meditatie maart april 2019

Afgelopen zomer stuurde een Italiaanse vriend van mij de volgende tekst:

Je kunt gebreken hebben, angstig zijn en uiteindelijk boos zijn, maar vergeet niet dat jouw leven de grootste onderneming van de wereld is. Alleen jij kunt de mislukking ervan voorkomen. Velen waarderen jou, bewonderen jou en hebben je lief. Onthoud dat gelukkig zijn niet inhoudt dat je een lucht hebt zonder stormen, een weg zonder ongelukken, een baan zonder vermoeidheid, relaties zonder desillusies.

Het zou een rede van paus Franciscus zijn, maar dat heb ik niet kunnen verifiëren. In elk geval stond het als een overdenking op de site van het bisdom Faenza-Modigliana, vlakbij Bologna. De tekst sprak mij aan vanwege de liefde en hoop die eruit spreekt. In het leven dat je van God hebt gekregen kunnen verdriet en geluk naast elkaar bestaan.

Gelukkig zijn betekent kracht vinden in vergeving, hoop in de strijd, zekerheid in tijden van angst, liefde in tweedracht. Het is niet alleen genieten van een glimlach, maar ook reflecteren op het verdriet. 

Niet alleen de successen vieren, maar leren van de mislukkingen. Het is niet alleen je gelukkig voelen bij applaus maar ook bij anonimiteit. Gelukkig zijn is geen toeval van het lot, maar een resultaat voor degenen die in zichzelf kunnen reizen. Gelukkig zijn is ophouden met je slachtoffer te voelen en de auteur van je eigen lot te worden. Het is door woestijnen gaan en in staat zijn een oase te vinden in de diepte van de ziel. Het is elke dag God danken voor het wonder van het leven.

Gelukkig zijn is geen angst hebben voor je echte gevoelens en in staat zijn om over je zelf te praten. 
Het zit in de moed om “nee” te horen en het vertrouwen terug te vinden in kritiek, ook wanneer deze ongegrond is. Het is je kinderen kussen, je ouders knuffelen, heb poëtische momenten met vrienden, ook als ze je pijn doen. Gelukkig zijn is het schepsel laten leven, dat in elk van ons woont, vrij, vreugdevol en eenvoudig.  Het is de volwassenheid hebben om te kunnen zeggen: “Ik heb fouten gemaakt tegenover jou.”

Het is de moed om te zeggen “Het spijt me.”

Het is de gevoeligheid om te zeggen: “Ik heb je nodig.” Het is in staat zijn om te zeggen: “Ik hou van jou.”

Mag je leven een tuin vol mogelijkheden worden voor blijdschap….dat het in de lente een geliefde kan zijn van de vreugde en in de winter een geliefde van de wijsheid. En wanneer je een fout maakt, begin dan weer van voren af aan… omdat je alleen zó van het leven kunt houden. Ontdek dat gelukkig zijn niet is dat je een perfect leven hebt.

Gebruik de tranen om de verdraagzaamheid te irrigeren. 
Gebruik de nederlagen om het geduld te oefenen. 
Gebruik je fouten met de sereniteit van beeldhouwers. 
Gebruik de pijn om het plezier te evenaren. 
Gebruik de hindernissen om de vensters van je intelligentie te openen.
Geef nooit op.
Boven alles: geef de mensen die van je houden nooit op.
Verwerp de blijdschap nooit, omdat het leven een ongelooflijk schouwspel is.”

Dianne Velvis




Meditatie februari maart 2019

Christelijk in een post-christelijke tijd

Minder dan de helft van de Nederlanders is religieus, zo meldde het Sociaal-Christelijk Planbureau in de periode voorafgaand aan het afgelopen kerstfeest. En dan was het ook nog eens zo dat Nederlanders van allochtone afkomst religieuzer waren dan Nederlanders van autochtone (zeg maar West-Europese) afkomst en dat het onderscheid tussen hen vaak ook een onderscheid in religiositeit is. Dat betekent dat de sfeer waarin verreweg de meesten van ons leven en opgroeien zeer sterk door ongodsdienstigheid wordt getekend. Hoe gaan wij daarmee om als christelijke gemeente, als kerkmensen? 

