Categorie archief: Meditatie

Meditatie juni 2016

SLOW DOWN

‘Slow down, brother’ zong Douwe Bob op het Songfestival. Hij had er van mij wel wat hoger mee mogen eindigen.

Als het buiten weer warmer wordt, dan lijkt dat wel haast als vanzelf te gebeuren: je tempo gaat een tandje lager, omdat de temperatuur een graadje hoger is. Alles wat je moet, wordt gerelativeerd door de loomheid die de warmte met zich meebrengt. En je moet zoveel. Er is zoveel te doen en zoveel mee te maken. En mocht je even zijn vergeten wat ook al weer, dan schreeuwt de reclame je wel door brievenbus, beeldbuis en internet toe wat je allemaal nog gezien, gekocht, gedaan en meegemaakt moet hebben.

Kijk naar de mier, luiaard zegt het Bijbelboek Spreuken (6,6) en bij Mattheüs staat te lezen: Wees dus volmaakt (5,47). Voldoende brandstof om ook in kerk en geloof de gaspedaal stevig ingedrukt te houden. Maar volmaakt, ho eens even. Aan volmaakte mensen heb ik een hekel, en wie eigenlijk niet. Het is veel fijner als iemand die je hoog hebt, toch een klein minpuntje aankleeft. Net zoals het fijn is als de dominee in de kerk eens een beker met wijn omstoot, of als de ouderling zich verspreekt of de diaken al het geld uit het zakje laat rollen. Hé, dat is ook een mens, net als ik! Wees dan volmaakt, moet je dan ook niet lezen als een aansporing om perfect te zijn. Maar als een aansporing om een mens uit één stuk te zijn, betrouwbaar.

Je hoeft dus niet voortdurend op je tenen te lopen en altijd maar bezig te zijn, om uiteindelijk de staat van perfectie te bereiken. De Bijbel is in al zijn aansporingen om het goede te doen, ook erg van de rust: Hij geeft het zijn lieveling in de slaap, zegt de Psalm (127,2). En als je de rest van de Bijbel goed leest, begrijp je wel dat die belofte niet aan één enkeling maar aan iedereen gericht is. Ook staat de hele Thora in het teken van de bevrijding uit de slavernij van het altijd maar moeten werken (Exodus 20,1). Daar hebben wij nog steeds één vrije dag per week aan te danken (zie Deuteronomium 5,15), die wij helaas in onze 24uurs economie hopeloos aan het verpatsen zijn.

Weliswaar staat er in de Spreuken: kijk naar de mier, luiaard; maar even Bijbels is de omdraaiing: kijk naar de luiaard, mier!

De luiaard is zo ‘n wollig dier met te lange ledematen, dat voornamelijk in bomen leeft. De luiaard is niet lui, maar hij doet het gewoon wat langzamer aan. Hij is geen Dafne Schippers, ietsje minder opvallend: hij legt de 100 meter af in 40 minuten. Het is niet iets voor een olympische arena, maar hij komt er wel. Voor vele mieren kan de luiaard een voorbeeld zijn. Neem eens de tijd om zomaar te luisteren naar je ziel. Als je niet weet waar die zit, zij laat vanzelf van zich horen als je er voor gaat zitten.

Jacobspad bewegwijzeringLoop eens een stukje over het Jacobuspad dat hier zomaar langskomt, al mijmerend over je levensweg. Laat je eens verrassen door een toevallige ontmoeting met iemand die je te denken geeft. Ga eens zitten aan een kabbelende bron, om opeens te ontdekken dat je daar gewoon een beetje met God zit te praten. Staar eens als een kind voor je uit, om dan te ervaren dat je eigenlijk bij jezelf naar binnen zit te kijken.

Kortom, slow down brother (and sister).

ds Tjalling Huisman

Kom naar het feest!

Welkom hier, vreemdeling, welkom verschoppeling,
winnaars, verliezers, kom, mensen als wij.
Welkom hier reizigers, moe en versleten,
kom, eet met ons, weet bij ons welkom te zijn.

Zo begint het lied “Kom naar het feest” dat we met elkaar willen zingen in de gezamenlijke dienst van het cluster met Pinksteren. Een feest, dat was Pinksteren zeker. Jezus’ leerlingen hadden dagenlang gewacht en gebeden met elkaar. Verwachtingsvol. Hoopvol. Waarom? Jezus heeft hen toch alleen achtergelaten met Hemelvaart? Niet alleen. Hij moest gaan, zodat de Heilige Geest kon komen. En daarom wachten de leerlingen met elkaar, in Jeruzalem, totdat die beloofde Geest komt.

En dan komt Pinksteren. Een windvlaag waait door de kamer, vuurtongen verspreiden zich over de hoofden van de aanwezigen, en ze worden vervuld met de Heilige Geest. Ze kunnen niet meer binnen blijven. Ze gaan naar buiten, en vertellen enthousiast in alle talen over wat God heeft gedaan! Want Jezus, die was gekruisigd, is opgestaan uit de dood.

