zien en weten en vasthouden. Het is soms of vaak ook niet weten en wanhopig zijn en tasten in het duister. Maar het is ook zo nu en dan gevoed worden door verhalen en door brood en wijn. Het is zo af en toe hem tegenkomen in de minste van je medemensen: daar heb je hem weer, Jezus, hij blijft verbonden.

domie Tjalling

Onder de toren 2-2018

Onder de toren

Als u / je dit leest, is de Veertigdagentijd alweer begonnen.

Ik vind het mooi dat de diaconie elk jaar een maaltijd organiseert aan het einde van de carnaval, hoe weinig carnaval de meesten van ons ook vieren. Het markeert de overgang naar een andere tijd, een tijd van inkeer en bezinning.

Het Askruisje op Aswoensdag markeert die andere tijd letterlijk en lijfelijk. Het doet mij realiseren dat mijn leven meer is dan de bubbel waarin ik vaak leef. Het voedt mijn verlangen om mij te voeden met voedsel voor de ziel.

Om mijzelf te voeden, kan het goed zijn om wat gebruikelijk voedsel te laten staan: alcohol of snoep, televisiezappen of internetsurfen of wat ook maar. Discipline daarin kan mij helpen om vrijheid te krijgen, en vrijheid kan mij de ruimte geven om mijn ziel te voeden met iets dat mij ten diepste kan raken.

Het lezen van de verhalen over het lijden van Jezus kan mij gevoelig maken voor het lijden van een ander en ook voor dat van mijzelf – mijn lijdende ik. Niet om mijzelf te verheerlijken met het etiket slachtoffer, maar om mijzelf echt onder ogen te komen. Van daaruit kan ik verder gaan. In het vertrouwen dat ten diepste de Eeuwige zich heeft verbonden met mij en ook met al die anderen. In hen kan ik iets van het Geheim van het leven op het spoor komen.

domie Tjalling

Onder de toren 1-2018

Ik schrijf dit stukje een paar dagen na de aardbeving van Zeerijp. Mijn tweede gedachte na de beving was, staat de toren nog overeind? Na een korte controle bleek dat het geval. We zitten middenin alle aardbevingsperikelen. Degenen die in een versterking van hun woning of bedrijf zitten en degenen die de schade maar niet vergoed krijgen, zij wisten dat al. Maar nu weet ook heel Nederland het weer. Met z’n allen zijn we door de jaren heen verslaafd geraakt aan het gas, zonder na te denken over de gevolgen.

Het trieste is dat de gevolgen nu neerkomen op de hoofden van ons Groningers. Of de bevingen te stoppen zijn, niemand weet het  hopelijk helpt het als er minder gas wordt opgepompt uit het hele gasveld. Maar wat ik wel weet is dat alles rond vergoedingen van schade en alles rond de versterkingen, veel beter en veel royaler moet gebeuren. Mensen moeten te vaak hun recht op vergoeding tot op de laatste millimeter bevechten. Mensen worden te weinig gecompenseerd voor alle stress, tijd, ongemak en verlies aan rust die de versterkingen met zich meebrengen. Het zou zo moeten zijn dat heel Nederland enigszins jaloers zou zijn over de vorstelijke behandeling van de mensen in het aardbevingsgebied.

domie Tjalling

Onder de toren 10

Tijdens de avondmaalsviering gebruik ik vaak een tafelgebed met de volgende woorden:

Zo veel is ons ontschoten of ontnomen
verdampt en spoorloos zoekgeraakt
in het zwaar geweld der tijden.

Ik moet dan altijd denken aan zo vele mensen die niet in de kring staan. Mensen die het niet meer kunnen opbrengen, mensen die het niet meer kunnen geloven. Al die mensen die niet meer komen in een dienst, misschien zomaar of omdat er een conflict is geweest. Omdat ze teleurgesteld zijn in de gemeente of omdat ze zich niet meer thuis voelen. Ik beeld mij dan in, dat ook zij in de kring staan. Ze horen erbij, ook al zijn ze er niet.

De volgende zinnen die we in het tafelgebed bidden zijn:

Maar met uw Naam bent U nabij gebleven,
met al wat daarin veilig is gesteld,
eens en voorgoed, voor ieder van ons.