Nederland was religieus en dan zeer sterk protestants religieus in streken als Noordoost-Groningen. Onze manier van leven, onze levensbeschouwing was dominant en dat is nu veranderd. Die verandering zouden wij negatief kunnen beoordelen, want een grote groep mensen verlaat onze manier van in het leven staan. Dat is niet abstract want we kunnen zelfs namen bedenken bij mensen die dit doen. Het doet pijn dat mensen zomaar afscheid van ons nemen en zo gaan leven alsof de kerk, de Bijbel en alles wat daarbij hoort er niet meer toe doet. Sterk is de verleiding om die manier van leven zonder de kerk ook af te gaan wijzen. Dat maakt onze houding tegenover de maatschappij negatief. De kerk en de kerkmensen staan negatief in de maatschappij, bekritiseren de veranderingen die hebben geleid en het gevolg zijn van de leegloop. Maar zo’n negatieve kerk straalt negativisme uit en is absoluut niet interessant voor het overgrote diepgaand ontkerkelijkte deel van de bevolking.

Paulus schrijft in Filippenzen 4:5:

Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij.

Dat is een heel andere houding, niet negatief maar juist positief ingesteld. Ook in Paulus tijd waren er spanningen met de buitenwereld, maar de bron van de vriendelijkheid is de nabijheid van de Heer. Want in Jezus leerde de gemeente de liefde van God kennen. Dat is wat de gemeente bezield. Gods “ja” tegen mensen. Dat is het hart van het Christendom. Het gaat er niet om dat je je aan regeltjes houdt, aan wetten, maar het gaat om Gods ja. Die bezieling mag de kerk ook uitstralen in de post-christelijke tijd.

ds. Marco Roepers




Meditatie december 2018

G E E N  P L A A T S

Eigenlijk is er in mijn leven weinig tijd voor onverwacht bezoek.
Ik moet nog van alles regelen voor…. ja voor wanneer eigenlijk?
Mijn huis, ja dat is groot genoeg.
Maar toch mis ik ruimte in mijn leven, om plaats te geven aan iemand die zomaar komt.
Je zou kunnen zeggen dat mijn hoofd vol is.
Mijn ziel is bezet.

Natuurlijk kan ik beter niet de deur van mijn huis wagenwijd openzetten.
Dan komen er ook mensen binnen met kwade bedoelingen, de aarde is geen paradijs.
En ik kan ook niet altijd zomaar voor iedereen mijn hart openen.
Dan lijk ik op die vrouw die met de beste bedoelingen die zwerver in haar huis opnam: na een paar weken werd het haar teveel en zette zij hem weer op straat.

Maar als ik al mijn deuren potdicht gesloten houd, dan blijf ik zitten met mijzelf alleen. De deur van mijn huis, de deur van mijn hart, de deur van mijn ziel – ik kan ze maar beter niet altijd gesloten houden. Soms wel, maar op ander momenten niet. Er is een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren, zegt de Prediker (3,5).

Open – dicht, open – dicht.

Zoals een lichaam ademt, zo heeft ook een huis en zo heeft ook een ziel het nodig om te ademen.

Met kerst gaat de deur van de hemel open. Van God komt Jezus onder ons, straal van goddelijk licht. Er is geen plaats voor hem in de herberg.
Later zal hij over zichzelf zeggen: de vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen (Mattheus 8, 20).

Aan het eind van zijn leven hangen ze hem aan een kruis, alsof ze willen zeggen: hier op aarde is geen plaats voor jou, maar ook in de hemel niet.
Daarom hangen we jou tussen hemel en aarde.

Er is geen plaats voor het goddelijk licht in onze wereld.
Wie wil het herbergen?
Waar kan het plaats vinden?
Waar anders dan in de harten van mensen!
Waar anders dan in hun ziel!

Waar anders kan het goddelijk licht plaats vinden dan in mijn hart en mijn ziel!
Of is mijn ziel bezet?
Staat mijn hart niet open?
Is er in mijn leven geen tijd voor onverwacht bezoek?