Pinksteren is ontzettend wonderlijk. Op één dag groeit de kerk uit van een handjevol mensen naar een paar duizend, om in de periode daarna door te blijven groeien. God raakt mensen aan. Door Zijn Geest komt Hij dichtbij.

En met Pinksteren worden grenzen doorbroken. Het verhaal van God klinkt in alle talen. Mensen met hele verschillende achtergronden, met verschillende culturen horen van de leerlingen over Jezus. Daarom is het ook zo mooi om het met elkaar te vieren, als verschillende gemeentes in het cluster. Ook wij kunnen niet binnen blijven, op onze eigen plek, maar zoeken elkaar op om dit feest met elkaar te vieren. Want de Geest doorbreekt nog altijd grenzen. Zelfs die van de kerk.

Kom dus naar het feest!

Kom naar het feest, er is ruimte aan tafel.
Kom maar en doe met ons mee.
De Koning vol liefde staat zelf bij de deur,
om de mensen te vragen voor het feest dat Hij geeft.
Om de wereld te vragen voor het feest dat Hij geeft.

Jake Schimmel, Anne Nijland, Marco Roepers

 

Meditatie maart Tjalling Huisman

Pasen

Met de vergelijking tussen Pasen en de lente heb ik wat moeite.

Er wordt dan gezegd: zoals in de lente de dode natuur tot leven komt, zo wordt ook met Pasen de dood overwonnen. Natuurlijk geniet ik ook van de bollen, waaruit bloemen groeien en van de bomen waaraan bloesem bloeit. Maar de natuur, die is mij te grillig en te onbetrouwbaar: de één eet de ander maar op alsof het niets is.

Het gaat mij niet om leven en dood in het algemeen, het gaat om die éne dode. Waar is die gebleven? Is hij of zij voor eeuwig kwijt, niets over dan stof? Is zijn of haar naam nog ergens anders geschreven dan op een grafsteen of op de eeuwige velden van het wereldwijde internet?

Dat zijn vragen die blijven. Het zijn geen vragen waar je zomaar een gemakkelijk antwoord op kunt geven. Pasen is geen toverfeest. Het blijft tasten naar betekenis, zoeken naar geloof. Pasen is het geloof dat die éne dode niet kwijt is. Het is Gods bevestiging dat de weg van Jezus de goede weg is. Het is Gods bevestiging van zijn eeuwige verbondenheid met de mens.

De dichter A. Marja schetst in zijn gedicht De derde Emmaüsganger hoe gereageerd wordt op Jezus’ opstanding met de uitroep: Een wonder! Een wonder!

En hij vervolgt dan:
alsof het daarom ging…
nu goed dan ik (dat is Jezus) begon het hen opnieuw uit te leggen
dat het niet om dit einde ging en dat het logisch was dat ik het loodje legde maar dat het nieuwe rijk er was voor wie ogen had om te zien en oren om te horen dat het niet ging om mij maar om de timmermannetjes en de hoertjes en de dichtertjes om de joodjes en de germaantjes om de hongaartjes en de rusjes om de negertjes en de algerijntjes om de mensjes die gekke wezentjes…..

Pasen is geen toverfeest.
Het is Gods bevestiging dat de weg van Jezus de goede is.
Het is Gods bevestiging van zijn eeuwige verbondenheid met het menselijk bestaan. Dat menselijk bestaan van vallen en opstaan.
En dat het vallen niet het laatste is.

ds. Tjalling Huisman

Meditatie maart Marco Roepers

Psalmen met Pasen

Pasen is een feest om bij te zingen. We vieren de opstanding van Christus. Dat is een feest, een groot feest en bij feesten hoort muziek. De verkondiging van de opstanding van Christus is ook iets wat ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Dat maakt het tegelijkertijd moeilijker om het vieren, maar juist dan komt het op zingen aan. “We zingen het geloof naar binnen”, zei de dichter Ad den Besten ooit. We zingen niet alleen omdat we geloven, maar ook opdat we geloven. En juist het hoge feit van de overwinning van Christus op de dood is iets dat bij uitstek bezongen moet worden.

Maar zijn de psalmen daarvoor geschikt. De psalmen uit het liedboek, de nummers 1 t/m 150 uit het nieuwe Liedboek zijn berijmde varianten van de Bijbelse psalmen. Die staan in het Oude Testament en dateren uit de tijd voor Jezus. Jezus wordt niet met name genoemd want hij was nog niet geboren toen ze geschreven werden. Zijn opstanding wordt niet als zodanig als feit vermeld. Dus nee, de psalmen zijn niet geschikt voor Pasen.

