Categoriearchief: Meditatie

image_pdfimage_print

Meditatie mei

Nu bidden wij de Heilige Geest

Pinksteren en protestanten is een wat moeizame combinatie. Het waren vooral Pinkstergemeenten die de Heilige Geest belangrijk vonden en de protestanten die hadden er minder mee. Dat is het beeld dat ik al meer dan eens ben tegengekomen. Van de grondlegger van het protestantisme, Maarten Luther,  wordt gezegd dat hij niet veel aandacht besteedt aan de Heilige Geest in zijn theologie.

Maar als we het Nieuwe Liedboek doorbladeren dan vinden we als nummer 671 het lied Nu bidden wij de heilige Geest. De schrijver van het lied is Maarten Luther. Hij heeft zelfs een lied gewijd aan de Heilige Geest. Sterker nog, het is niet eens zijn enige. In het Nieuwe Liedboek staan er 2 van zijn hand, in het “oude liedboek” staan er zelfs 3 liederen over de Geest door Hem geschreven. Blijkbaar was de Heilige Geest voor hem toch heel belangrijk.

Dit lied “Nu Bidden wij de Heilige Geest” is het minst bekende van het tweetal in het Nieuwe Liedboek. Wellicht goed om er eens beter naar te kijken. Wat is het voor lied?

Het eerste couplet gaat al volgt:

 Nu bidden wij de Heilige Geest
om een recht geloof het allermeest,
dat Hij ons verblijde en ons bevrijde
en aan ’t einde ons naar huis geleide.
Kyrieleis.

Het couplet vraagt om aan het einde naar huis te worden geleid. Dat gaat over de dood en het hiernamaals. Dat is toch niet iets waar wij de Heilige Geest in de eerste plaats mee associëren. Eigenlijk is het teleurstellend dat Luther de Heilige Geest met leven na de dood verbindt.

Maar het lied is in oorsprong niet geschreven door Luther. Het is een lied uit vermoedelijk de 13e eeuw geschreven in het Duits. Het  is geen  Latijns lied dat in de kerk gebruikt werd. Het was vermoedelijk een volkslied en het was heel populair in de Middeleeuwen. Het bestond uit één couplet en dat heeft Luther ongewijzigd overgenomen als het eerste couplet. De andere coupletten zijn toevoegingen van hem. Deze inzet bij de dood is dus niet van hem, maar geeft iets van het levensgevoel van de Middeleeuwer weer.

De twee volgende coupletten gaan als volgt:

Geef, kostbaar licht, ons uw helderheid,
dat wij Christus kennen voor altijd.
Leer Gij ons te bouwen op die getrouwe,
die ons ’t vaderland heeft doen aanschouwen.
Kyrieleis.

Geef, heilige liefde, uw overvloed,
doe ons hart ontvlammen in uw gloed,
dat wij een van zinnen elkaar beminnen,
alle twist en tweedracht overwinnen.
Kyrieleis.

 Het tweede couplet gaat over  de hoop en het derde couplet handelt over de liefde. Als wij dan zien dat in het eerste couplet gesproken wordt over geloof dan heeft Luther deze  bede aan de Heilige Geest omgewerkt tot een gebed om geloof, hoop en liefde. En dat is prachtig. Want zijn geloof, hoop en liefde niet de werkingen bij uitstek van de Heilige Geest? Lees 1 Korintiërs 13 er maar op na in de Bijbel!

Het laatste couplet gaat om de steun van de Geest in aanvechtingen. Als het geloof niet over hoop gaat maar over wanhoop en verwerping. Luther bidt dat Gods Geest daarin altijd mag troosten tot het einde toe. Dan kunnen we leven met een gerust hart.

Zo heeft Luther een oud element uit de traditie opgenomen en het weer een nieuwe betekenis gegeven. Ook daarin zit werkzaamheid van de Geest: het oude weer als nieuw laten klinken.

Luther heeft dit lied niet alleen met Pinksteren laten zingen maar het hele jaar door. Dat is iets wat wij ook kunnen doen, maar met Pinksteren, het feest van geloof, hoop en liefde is het zeker op zijn plaats.

ds. Marco Roepers

 

Meditatie April

Pasen en Pinksteren op een dag

Na Pasen komt Hemelvaart, maar in het evangelie van Lucas (hoofdstuk 24) vallen die gewoon op één dag. Het evangelie van Johannes (hoofdstuk 20) maakt het nog bonter: Pasen en Pinksteren vallen er op één dag. Kijk, dat moeten we hebben!
Pasen en Pinksteren op één dag? Dat gaat nooit gebeuren zegt het spreekwoord. Maar het Johannes evangelie doet het, het zet ze gewoon op één dag.
En terecht! Om iets met Pasen aan te kunnen, heb je wel wat Pinksteren nodig.