Dat ons, dat zijn ook zij die er niet bij zijn. In Gods gemeente valt niemand erbuiten. Ik hoop altijd dat we dat als gemeente van Christus ook laten zien. Dat we hen niet vergeten die we niet meer zien in de kring. Dat we laten merken dat we hen missen. In een club kun je iemand die niet komt, misschien uitschrijven als lid. De gemeente van Christus is geen club. Altijd blijft de kring open.

domie Tjalling

Onder de toren 9

Gisteravond (als ik dit schrijf, het was donderdag 9 november) was de tweede avond in de serie, die we als werkgroep De Kerk Draait Door organiseren. Te gast was Peter de Haan, die ik mocht interviewen over zijn leven en zijn levensvisie.

Hij is natuurlijk bekend van het duo Rooie Rinus en Pé Daalemmer, maar hoe kijkt hij nu tegen het leven aan? Hij vertelde met veel plezier en met mooie verhalen over zijn jeugd. Daarbij kwam ook zijn geboortehuis ter sprake. Hij zet zich in voor het behoud van de oude slagerij, tegelijk begrijpt hij de moeite van de winkeliers daarmee en gaf aan dat hij niet uit is op vertraging van het centrumplan.

Kwetsbaar toonde hij zich in hoe hij vertelde over zijn ziekte. Het is iets dat als een bom in je leven inslaat. Tegelijk ervaart hij het ook als een verrijking, omdat het je dichter tot elkaar brengt. Het besef van wat echt belangrijk is, geeft je leven een andere kleur.

Natuurlijk heb ik hem ook gevraagd waarom het duo Rooie Rinus en Pé Daalemmer nooit het tweede couplet van Lopster Toren zingt. Dat is een vraag die ik al jaren heb. Peter de Haan antwoordde dat hij het lied al op de lagere school heeft geleerd bij de godsdienstles van domie Van Leeuwen, dat is de schrijver van het lied. Maar ja, op het podium past dat tweede couplet toch echt niet. Tot onze verrassing zong hij aan het einde van de avond het lied samen met zijn vrouw, Ellen Koen. Het klonk prachtig en hartverwarmend in de koude Petrus en Pauluskerk – de kachel deed het niet.

Als De Kerk Draait Door vinden we het belangrijk om levensbeschouwing in onze dorpen op de kaart te zetten. In de kerk gaat het natuurlijk steeds over de vraag: hoe kijk je tegen het leven aan? Maar ieder mens is bezig met die vraag. Door meer of minder bekende mensen uit te nodigen en hen te interviewen, willen we iedereen uitnodigen om na te denken over zijn levensvisie. Vandaar dat elke avond ook eindigt met een drankje en een hapje en napraten.

Vorig jaar november was zanger Arnold Veeman te gast in de Petrus en Pauluskerk, op 1 februari van het nieuwe jaar ontvangen we arts en columnist (in DvhN) Sander de Hosson.

domie Tjalling

Onder de toren 8

Het stormt hier onder de toren zo hard dat ik mij niet meer kan voorstellen hoe mooi rustig het weer was op onze Startzondag. Het thema was Een open huis. Voor mij ligt een lijstje met alle mensen die hun huis toen hebben opgesteld. Het is een indrukwekkende opsomming, ieder huis met een geheel eigen invulling: van een rondleiding door een geheel nieuw huis op de plaats waar eerst een Jarino woning stond, tot een rondleiding door een melkveehouderij. Van een modeshow van jaren zestig kinderkleding tot het bekijken van een verzameling archeologische voorwerpen.

Ik kwam die morgen tot rust tijdens een pianoconcert in huiskamersfeer, daarna genoot ik van kunst in de Jacobuskerk. En achter de Jacobuskerk vond ik iemand die zo inspirerend kan vertellen over de zen van het maaien met de zeis dat ik er jaloers van werd. En zo was er nog veel meer! Ik begreep dat er een groepje jongeren ergens uitleg heeft gekregen over zitmaaierracen. Of zij zelf ook een race hebben gehouden, is mij niet bekend.

Na een middaggebed, sloten we de Startzondag af met een lunch waaraan vele mensen iets hebben bijgedragen. Wat een leuk en inspirerend begin van een nieuw seizoen kerkenwerk!

domie Tjalling