Maar de uittocht van Israël uit Egypte, dat wordt wel uitgebreid bezongen in de psalmen. De uittocht wordt gevierd met het Pascha en het feest van de ongezuurde broden dat direct erop volgt. Het is het feest van bevrijding uit de slavernij en van die bevrijding verhalen veel psalmen. Psalm 78, 81, 105, 114, 135 en 136 bijvoorbeeld. De psalmen maken ook deel uit van Pesach, worden de psalmen 113 t/m 118 gezongen, die samen het Hallel worden genoemd. De gevangenneming van Jezus, lijden en sterven gebeuren tijdens dit feest. De bevrijding die dit brengt is nauw verbonden met de bevrijding die met Pesach  gevierd wordt. Maar het is tegelijkertijd een transformering van de thematiek. In dood en opstanding van Jezus gaat het om de bevrijding uit de macht van het kwaad en de dood voor heel de mensheid. Zijn de psalmen dan wel geschikt om Pasen mee te vieren? Want komt deze transformering dan wel aan bod? In Handelingen 4 getuigt Petrus voor het  Sanhedrin, die eerder Jezus veroordeeld heeft, van Jezus, lijden, dood en opstanding en dat doet hij met een psalm, met psalm 118:

Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden is.

Deze psalm hoort bij het Hallel die op Pesach gezongen wordt, wordt hier door Petrus op Jezus betrokken. Voor Petrus verkondigt deze psalm de opstanding van Jezus. In de Evangeliën betrekt Jezus dit psalmvers ook op zichzelf. Aan het kruis citeert Jezus psalm 22 en 31. Als we psalm 22 lezen is het verwonderlijk hoe sterk wij daar het lijden van Jezus in herkennen. Jezus leefde de psalmen en geeft ze nieuwe betekenis. Het lijden van Jezus weerspiegelt het vele lijden van de psalmen en de opstanding van Jezus vormt de vervulling van het reddend handelen van God waarvan de psalmen getuigen.

Zo kunnen we psalmen zingen met Pasen. Door Jezus, die niet alleen aan Pesach, maar ook aan de psalmen een nieuwe dimensie geeft. Psalm 118 zingt van het handelen van God. In de bevrijding van Egypte, maar ook van de bevrijding van het kwaad en de dood, door de hoeksteen door bouwers afgekeurd, door God zelf ten hoeksteen gelegd.

Ds. Marco Roepers

Meditatie februari

Zie de mens

Zie de mens die in zijn lijden
teken werd voor alle tijden
van wat liefde dragen kan.

De woorden hierboven vormen het eerste vers van lied 586. Ze zijn geïnspireerd op woorden van Pontius Pilatus. Nadat hij Jezus had laten geselen en de soldaten hem een doornenkroon op hadden gezet en een purperen kleed om hadden gedaan, zijn “Zie de mens” de woorden waarmee hij Jezus voorstelt aan de verzamelde menigte.

Waarom zegt Pilatus dat? Om bij de menigte zie zich tegen Jezus gekeerd heeft mededogen op te wekken? Laat u raken door deze deerniswekkende figuur. Want een mens is mens in kwetsbaarheid. Als wij de ander aangetast zien, dan herkennen wij onszelf in de ander. Daar zien wij een mens, zoals wijzelf zijn. Daar zijn we verbonden met elkaar. Jezus is echt mens, net zo echt als wij mens zijn, juist in zijn lijden. Het is tevergeefs, de menigte is in de greep van bloeddorstigheid. Waar blijft hun menselijkheid?

De woorden hebben binnen het Johannes evangelie een nog grotere reikwijdte. Het evangelie begint met: Het Woord is mens geworden. Dat klinkt mee in deze woorden van Pilatus. Hier staat hij: Het woord van God, dat mens geworden is. Pilatus bedoelt het niet, maar het betekent het wel. In deze lijdende mens verbindt God met heel de mensheid, Met u en mij, met alle mensen. Jezus is de mens bij uitstek. Jezus is de mens zoals God het bedoelt: Een mens met ontferming, levend vanuit zijn liefde. Voor ons is Jezus ook degene die laat zien hoe God is. Dat God niet bovenaf wil beschikken over de mensen, maar ons wil dienen. Zich met ons wil verbinden op leven en dood.

Deze mens is de stichter van een koninkrijk. Hij draagt de tekenen van zijn koningschap: een doornenkroon en de purperen mantel. Straks is zijn troon het kruis. Zijn koningschap is van een totaal andere orde. Is van een andere wereld. Een wereld waar de mens is zoals God het bedoelt. En in zijn weg wordt Hij voor ons de weg, de poort naar dat nieuwe koninkrijk.

Hij wordt dat voor de mensen van toen en nu. Pilatus’ woorden zijn in het Latijn overbekend geworden: “Ecce homo”. Zie de mens. De ware mens voor ons die de liefde leeft opdat wij ons aan die liefde geven.

Ds. Marco Roepers

 

Meditatie januari

Kerk van de toekomst
verslag van een kerkdienst

Is dit de kerk vd toekomstKerk van de toekomst ? / toekomst van de kerk was het thema van de kerkdienst op 6 december jl. in de Vredekerk. De dienst werd de week ervoor al aangekondigd door een groot spandoek dat voor de kerk stond, duidelijk zichtbaar voor het winkelend publiek: Is dit de kerk van de toekomst?

Op de zaterdag voor de dienst kwamen daar nog de straatinterviews bij: mensen op straat werd de vraag gesteld naar de toekomst van de kerk. Een filmpje met reacties maakte onderdeel uit van de dienst. Het maakte één van de invalshoeken van de voorbereidingsgroep duidelijk: de kerk moet zich meer laten zien, niet binnen blijven zitten maar naar buiten gaan.