Want Pasen, dat blijft moeilijk te begrijpen. Het is een feest vol hoop, maar hoop is iets van geloof en vertrouwen. Je ziet er niets van.
Zo blijft ook de opstanding in nevelen gehuld. Dat zie je als je de verhalen leest over de verschijningen van Jezus. Hij verdwijnt zo plotseling als hij verschijnt. Onherkenbaar is Hij, maar dan opeens zie je het: dat is Jezus! Ongrijpbaar is hij ook. Sterker nog, als Maria hem vast wil houden zegt Hij: houd me niet vast.

“Geloof in de opstanding is geen oplossing van het probleem dood”, schrijft Dietrich Bonhoeffer op 30 april 1944 aan zijn vriend vanuit de gevangenis. En inderdaad, sinds de opstanding van Jezus is de dood nog steeds middenin het leven aanwezig. Soms is de dood een welkome gast, vaak komt de dood te vroeg. En bijna altijd snijdt de dood dwars door het leven heen, door vriendschap en liefde en verbondenheid.

Pasen blijft moeilijk te bevatten, maar het is wel het begin van de kerk geweest. Als de leerlingen van Jezus niet zoiets als een Paaservaring hadden gehad, dan waren ze Jezus vergeten. Dan hadden ze getreurd om hun vriend met de mooie idealen en de grote dromen en de goede woorden, maar verder niets. Hun Paaservaring heeft hen in beweging gezet, ja de hele wereld over. Als een lopend vuurtje is het verhaal over Jezus de wereld doorgezegd: het verhaal van een Levende.

Zo’n lopend vuurtje moet wel aangestoken zijn, ja met Pinksteren. Johannes zet dat gewoon op dezelfde dag als Pasen. Hij heeft wel door dat het Paasverhaal niet zomaar iets is. Je hebt wel wat Pinksteren nodig om iets met Pasen aan te kunnen. In onze kerkelijke kalender hebben we er uiteindelijk toch wel vijftig dagen voor nodig om van Pasen naar Pinksteren te komen. Vijftig dagen om ons te oefenen om ons levenslang te laten doordrenken met hoop.

Hoop dat ‘ik haat je’ niet het laatste is.
Hoop dat niet beter worden, niet het laatste is.
Hoop dat onrecht niet het laatste is.
Hoop dat verdriet niet het laatste is.
Hoop dat ‘je verlaten voelen‘ niet het laatste is.
Hoop dat ‘geen zin meer’ niet het laatste is.
Hoop dat de dood niet het laatste is.
Hoop dat het allerlaatste niet het laatste is.

ds Tjalling Huisman

Meditatie maart

Stille Week

 Licht dat terugkomt.
Hoop die niet sterven wil.
Vrede die bij ons blijft.

Regels uit het oratorium voor de Veertigdagentijd en Pasen “Als de graankorrel sterft… ” van Marijke de Bruijne. In dit oratorium wordt het gezongen op paasochtend. Wij gaan het ook zingen, maar niet alleen met Pasen, ook in de Stille Week.

Deze woorden passen inderdaad bij Pasen. Het gaat over de opgestane Heer. Licht dat terugkomt, is een beeld voor Jezus die opstaat, terugkomt uit de dood. Als dit dan een paasregel is waarom zingen we het dan al in de Stille Week?

Want in de Stille Week staan we juist stil bij de pijn, het verdriet, de wanhoop en dood. In Jezus’ lijden zien we al het lijden van de wereld weerspiegeld. In Jezus pijn herkennen we de pijn van ons bestaan en dat van anderen. We gaan met Jezus mee op zijn weg naar het kruis waar hij sterft en we voelen het verdriet en de leegte dat dat teweegbrengt bij zijn leerlingen. Het lijden van Jezus weerspiegelt alle onrecht en vergeefsheid dat we tegenkomen.

En toch is dit niet het laatste. We zijn immers de kerk van na Pasen. Wij staan stil bij het lijden van Jezus omdat wij weten dat God Hem opwekte uit de dood. En Hij stond op in een nieuw leven als eersteling van ons allen. Ook wij zijn ontvangen in dat nieuwe leven dat sterker is dan dood en voorbij alle lijden en pijn is. In Jezus verslaat God die machten die ons angst en vrees aanjagen. Dat is “de hoop die niet sterven wil” waarvan in de tweede regel sprake is. In de Stille Week sterft de Hoop niet, maar is juist extra sterk aanwezig omdat wij geloven dat in het lijden en de pijn, de machten die ons van God scheiden vernietigd worden. Juist daarin omarmt God ons als zijn kinderen door de keerzijde van het aardse leven op zich te nemen en ons het eeuwig leven te schenken. Dat is de vrede die blijft. De vrede met God en uiteindelijk voor de hele wereld. Zo blijven wij ook in de Stille Week altijd de gemeente van na Pasen. De gemeente weet te allen tijde van de opstanding van Jezus als begin van een nieuw bestaan, ook in de Stille Week.
Ds. Marco Roepers

Meditatie februari

De Lijdenstijd

De veertigdagentijd is weer bijna aangebroken. Met Aswoensdag, dit jaar op 18 februari, beginnen deze bijzondere dagen voor Pasen.