De voorbereidingsgroep bestond uit leden van de Groep voor Ontmoeting en Gesprek, een groep met deelnemers uit beide wijken. Het thema van de dienst, de liederen, de orde van dienst, de gekozen vormen, het gesprek bij de koffie – alles is door deze groep bedacht onder begeleiding van ds Tjalling Huisman.

Eén invalshoek is al genoemd (de kerk moet meer naar buiten), een andere was het idee van de kerk als huisgemeente. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat de gemeente zo klein wordt, dat bij elkaar komen in een kerkgebouw te duur is. Natuurlijk doet het iedereen wat, als je mensen ziet vertrekken uit de gemeente en er komen geen anderen voor terug. Tegelijk kan een huisgemeente ook vele voordelen bieden, alleen al het feit dat je echt samenkomt als je samenkomt.

De derde invalshoek van de dienst was ‘bemoediging’, dat kwam terug in de lezing en de uitleg maar ook in het lied dat gezongen werd als geloofsbelijdenis:

Ik geloof in mijn God als de kracht,
die het licht ontsteekt, waar geen luister is.

De tieners waren toen al terug van de Tienerdienst. Ook zij hebben het over het thema van de dienst gehad. Dit is een samenvatting van hun bespreking:

Over 20 jaar zullen er minder mensen naar de kerk gaan een kerkgebouw onderhouden kost veel geld. De kerk draait voor het grootste deel op vrijwilligers   het zal steeds moeilijker worden om vrijwilligers voor de kerk te vinden.

Verschillende geloofsgemeenschappen zullen moeten samenwerken om gezamenlijk een kerk in stand te kunnen houden.

Een kerkdienst is interessanter met:

  • andere muziek – meer ritme; andere muziek
  • instrumenten – geen orgel
  • moderne Bijbelvertaling – bijvoorbeeld ‘Bijbel in gewone taal’
  • korte preken
  • koffie en thee drinken na de dienst
  • gebruik van beamer en af en toe in de dienst een geschikt YouTube filmpje
  • Kerkdienst iets later (10.30 – 11.00 uur)
  • beginnen of ’s avonds om 19.00 uur

De tieners wensen de kerk toe om oplossingen te vinden voor het steeds kleiner worden en om de kerkdiensten interessanter te maken.

Tot zover de inbreng van de tieners.

Nu nog iets over de gebeden: vooraf aan de dienst op 6 december in de Vredekerk, werd aan iedereen de gelegenheid gegeven om een voorbede op te schrijven. Het stond zo op de briefjes: Wat is uw / jouw gebed voor de toekomst van de kerk?

Na het schrijven van je gebedsbriefje, kon je het in een blik het “blikopdetoekomst” gooien.

Bij de voorbeden werden de gebedsbriefjes op een schaal naar voren gebracht. Enkele zijn voorgelezen en in de gebeden genoemd, naar de andere is verwezen tijdens de voorbeden.

De volgende gebeden zijn opgeschreven en gebeden:

  • minder scheiding tussen verschillende kerken, we geloven allemaal in dezelfde God
  • dat ondanks alles het geloof in God blijft bestaan en daardoor de kerk ook
  • samen sterk
  • liefde
  • een volle kerk waar plaats is voor alle mensen
  • de kerk bestaat al 2000 jaar dus heeft zeker toekomst in steeds veranderende vorm *dat alle jongere leden bij onze kerk mogen blijven en zich willen inzetten voor de toekomst
  • respect voor meerdere religies
  • dat we echt samen verder gaan
  • dat we erkennen geen “vreemden” van elkaar te zijn, maar gelijker dan wij denken *dat God zelf de kerk zal bewaren
  • in ieder geval PKN zo snel mogelijk
  • dat de kerk dienstbaar mag zijn naar de samenleving toe en zich geen zorgen maakt om zichzelf
  • een kerst met een samengevoel in de kerk
  • nog meer om elkaar denken en er voor elkaar zijn
  • dat er veel liefde en gemeenschapszin mag uitstralen
  • dat we in een open communicatie kerk kunnen zijn
  • verbondenheid
  • dat alle vluchtelingen een mooi thuis krijgen en er geen oorlog is in elk land en er vrede overal is
  • dat wij elkaar als christenen hier in Loppersum kunnen vinden en veel samen doen
  • niet moeilijk doen als twee wijken, gewoon ontspannen samen verder
  • dat de kerk een plek mag zijn voor iedereen
  • dat de kerk (religie, normen en waarden) een grote rol blijft spelen in de wereld
  • dat het een plek mag zijn waar mensen zich thuis mogen voelen, verbonden met God en elkaar
  • dat de kerk luistert naar de ontwikkelingen in het denken over God en de wereld en niet klakkeloos de aloude dogma’s herhaalt
  • dat wij ondanks onze verschillen één kerk mogen zijn, waar de buitenwereld jaloers op wordt om bij te horen
  • dat het een plaats van stilte, diepgang, openheid naar God mag zijn en (even belangrijk) een plaats van gastvrijheid, rechtvaardigheid, omzien naar elkaar en naar de vreemdeling
  • dat wij actief stelling nemen in wereldvraagstukken en onze christelijke waarden consequent vormgeven
  • de één ziet de ander
  • dat we de liefde van God mogen uitstralen naar elkaar
  • dat God centraal, het belangrijkste in de kerk en in ieders leven mag blijven
  • om in vrede en respect voor elkaar te mogen leven
  • liefde en respect voor elkaar en geloof in God.