In de Rooms Katholieke kerk wordt vaak gesproken over Vastentijd, omdat vroeger voor velen de veertigdagentijd een tijd van vasten was.

In de Protestantse kerk werd vroeger vaak gesproken over de Lijdenstijd. Men bedoelde daar niet mee dat je in die tijd het lijden moest zoeken of dat het goed was om te lijden. Alsof lijden de bedoeling zou zijn, de veertigdagentijd loopt immers uit op vreugde. De vreugde van Pasen, dat is de bedoeling. Men noemde het Lijdenstijd omdat het een tijd is van bezinning op het lijden van Christus.

Als je het hebt over het lijden van Christus, dan heb je het daarmee tegelijk over het lijden van de wereld. Daarover zingen we in de Veertigdagentijd vaak het mooie (vind ik) Gezang 561: O liefde die verborgen zijt. In het derde couplet van dit gezang wordt het geloof verwoord, dat waar mensen lijden het Christus is die lijdt.
De dichter van het lied zegt het zo:

De minsten van de mensen zijn
daar uitgestrekt in angst en pijn.
Tot aan het eind der wereld lijdt
Christus in hun verlatenheid.

 

 

Maar er is zoveel lijden op de wereld, zoveel ellende en pijn. Sommige mensen zeggen: er is veel meer geweld en ellende dan vroeger. Ik denk dat er niet meer is, maar dat je veel meer hoort.
Alles wat er over de hele wereld gebeurt, komt tegenwoordig in een paar uur binnen op je televisie, je radio of op je internet. Al het leed ligt zomaar voor je digitale poort. Ik ben dan wel eens jaloers op de rijke man in het verhaal uit Lucas 16: de rijke man en de arme Lazarus. De rijke man heeft voor de poort van zijn huis alleen de arme bedelaar Lazarus liggen. Dat lijkt gemakkelijker

In onze tijd ligt er zo onoverzichtelijk veel leed voor de poort. Teveel om allemaal te kunnen bevatten, laat staan om er iets aan te kunnen doen.

Maar de vraag is of je alles moet kunnen bevatten.

In het Jodendom of de Islam (maar misschien ook wel in alle twee) kent men de gedachte dat als je één iemand helpt, dan helpt je de hele wereld. Dus het goede is veel, en niet het vele is goed. Ik vind dat een mooie gedachte.

Het gaat er in het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus om dat je je hart opent voor het lijden in de wereld. Ook het hart van de Eeuwige staat open voor het lijden van de wereld. Je kunt dat zien in het leven en sterven van Christus. En nog steeds lijdt Christus in onze wereld. Dat brengt de dichter van Gezang 561 tot zijn laatste couplet:

Opdat ook wij o Heer U niet
verlaten in uw diep verdriet
maar bij U zijn in al de pijn
waarmee de mensen mensen zijn.

 

ds Tjalling Huisman

Meditatie Januari

In het nieuwe liedboek staat onder nummer 513 een Nieuwjaarslied. Ook in oudere liedboeken zoals Evangelische Gezangen uit 1806 staat een lied met deze titel. Dat was “Uren, dagen, maanden, jaren” van Rhijnvis Feith, waarover ik in het verleden geschreven heb (zie hier: site). In het Liedboek voor de Kerken uit 1973 (het oude liedboek) stond geen Nieuwjaarslied.

 

Toch is het niet teruggekeerd in het nieuwe liedboek. Het is een ander lied met die titel. Het eerste vers luidt: God heeft het eerste woord. / Hij heeft in de beginne / het licht doen overwinnen, / Hij spreekt nog altijd voort.

Dat kennen we uit het Liedboek voor de kerken. Het is daar Gezang 1 zonder vermelding van de titel Nieuwjaarslied. Het valt in de categorie Bijbelliederen. Dat zal komen omdat het eerste vers verwijst naar de eerste verzen van Johannes 1: In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen.

De dichter Jan Wit schreef het lied als onderdeel van een zakboekje met liederen voor kerkelijke feestdagen. Dit lied schreef hij voor Nieuwjaarsdag. Het lied kreeg een toegankelijke melodie van Gerard Kremer mee en dat samen met de eenvoud van de tekst zorgt ervoor dat het snel verspreiding vond. Het lied was al behoorlijk bekend voordat het voor het eerst een plek kreeg in een kerkelijk liedboek in 1973.

De gedachte die het lied als nieuwjaarslied uitdraagt is dat wij aan het begin van een nieuwjaar erbij stilstaan dat alles en ons persoonlijk door God omvat wordt. Hij gaat er aan vooraf en hij komt aan het einde ervan. In de oorspronkelijke versie van het lied was dat nog duidelijker. Het kende 5 coupletten. Tussen het tweede en het derde couplet stond: “God heeft het laatste woord. / Al moeten wij neerzijgen / in ‘t somber van ’t zwijgen, / het wordt door hem verstoord.

Als we dat vers meenemen dan is de structuur van het lied:

  1. Schepping van de wereld
  2. Begin van het persoonlijk leven
  3. Einde van het persoonlijk leven
  4. Voleinding van de wereld
  5. Samenvatting

Die structuur is nu verstoord maar Jan Wit vond het weggelaten vers zo zwak dat hij geen moeite had met de weglating ervan. Pieter Endedijk, de coördinator van het nieuwe liedboek zegt dat het lied in de rubriek van de Bijbelliederen niet zo op zijn plaats is. Het is geen lied dat de gedachte van een bepaalde Bijbeltekst verwoordt. Couplet 1 verwijst weliswaar naar Johannes 1 en naar Genesis 1, maar couplet 2 refereert meer naar psalm 139: 13 “U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder.” Het laatste couplet verwijst naar Openbaring 22:13:

Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.

Het lied is daarmee meer een samenvatting van de belangrijkste Bijbelse thema’s. Het is een ouverture zoals die aan het begin van een muziekstuk wordt gespeeld waarin kort alle muzikale thema’s passeren. Gods woord, dat in Jezus mens geworden is, is van alles dat bestaat en van ons eigen leven de oorsprong, het doel en daarmee ook datgene dat zin aan het bestaan geeft.

Daarmee is het als gezang 1 toch op zijn plaats. De thema’s van alle volgende gezangen zijn kort aangeduid. Ook als nieuwjaarslied bepaalt het ons erbij wat de essentie van ons bestaan, ook in het nieuwe jaar,  is. In het nieuwe liedboek heeft het een andere structuur omdat het na de psalmen gewoon doornummert. Als lied 513 vormt het een scharnier tussen Kerst en Epifaniën en dat is precies de positie van Nieuwjaarsdag op de kerkelijke kalender.

In zijn eenvoud en helderheid is het een waardevol lied dat ons bepaalt bij de essentie van het bestaan.

ds. Marco Roepers

Meditatie december

Voor en tijdens de kerstdagen wordt er veel gezongen. Ook in onze regio hebben we de concerten en concertjes voor het uitkiezen. Het is een van de mogelijkheden om op je eigen manier naar het kerstfeest toe te leven.

En dat is nu juist de vraag, wij willen kerst vieren, maar hoe? Met veel mensen, familie, vrienden, of juist liever alleen, of helemaal niet. Voor veel mensen zijn juist deze dagen helemaal geen feest. Op het moment dat ik met de voorbereiding van dit stukje bezig ben heb ik net de nationale herdenking gezien van de ramp met de MH17. Hoe kom je met zoveel verdriet de ‘feestdagen’ door met al die glitters om je heen die pijn doen aan je ziel.  Hoe kun je zingen over vrede op aarde zonder een gevoel van wanhoop en een brok in je keel om de wandaden die jou en zoveel mensen wordt aangedaan, overal in de wereld. Daarvan komt zoveel bij ons binnen via allerlei kanalen, te veel om op te noemen, te veel om te verwerken. Misschien moeten we juist in deze dagen onze blik wat meer naar binnen richten, daar waar nodig, elkaar vasthouden zonder al te veel woorden. Als we er voor open kunnen staan, als we die ruimte toelaten is er zoveel om ons over te verwonderen. Een wonder, dat nieuwe kindje van onze buren, een wonder wat we zien en beleven in de natuur, elk jaargetijde opnieuw. Het is vol wonderen om ons heen. Straks gaat het ook om een pasgeboren kind, dat de vrede met zich meedraagt, het kind dat ons eeuwen geleden, ver voor zijn geboorte al is voorzegd. Wij zullen er weer veel over zingen, over die Vredevorst, dat heb ik ook meegekregen van thuis.   Mijn vader had een liedboekje met de titel ‘19 Kleengedichtjes van Guido Gezelle’, op muziek gezet door Catharina van Renes. Ik bewaar het als een kleinood met mooie gedichtjes erin geschreven in de oude Vlaamse taal.