Dit was wat op de gebedsbriefjes geschreven stond; we vonden het mooi om het aan ieder die dit leest, mee te geven.

Tot slot: voor de dienst waren we al met koffie en thee begonnen. Het was iets anders dan anders, de kerkdienst begon pas om kwart voor tien, maar dat kwartier koffiedrinken met ontmoeting is ook essentieel voor gemeentezijn.

Ook na de dienst was er weer koffie en thee, dit keer met nagesprek over het thema: ook het samen bespreken van wat er in de dienst naar voren komt, is een wezenlijk onderdeel van gemeentezijn.

Tot zover een kort verslag van deze kerkdienst. Als u / jij verder wilt reageren, graag!

Jack Hoogstra, Melson Zwerver, Tjalling Huisman

Meditatie december

Wees niet bang!

Zeg dat maar eens tegen de vluchteling op een schip midden tussen de hoge golven.
Zeg dat maar eens tegen de vrouw die in een achterstandswijk in het donker de straat op moet.
Zeg dat maar eens tegen het kind dat op het schoolplein gepest wordt.
Wees niet bang!

Onze wereld is vol van angst.
Onze samenleving zit vol met angst.
De terreur die is binnen komen sluipen heeft de schrik er goed in gekregen.
Het maakt je bang voor ieder verdacht pakketje, voor elke ander die anders is.
Wees niet bang?

Je kunt je tot op zeker hoogte verzekeren tegen datgene waar je bang voor bent.
Het is een goede zaak dat we dat in Nederland gezamenlijk doen: draagt elkanders lasten.
Zelfs tegen een ramp kun je je verzekeren, al is dat lastig en kostbaar.
In het geval van terrorisme zit er een limiet aan de verzekering.
Maar steeds geldt: je verzekert je alleen maar tegen de gevolgen.
Een verzekering die voorkomt dat je gepest of dat je wordt aangevallen op straat of dat je iets overkomt op je vlucht – die verzekering bestaat niet.

Wees niet bang!
Dat zegt de engel tegen de herders in het veld bij Bethlehem.
Wees niet bang?
Natuurlijk ben je bang.
Je bent je leven niet zeker, hoe goed je het ook verzekert.

Toch is dat de grondtoon van het leven: wees niet bang.
Het is het goede nieuws van kerst.
God heeft zich met onze wereld verbonden; met huid en haar, op leven en dood.
Iedere kerst mogen we dat opnieuw vieren.
De grondtoon van het leven is: wees niet bang.

Maar je ziet er niets van.
Je ziet er niets van, als je op een schip zit midden tussen de golven.
Je ziet er niets van, maar altijd reist ook die éne mee.
Als een welkome verstekeling, die je pas gaat zien als je hem tevoorschijn roept.
Wees niet bang, zegt hij.

Hoe bang je ook bent – terecht of onterecht , de grondtoon van het leven is anders.
Misschien kun je af en toe dat geloof tot je laten doordringen.
En dan een ander vasthouden, naar zijn angsten luisteren en in jezelf fluisteren: wees niet bang!

ds Tjalling Huisman

Meditatie november

Kerk en aardbeving

3 Doe recht aan weerlozen en wezen,
om op voor verdrukten en zwakken,
bevrijd wie weerloos zijn en arm,
red hen uit de greep van wie kwaad wil.

5 U toont geen inzicht, geen begrip,
en doolt in duisternis rond,
de aarde wankelt op haar grondvesten.

6 Ooit heb ik gezegd: “U bent goden,
zonen van de Allerhoogste, allemaal.”

7 Toch zult u sterven als mensen,
ten val komen als aardse vorsten.’

8 Verhef u, God,
spreek recht op aarde,
alle volken behoren u toe.

Woorden uit Psalm 82. De aarde wankelt op haar grondvesten. Dan moet ik denken aan de aardbevingen. Want net zoals in de psalm wordt de aarde hier een onzekere factor door  het handelen van machten. Het is de macht van de technologie die grootschalig ingrijpt in de ondergrond waardoor een seismologisch rustig gebied ineens onrustig wordt en er dreiging vanuit gaat voor de mensen die er boven op wonen.

Bij het woord “Goden” uit vers 6 kunnen we inderdaad denken aan machten die het leven in de macht hebben. Maar met wankelen van de aarde op haar grondvesten worden geen aardbevingen bedoeld. Het gaat hier om onrecht dat de eenvoudige mensen aangedaan wordt. We kunnen denken aan de politieke grootmachten uit Bijbelse tijden, zoals Egypte en Assyrië en hun opvolgers, maar ook de rechterlijke macht, of economische machten die het mensen moeilijk maken. Dat tast de orde van de wereld aan. De mensen zijn overgeleverd aan grillen, aan chaos.