Guido GezelleGuido Gezelle.jpg was een priester/dichter uit Brugge die leefde van 1830 1899. Hij maakte fijnzinnige gedichten over van alles wat hij zag om hem heen en wat hem raakte. De mensen, de natuur en zijn geloof. Hij wilde zich soms terugtrekken uit de hectiek van de wereld, een van zijn uitspraken daarover is: “Min de stilte in uw wezen, min de stilte die bezielt, zij die alle stilte vrezen hebben nooit een hart gelezen, hebben nooit geknield.” Terug naar mijn vader, ik hoor hem nog zingen uit de ‘Kleengedichtjes’, zichzelf begeleidend op het harmonium.

Gij bad op enen berg alleen en Jesu, ik en vind er geen
waar ‘k hoog genoeg kan klimmen om U alleen te vinden
de wereld wil mij achterna al waar ik ga of sta, of ooit mijn ogen sla
en arm als ik en is er geen, geen een, die nood hebbe en niet klagen kan
die honger en niet vragen kan hoe wee het doet
o, leert mij arme dwaas hoe dat ik bidden moe

In mijn herinnering was er ook een kerstliedje in die bundel, maar helaas….. Via Google vond ik toch nog een gedicht van Guido Gezelle over het pasgeboren kind.

Meer informatie op wikipedia: Guido Gezelle
of op de Belgische site: www.gezelle.be

Ik laat hem het laatste woord en wens u allen goede en gezegende kerstdagen toe.

Elske Kramer, Westeremden

‘t Is nacht, staat op, wie kan er nu nog slapen
als ‘t eeuwig licht de duisternis omstraalt
en als het woord dat alles heeft geschapen
is uit de troon des hemels neergedaald

van oost en west, uit al de hemelstreken,
staat op en komt! niet langer meer gedraald
een schamel kind komt onze banden breken,
kerstnacht,  kerstnacht, Messias zegepraalt

Verleid, verdoold, langs onbegaande sporen
zoekt iedereen de weg die niemand vindt
ach, komt alhier, en in de stal geboren,
aanschouwt de weg, de waarheid in dit kind

Aanschouwt de weg, de waarheid en het leven
die ballingschap en slavenjuk verkoor
om ons genade en vrijheid weer te geven
die onze schuld en eigenwaan verloor

Kerstnacht, kerstnacht, veel schoner dan de dagen,
o hemelzon die Bethlehem verlicht
verblijd ook ons die Uw genade vragen,
o Liefde Gods, die in de kribbe ligt.

Guido Gezelle

Meditatie november

De Herder

Op 23 november herdenken we in onze kerken de gestorvenen van het afgelopen jaar. Hun namen zullen in de kerkdienst genoemd worden en we ontsteken dan voor ieder van hen een kaars. We staan stil bij hun leven, hun heengaan en het afscheid dat we van hen hebben moeten nemen.

Psalm 23 is  bij veel rouwdiensten de centrale Bijbeltekst. Maar als de je de tekst op je in laat werken is dat eigenlijk niet vreemd? Want hoe begint de psalm?

De HEER is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.

Hoezo ontbreekt het aan niets als we iemand hebben verloren aan de dood? Dit vers staat toch helemaal haaks op wat wij ervaren bij een afscheid. Waarom lezen we dat dan bij begrafenissen? Dat staat er toch veel te veel mee in spanning?

Die spanning is trouwens ook in de psalm aanwezig. Want even verder staat het volgende:

Al gaat mijn weg
door een donker dal,

Eerst ontbreekt het aan niets, maar in het donkere dal ontbreekt het aan alles. De duisternis ontneemt een mens het zicht op een toekomst. In veel liederen en ook in de Statenvertaling wordt deze duisternis met de dood geassocieerd. Dat is de schaduw die over heel het leven valt. Leven en dood zijn intens met elkaar verbonden. Dat is een open deur. Het wordt nogal eens nuchter vastgesteld. Maar die nuchterheid en die rationaliteit zijn vaak manieren om het gevoel dat dood oproept te verdringen. Want waar we werkelijk de schaduw van de dood ervaren, is dat heel ingrijpend. Het roept heftige emoties op. De dood laat ons niet onberoerd. Ook de psalmdichter David niet. De psalm breekt in dit vers.

David vervolgt met:

ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij,

Spreekt de dichter in de vorige verzen over God als herder, hier spreekt hij tot God. De psalm wordt intiem. het doet denken aan twee verliefde mensen die in de oorlog tegen elkaar zeggen: Al mag ons ook alles worden afgenomen, als wij elkaar maar houden. En zelfs dat gebeurde niet altijd in de oorlog. Maar hier in de psalm zegt de dichter hetzelfde tot God. Als U maar bij mij bent, in het ergste gevaar, in de grootste nood, in het intenste verdriet, als u maar bij mij bent, dan ben ik veilig en geborgen. Dan kan niets mij werkelijk deren. Want uw liefde blijft mij dragen, bij U vind ik de weg naar het leven terug. Als U mij maar vasthoudt.

En die liefde tot God is een antwoord op zijn liefde, die heel de psalm geschilderd wordt in pastorale beelden: vredig water en groen gras en een overvloedige maaltijd.

In het evangelie wordt op een onverwachte, haast verborgen manier teruggegrepen op deze beelden van  de psalm. In Marcus 6:34 ziet Jezus de menigte die hem gevolgd is naar de overkant van het meer vol mededogen aan omdat ze lijken als schapen zonder herder. En dan vraagt Hij de leerlingen hen te eten te geven, maar deze blijven in gebreke. En dan staat er dat hij de mensen de opdracht geeft in het groene gras te gaan zitten. Dat het gras groen is lijkt hier overbodig te zijn, maar het is een toespeling op psalm 23. En dan breekt hij de broden en de vissen en geeft iedereen een overvloedige maaltijd. De maaltijd die de Heer ook aanricht in psalm 23. Een maaltijd die verwijst naar het avondmaal en het grote bruiloftsmaal van de eindtijd. Die maaltijd is het beeld voor het definitieve heil, het eeuwige leven waar God ons voor heeft bestemd. Dat is waar wij naar onderweg zijn. Daar leidt de Herder ons naar toe.

Ik keer terug in het huis van de HEER tot in lengte van dagen.

Zo eindigt de psalm. Dat wij niet uit de hoede van de Heer vallen, geeft ons leven nu al glans. Het geeft ons de moed onze doden te herdenken, omdat wij ons geborgen weten, nu al in dit leven hier en nu. Wij komen nu al thuis in verbondenheid met hen die ons ontvallen zijn. Thuis komen bij God kan een mens ook nu.

ds. Marco Roepers

Meditatie oktober

DE KERK ALS GEMEENSCHAP
Een gemeenschap die het toelaat
dat er leden zijn die niet ingeschakeld zijn,
gaat aan deze leden ten gronde.
Iedere christelijke gemeenschap moet weten
dat niet alleen de zwakken de sterken nodig hebben
maar ook
dat de sterken niet kunnen buiten de zwakken.

(Dietrich Bonhoeffer)

De kerk wil ik graag als gemeenschap zien.
Je kunt over de kerk praten zonder jezelf er in te betrekken: zij (de kerk) doen ook maar wat of zij (de kerk) doen veel goeds. Je kunt over de kerk praten in de jullievorm: jullie (van de kerk) doen ook maar wat of jullie (van de kerk) doen veel goeds.

Maar ik wil over de kerk praten in de wijvorm. Iedereen hoort erbij, iedereen draagt zijn steentje bij.

Ik wil dus niet de nadruk leggen op de voorganger: natuurlijk is de voorganger belangrijk, maar het is niet de dominee die de baas is in de kerk. Dat de voorganger de baas is in de kerk, dat zie je in bijvoorbeeld de Rooms Katholieke kerk. Uiteindelijk is het de pastoor die beslist (als de bisschop het er tenminste mee eens is). Dat de voorganger de baas is dat zie je ook in Protestantse kerken wel. Soms hebben dominees alles te zeggen en kunnen zij alles bepalen.

Ik wil ook niet de nadruk leggen op de liturgie: natuurlijk is de liturgie belangrijk, maar niet het meest belangrijke van de kerk. Dat de liturgie het meest belangrijk is, dat zie je in bijvoorbeeld de OostersOrthodoxe kerk (Rusland, Griekenland en noem maar op). Het gaat daar om de juiste uitvoering van de liturgie.

Ik wil ook niet de nadruk leggen op de bijzondere liturgische handelingen die men in de kerk kan verrichten: dopen, een huwelijk inzegenen, een uitvaart begeleiden. Een kerk die daar de nadruk op legt, wordt een service instituut voor heilige handelingen.

Het is allemaal belangrijk, maar ik vind de gemeenschap het belangrijkst. De kerk wil ik zien als een groep wijzeggers. Niet maar een klein select groepje is ‘wij’, nee iedereen hoort erbij. De ouderling die ontzettend haar best doet om mensen te bezoeken. En ook de oude man die niets meer kan, dan bezocht te worden op zijn ziekbed. Iedereen hoort erbij: degene die met twee benen middenin het kerkenwerk staat, maar ook degene die helemaal aan de rand van de kerk staat. Iedereen hoort erbij, hoe buitenkerkelijk je ook bent of je voelt.