Dat gevoel leeft hier ook. Overgeleverd te zijn aan de machten die leven, die afhankelijk zijn of profiteren van het gas dat hier gewonnen wordt. Het tast onze woning, zekerheden en vooruitzichten aan, maar soms krijgen we bepaald het idee dat respecteren van de belangen van de bewoners bovenop het aardgasveld halfslachtig gaat: de gaswinning wordt eerst verhoogd om haar later naar het oude niveau te kunnen verlagen.

Mensen met omvangrijke schade doorlopen een tergend langzaam en moeizaam traject voor schadevergoeding. Mensen wier huizen afgebroken worden, krijgen eerst grootse beloften te horen, maar de werkelijkheid blijkt trager en minder rooskleurig te zijn.

Wat kan de kerk nu in dit geheel betekenen? Dat was de vraag van een paar jaar geleden. Niemand vroeg de kerken ter plaatse iets te doen. We zwegen over de problematiek die toen al meer en meer het leven van mensen hier ging bepalen. En velen binnen en buiten de kerk vonden dat zwijgen van de kerk vanzelfsprekend. Tekenend hoe hier in Groningen over de betekenis van het geloof gedacht wordt. Een zaak voor achter de voordeur. Het publieke domein is voorbehouden aan de seculiere krachten.

Maar de Bijbel klaagt het onrecht aan. Zoals dat hier gebeurt in psalm 82. Machten en machthebbers worden opgeroepen recht te doen aan weerlozen en verdrukten. Waarom  doet de kerk dat dan niet in dit geval? Dat besef, dat juist aan hen recht gedaan moet worden, moet de kerk dat niet inbrengen in het publieke debat? Met dit idee is werkgroep Kerk en aardbeving aan de slag gegaan. Allereerst gaat het erom dat we echt open oor en oog krijgen voor mensen die er mee te maken hebben. Dat wij hen horen. Daar begint toch de invulling van deze Evangelische inzet. Daarnaast gaat het erom om in het publieke domein te wijzen op de problemen van de mensen die hierdoor in verdrukking komen. Er is een Zienswijze gepresenteerd aan de nationaal coördinator Groningen. Daarin besteedt de werkgroep veel aandacht aan de mensen die door de aardbevingsproblematiek minder mogelijkheden hebben om keuzes te maken en vooral overgeleverd zijn aan machten. Maar ook de zorg voor de toekomst, voor onze aarde wordt onder woorden gebracht.

De werkgroep heeft ook een website en daar staan allerlei standpunten over en aanzetten tot overdenking van deze problemen. Klik hier voor het adres is: kerk en aardbeving.

ds. Marco Roepers

Meditatie oktober

Schade aan de ziel

Als u wel eens een partijtje Sumoworstelen wilt proberen, maar niet het figuur van een Japanse worstelaar heeft, kunt u daar tegenwoordig een Sumopak voor huren. Het is opblaasbaar of gevuld met schuimrubber, en je kunt er lekker in buitelen en tuimelen zonder je pijn te doen. Als de pret uit is pel je het pak weer af en ben je weer jezelf. Dat geldt natuurlijk niet voor echte Sumoworstelaars en andere extreem dikke mensen: die kunnen hun pak niet zomaar uittrekken, hoewel ze dat misschien wel graag eens zouden willen.

Veel Nederlanders — het worden er steeds meer — ervaren hun vetlaag als een belemmering en ze proberen af te slanken. Dat kost moeite, strijd en teleurstelling, maar toch blijven velen het heldhaftig proberen. Want een mens wil niet vereenzelvigd worden met zijn vet. Dat is maar een buitenkant en het gaat om de binnenkant.

Het leven zadelt ons niet alleen op met een Sumopak, maar ook met een Adams of Evakostuum. Als we klein zijn krijgen we er al mee te maken, maar in onze puberteit worden we er heftig mee geconfronteerd. Dan krijgen we een baard, of borsten, en worden dus man of vrouw. Ook daar is niet iedereen blij mee. Sommige mensen hebben het gevoel dat ze het verkeerde kostuum aanhebben en proberen dat alsnog te veranderen.

Maar ook mensen die zich doorgaans wel op hun gemak voelen in hun mannen of vrouwenrol ervaren die rol soms als een beperking. Vrouwen die door mannen altijd als seksobject worden behandeld. Mannen die hun kind maar zelden mogen zien en wel wilden dat ze niet de vader maar de moeder van dat kind waren.

Als we oud worden begint ons mannen of vrouwenpak te verdorren en te vergrijzen. Voor sommige mensen is dat een bevrijding. Eindelijk geen kinderen meer te hoeven baren en verzorgen. Eindelijk niet meer met andere mannen te hoeven wedijveren. Eindelijk tijd voor jezelf. Want ‘jezelf’ is niet hetzelfde als je mannen of vrouwenrol.

Wat is ‘jezelf’ dan wel? Wat is die binnenkant? Een voor de hand liggend antwoord is: ‘jezelf’ is datgene wat overblijft als je je buitenkant hebt uitgedaan, of afgepeld. En dat hoeft niet alleen iets lichamelijks te zijn.