Het is belangrijk elkaar vast te houden.
De ouderling houdt de zieke man (misschien wel letterlijk) vast. Maar ook omgekeerd houdt de zieke man de ouderling (figuurlijk) vast. Degene met twee benen middenin het kerkenwerk houdt de jongere vast, die aan de rand van de kerk is beland. Maar de jongere houdt op zijn beurt ook de ander vast.

Vasthouden is niet elkaar niet kunnen loslaten.
Vasthouden is elkaar in het oog houden, elkaar door de bril van de liefde van Christus in het oog houden. Vasthouden betekent op elkaar betrokken zijn, de ander aanspreken, de ander opzoeken, open staan voor wat de ander drijft.

De kerk wil ik graag als gemeenschap zien.
De bijdrage van ieder is belangrijk. Hoe klein je bijdrage misschien ook is, hij is belangrijk.

Wij zijn de kerk.

Ds Tjalling Huisman

Meditatie september

Is wat gebeurt in Gaza in overeenstemming met ons geloof?    

gazastrookGaza is een smalle strook land aan de Middellandse Zee, ten westen van wat vroeger ‘Judea’ heette. Het is ongeveer anderhalf keer zo groot als ons eiland Texel. In Gaza wonen ruim anderhalf miljoen mensen en het is daarmee het dichtst bevolkte gebied ter wereld.

gerar

In de tijden van het Oude Testament hoorde Gaza niet bij Israël: het was het land van de Filistijnen en heette ‘het land Gerar’. Het was een zeevarende, handeldrijvende natie, bestaande uit vijf stadsstaten. Toen al waren er voortdurend conflicten tussen Gaza/Gerar en Israël. Denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van Simson in Richteren of de tijd van de Koningen, beschreven in 1 Samuel 13 en 14. Het handeldrijvende Israël wilde altijd al dit gebiedje met zijn lange zeekust hebben en geloofde dat God ook dit stukje land aan hen had beloofd (Jozua 13). Van ongeveer 600 vóór tot 1947 na Christus is het bijbelse Israël altijd bezet geweest. De Romeinen noemden het ‘Palestina’. De grenzen van het land van de Filistijnen vervaagden. In 1948 claimde de nieuwe staat Israël heel Palestina, ook de Gazastrook. Na de grote onlusten die daarna ontstonden tussen de Joodse Israëli’s en de Palestijnen werden volgens een besluit van de Verenigde Naties Gaza en de Westelijke Jordaanoever Palestijns gebied. In 1967 veroverde Israël deze gebieden. De Palestijnen daar leefden van toen af onder de bezetting door Israël. In 2006 won Hamas de verkiezingen in de Palestijnse Gebieden en na een conflict met de andere Palestijnse politieke partij Al Fatah bestuurt het sindsdien Gaza. Hamas is een Islamitische partij, maar zoals de JoodsIsraëlische journalist Uri Avneri in juli schreef: “Hamas is niet uit op heilige oorlog als Al Qaeda of IS. Het is niet uit op een wereldwijd kalifaat. Het is een Palestijnse partij, geheel en al toegewijd aan de Palestijnse zaak. Het noemt zichzelf: “Het Verzet” en legde niet de sharia (Islam wetgeving) op aan de bevolking”. Uri Avneri stichtte in 1993 Gush Sjalom, een JoodsIsraëlische vredesbeweging. Deze is altijd al uit op overleg met Hamas. Israël echter ziet Hamas als een terroristische organisatie. Zowel aan de Palestijnse, als aan de Israëlische zijde zijn zowel mensen die vrede willen, als politieke of religieuze fanatici.

En die raketten van Hamas dan? Die zijn niet goed te praten, zoals geweld nooit goed te praten is. En die tunnels?

Sinds 2007 legt Israël een ondoordringbare blokkade – ook op zee – om Gaza. Niets en niemand kan er dan met de grootste moeite in of uit. Er is een voortdurend gebrek aan alles, waaronder drinkwater. De economie is totaal kapot. De tunnels zijn gemaakt om aan voedsel te komen, aan water, bouwmaterialen, medicijnen en ja, óók aan wapens. Het is niet goed te praten, maar wel te begrijpen dat Hamas uiterst boos is op Israël en raketten stuurt.

In 2009 kwam er een oorlog met 1383 Palestijnse en 13 Israëlische doden. De blokkade werd verscherpt. In deze zomer werd het wéér oorlog. Al maken de Palestijnse raketten slechts zelden slachtoffers, Israël wil de raketten vanuit Gaza stoppen, dat is begrijpelijk. Maar met zoveel geweld dat er ruim 1900 Palestijnse slachtoffers en 67 Israëlische zijn?

Vredesoverleg zal alleen duurzame vrede maken als Israël de blokkade om Gaza helemaal opheft – en dus niet alleen maar vermindert zodat het leven in Gaza weer mogelijk wordt, en samen met Hamas en Al Fatah, het democratisch gekozen Palestijnse bestuur, eerlijk en open onderhandelt. Dat kan alleen als de wereld, als de kerken, daaraan meewerken door onbevooroordeeld te zijn. De Joods Israëlische politicus en schrijver Avraham Burg schreef: “De holocaust is over”. Hij vindt dat de staat Israël zich niet meer mag laten leiden door openlijk of verhuld slachtofferschap, maar dat gerechtigheid de leidraad moet zijn. En hij, als Jood, mag dat zeggen.

En wij? Hoe denken en voelen wij over de relatie Israël Palestijnen, Hamas, Gaza? Gaan de JoodseIsraëliërs God meer ter harte dan de Palestijnen?

 Riet BonsStorm

Meditatie juni

Ook als je zakt, ben je geslaagd

Graag kijk ik naar de ogen van mensen. Waarom, dat weet ik eigenlijk niet zo precies. Maar wel dat ik ogen mateloos boeiend vind om naar te kijken, om in te kijken. Ik hou van ogen. Maar ogen kunnen ook prikken. Meestal vind ik het niet leuk om ‘in de gaten gehouden te worden’. Het maakt onvrij, ik voel mij beoordeeld.

Oordeel niet, zegt Jezus.
Maar mensen oordelen voortdurend. Er is geen houden aan: steeds weer zit er een stemmetje in mijn hoofd dat commentaar op anderen geeft. En overal hoor je mensen dat stemmetje stem geven, als ze praten over een ander die er niet bij is.
Oordeel niet, dat is gemakkelijk gezegd.

Onze maatschappij strooit voortdurende oordelen rond. ‘Geniet’, is wat ons te verstaan wordt gegeven. ‘Geniet van het leven’. Anders ben je toch niet helemaal goed bezig. Als jij dat voordeel niet pakt! Als jij dat buitenkansje mist! Als jij vergeet te genieten! Dan ben jij toch gek! Dat is zonde! Er hangt ergens een scherp stemmetje in de lucht, dat mij van alles wil aanpraten. Dat mij oordeelt, als ik er niet aan meedoe.

Oordeel niet, zegt Jezus, want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden. Dat lijkt wel een automatisme. Met dezelfde prikkende ogen waarmee ik anderen bekijk en beoordeel, bekijk ik ook mijzelf. In de spiegel bekijk ik mijzelf: dit is niet goed, dat is niet perfect; ik zou toch echt wat meer zus moeten leven, ik zou wat meer zo moeten doen. Ik ben niet echt geslaagd, ik ben gezakt in de school van het leven.

Ik zie alleen mijzelf, vol van mijzelf is het beeld dat de spiegel mij voorhoudt. Vol van mijn imperfecte zelf. Of omgekeerd: ik ga mijzelf geweldig vinden. De hele spiegel van mijn bestaan is gevuld met het beeld van mijn perfecte zelf. Ik ben vol van mijn dikke ik, tot het moment dat iets of iemand de ballon van mijn zelfverheffing doorprikt.

Wat geen oog heeft gezien, ik zie het niet. Maar toch is er iets dat met mijn ogen niet te zien is, wat alleen met innerlijke ogen te zien is. Ik heb de neiging mijzelf blind te staren op mijn eigen imperfectie of op mijn eigen perfectie. Ik zie niet dat achter mij vol liefde naar mij gekeken wordt.

Terwijl ik in de spiegel naar mijzelf kijk met prikkende of zelfverheerlijkende ogen, zie ik niet hoe er tegelijkertijd vol liefde naar mij gekeken wordt. God die mij ziet zoals ik ben.

Met ogen die op mij rusten zonder oordeel. Ogen die tot mij spreken zonder woorden: jij bent mijn geliefde, met jou wil ik verder. Ogen die nieuwsgierig mij volgen om te zien wat er van mij gaat worden. Niet omdat er iets van mij moet worden, maar om mij.

In de hoopvolle verwachting dat ik mag groeien en bloeien in liefde en hoop en vertrouwen. Ogen die mij vragen niet aan de kracht van de verachting toe te geven, ook niet aan zelfverachting. Ogen die mij andere ogen geven. Die uitnodigen om mijzelf en de ander lief te hebben: ook als je zakt, ben je geslaagd.

Om die ogen te zien, hoef ik mij alleen maar om te draaien: God die mij ziet zoals ik ben.

ds Tjalling Huisman