In het middeleeuwse toneelstuk ‘Elckerlijc’ moet de hoofdpersoon, die de mens voorstelt, de reis naar het einde van zijn leven maken. Hij ziet dan dat al zijn bezit en kennis, al zijn familie en vrienden, hem in de steek laten. En niet alleen die, maar ook zijn vijf zintuigen, Schoonheyt, Cracht, en zelfs ‘Vroetschap‘, zijn verstand. Dat moet ook, want ze belemmeren de mens op zijn reis naar het einde, dat wil zeggen in de uiteindelijke confrontatie met zichzelf.

Dat geldt niet alleen voor het uur van onze dood. Alles wat we goed menen te kunnen, alles waar we trots op zijn, kan een belemmering worden, een Sumopak waarin we ons onkwetsbaar wanen. Dat pak kan ons het zicht benemen op onze eigen kwetsbaarheid en pijn en ongevoelig maken voor de mensen om ons heen.

Onze jeugd, onze schoonheid, onze kracht, onze intelligentie, zijn gaven van God, en komen ons in het dagelijks leven goed van pas, maar kunnen tot een belemmering worden in onze relaties met onszelf en met onze naaste.

In de Boeddhistische leer is het uittrekken en afleggen van al deze Sumopakken een belangrijke taak van de mens. Laag voor laag pelt de geestelijke mens alles van zich af wat niet wezenlijk is om uiteindelijk de Verlichting te bereiken. Ook in de leer van Christus is het doordringen tot de kern van ons wezen van het allerhoogste belang. Maar hij vraagt ons niet die kern ook nog te laten oplossen in Verlichting. Die kern is juist wat Jezus in ons probeert aan te spreken en tot spreken uit te nodigen.

Die kern wordt in Christelijke taal onze ziel genoemd. De ziel is essentieel, of in Bijbelse taal, ‘onsterfelijk’; al het andere in ons, dat vergankelijk is, wordt ‘vlees’ genoemd. In Lukas 9:25 lezen we dat Jezus zegt: ‘Want wat baat het een mens, als hij de gehele wereld wint, maar zichzelf verliest of zelf schade lijdt?’ Diezelfde vraag komt in iets andere woorden terug in Markus 9:36 (en ook nog in Mattheüs 16:26) als ‘Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?’ Ons ware zelf is onze ziel.

Als al onze oneigenlijke lagen zijn afgepeld blijft de ziel over als ons eigenlijke wezen. Verder dan dat hoeven we niet te pellen: de ziel is juist datgene wat ons van binnen uit verlicht. En zelfs als we onze ziel niet helemaal bloot en schoon aan God kunnen aanbieden is Hij voor ons bereikbaar. Jezus leert ons dat God de roepstem van onze ziel herkent, beter dan wij die zelf herkennen. Jezus leert ons wie wij in ons diepste wezen zijn, en helpt ons om onze persoonlijkheid vanuit die kern een nieuwe gestalte te geven. Een mens te worden die leeft in contact met onze ziel en met God.

We leven in een tijd waarin iedereen voor de wet gelijk is en niemand zich door een ander de wet laat voorschrijven — kinderen nog het minst van allemaal. In zo’n wereld wordt je telkens weer wijsgemaakt dat niemand beter weet wat goed voor jou is dan jijzelf. Die boodschap gaat er bij de meeste mensen in ‘als Gods woord in een ouderling’. Maar wie is eigenlijk die ‘jijzelf’ die meent te weten wat goed voor ‘jouzelf’ is? Is dat wel je diepste, ware zelf? Is het geen verlangen of verslaving in de buitenste schillen van je persoonlijkheid?

Als gewone mensen dragen we zoveel Sumopakken, die onze ziel in haar bewegingen belemmeren en beknellen, dat we onze diepste lagen nauwelijks kunnen bereiken. Om onze ziel te herkennen, om te leren wie wij eigenlijk zijn, hebben we Jezus’ voorbeeld en aanwijzingen nodig. Als wij aan ons oppervlakkige zelf blijven vasthouden, blijven we eenzaam.

Jezus spoort ons aan, niet in ons oppervlakkige zelf te verzanden. Hij helpt ons om ons vastgeroeste ‘leven te verliezen’. Zodat we bevrijd aan ons ware leven kunnen beginnen, in contact met God en met onze medemensen.

Henk Dragstra

Meditatie september

“Moge de God van de hoop u vervullen met alle vreugde en vrede……” (Romeinen 15:13).

God als de God van de hoop, dat is niet een benaming van God die we doorgaans gebruiken. God van liefde, ja, dat wel, en de God van ons geloven, maar ‘de God van de hoop’? En toch, we weten dat de hoop thuishoort in het rijtje geloof, hoop en liefde, de dingen waar het om gaat in ons leven. Misschien is door de toevoeging in I Korintiërs 13: 13: “…maar de grootste van deze is de liefde” onze aandacht te veel afgeleid van het grote belang van de hoop.

Wat valt er te hopen tegenwoordig? We zijn omringd door veel problemen die onoplosbaar lijken: de situatie in Europa, Rusland, Griekenland, de oorlogen op zo veel plaatsen in de wereld, het conflict tussen Israël en de Palestijnen. In ons eigen land: de ontwikkelingen in de zorg, waar bezuiniging veel narigheid vergroot. Hoe moet het met de ouderenzorg? Hoe met de jeugdzorg? Heeft iemand nog hoop dat al die dingen echt beter zullen worden? In ons persoonlijke leven: lang durende ruzies en vervreemding in families, komt daar ooit een eind aan? Nee, onze situatie geeft ons in het algemeen niet veel aanleiding tot hoop, eerder tot de veelgehoorde opmerking bij al de genoemde problemen: “Het wordt toch nooit beter”.

Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Optimisme is leven vanuit het gevoel: “Het zal vast wel beter gaan.” Hoop kan er zijn als je ook een doel, een visioen hebt waar je naar streeft, wat je wilt waarmaken. Een doel, een visioen dat in het verschiet ligt, niet zomaar te bereiken. Maar je hebt de overtuiging dat het doel wel te bereiken is, al is de weg erheen moeilijk, zelfs soms nog helemaal niet duidelijk te vinden. Hoop werkt vanuit twee kanten: aan de ene kant vanuit een situatie die niet overeenkomt met het doel, het visioen waar je naar toe wilt, aan de andere kant vanuit het doel, het visioen zelf, waarvan je overtuigd bent dat het goed is in alle opzichten, beter dan de huidige situatie, en in principe, ondanks alle moeilijkheden bereikbaar. Hoop heeft te maken met inspiratie vanuit een goede toekomst. Hoop is het tegenovergestelde van ‘Laat maar, het wordt toch nooit wat..”.

Paulus verbindt hoop met volharding, met standvastigheid. Hopen is iets wat mensen, wat wij kunnen. Het is het gebruiken van onze gaven, welke die ook maar zijn, het minstens ene talent dat we allemaal hebben. Het verbinden van volharding met hoop geeft aan dat hopen niet gemakkelijk is. De weg van de hoop is vol obstakels die ons tot wanhoop en bij de pakken neerzitten verleiden.

Waar hopen we op? Wat is ons doel, ons visioen? Jezus leerde ons bidden: “Laat Uw koningschap komen en Uw wil gedaan worden, op aarde zoals in de hemel”. Ons visioen is het koningschap van God, dat volgens Jezus niet alleen in de hemel, maar ook op aarde gerealiseerd zal worden. Dat visioen krijgt inhoud door te letten op de handel en wandel van Jezus van Nazaret, lijkend op God als een kind op zijn vader. Jezus, vrome Jood, gaf Gods wil zoals die al door de profeten in het Oude Testament was bekend gemaakt,

Maar willen we daar wel op hopen? Wij horen in ons land in Europa in veel opzichten niet tot de armsten, velen van ons worden wél gehoord, we hebben vaak het idee zelfs niet te hoeven bidden om ons dagelijks brood (en de rest). Dus: we zullen wat moeten inleveren, opdat ‘de armen’, in welk opzicht ook (weinig eten, geen eigen land, vluchteling, gekort in de zorg), ook tot bloei kunnen komen, naast ons. In hetzelfde hoofdstuk waar het over de hoop gaat, schrijft Paulus dan ook:

“Wie vol kracht zijn, zijn verschuldigd de zwakheden van wie niet krachtig zijn te torsen en niet onszelf te behagen” (Rom. 15:1).

Eerst zullen we ons dus moeten afvragen: willen we wel hopen dat Gods wil gedaan zal worden en Gods koningschap gerealiseerd wordt? Stel: ja, we willen hopen op de realisatie van Gods koningschap, in ieder geval op aarde, want de hemel is voor ons nog te ver. Hoe kunnen we hopen?

Met hoop is het als met geloven en liefhebben: het woord moet uiteen vallen in vele daden. De weg van de hoop bestaat uit veerkrachtigheid, volharding – listig als de slangen en argeloos als de duiven – moed, vindingrijkheid, eensgezindheid, want je houdt elkaar op de been op de weg van de hoop. Wat ook helpt is humor, zingen, soms tegen de wind in. Heel belangrijk is: meer leren, je op allerlei manieren laten informeren over de situaties zoals ze nu zijn, veelal zonder vrede en gerechtigheid, én over dat koningschap van God. Want daartussen ligt de weg van de hoop.

De JoodsIsraëlische theologe Debbie Weismann, lid van de gemeenschap Netivot Sjalom wat paden van vrede betekent werkend aan vrede tussen Israël en de Palestijnen, zei: “Zolang je gelooft in een levende God kun je blijven hopen”. Want we tobben niet voort op die weg van de hoop als mensen alleen, nee, God als Heilige Geest loopt met ons mee en blaast ons moed in. Romeinen 15: 13 luidt in zijn geheel:

   “Moge de God van de hoop u vervullen met vreugde en vrede in het geloven, zodat u overvloedig wordt in de hoop in de kracht van de Heilige Geest”.

Riet BonsStorm