Ds. Tjalling Huisman




Meditatie november 2018

Advent

Het is weer de periode van advent. Het is de meest donkere periode van het jaar waarin het lang donker is. Op 21 december gaat de zon pas om 8:48 op en om 16:16 gaat hij weer onder. Velen gaan in het donker naar hun werk of school en komen ook weer in het donker thuis. Maar het is ook een gezellige tijd. Overal zijn lampjes en andere lichtjes. Veel tuinen hebben een of andere versiering. Binnen is er de kerstboom met lichtjes, de adventsster en de vele kaarsjes die branden. Juist dat licht geeft gezelligheid en gezelligheid heeft weer te maken met een gevoel van geborgenheid en veiligheid.

Maar ook in de politiek wordt het donkerder. We vernemen van toenemende spanningen tussen de NAVO-landen en Rusland. En dat raakt ook Nederland getuige de persconferentie over de  poging van Rusland om in Den Haag de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens te hacken. De spanning in de wereld loopt op. Zo sterk als het in de Koude Oorlog was, is het nog niet, maar het is wel een stuk ingewikkelder dan toen de wereld in twee machtsblokken was verdeeld. De opkomst van het populisme maakt ook dat staten minder voorspelbaar zijn. Het geeft mij een gevoel van toenemende duisternis. Waar gaan we naar toe? Kaarsjes en lichtjes in en om het huis helpen niet hiertegen.

In advent staan lezingen uit het Bijbelboek Openbaringen op het leesrooster. In dit Bijbelboek gaat een donkere wereld door heel veel strijd en onheil naar een lichtende toekomst. Het boek is geschreven in tijden van intense geloofsvervolging en de sfeer van angst en strijd is voelbaar door het hele Bijbelboek heen.  Het gaat over draken en beesten die over de aarde heersen, over plagen waardoor de aarde getroffen wordt. Tegenover de donkere aarde staat een lichtende werkelijkheid van de hemel waar God woont en geëerd wordt. Toch is die hemelse werkelijkheid rond God sterk betrokken op de aardse werkelijkheid. In Openbaringen 8 lezen we over een gouden wierookschaal waarvan de rook opstijgt naar God. Samen met de wierook stijgen ook de gebeden van de vervolgde gelovigen op naar God. De gebeden die klinken vanaf een donkere aarde, waar de gelovigen zuchten en lijden onder de vervolging komen in de lichte hemelse werkelijkheid binnen. Waarvoor zouden die gelovigen anders bidden dan dat Gods Koninkrijk eindelijk komen mag. Die komst van het koninkrijk, de vervulling van alle gebeden en met name van het Onze Vader. En die gebeden vormen een hefboom die een hele beweging naar de komst van de nieuwe hemel en aarde in beweging zet.

Advent is een tijd van verwachten. En verwachten is nauw verbonden met bidden. Het gebed is een plek waar onze aardse werkelijkheid met de hemelse werkelijkheid verbonden zijn en zo een bron van hoop op een verandering ten goede in onze wereld. Daar kunnen we niet zonder in onze aardse strijd. Geloof en gebed zijn daarom juist in deze tijd heel belangrijk. Het is een bron van licht in een bij tijd en wijle duistere wereld.  

Ds. Marco Roepers




Meditatie oktober 2018

De toekomst van de kerk

In de zomer vroeg Tjalling aan mij of ik eens op papier wou zetten hoe ik aankijk tegen de toekomst van de kerk. Deze vraag zette mij aan het denken. De toekomst is er wel. Als mensen al honderden jaren naar de kerk gaan zullen zij daar in de komende jaren niet mee stoppen. Maar het ledenbestand van de kerk vergrijst en de jeugd lijkt af te haken. Maar niet getreurd, want er zijn best manieren om de jongeren bij de kerk te betrekken.

Het eerste kritiekpunt is de aanvangstijd van de kerk. Zondagochtend half tien is aan de vroege kant als je dezelfde ochtend net om 06:00 uur de kroeg bent uitgerold. Een iets later tijdstip zou misschien meer jongeren trekken. Maar dit is natuurlijk maar een klein detail. Want ook als de kerk om 11:00 uur                            zou beginnen zal het waarschijnlijk niet vol zitten met jongeren. De kerk in zijn huidige vorm is misschien wel iets wat veranderd kan worden. Het elke zondagochtend bij elkaar komen en luisteren naar een dominee is iets wat naar mijn idee de jeugd niet meer aan gaat trekken. Er wordt al steeds meer gezocht naar andere manieren om mensen en vooral de jeugd naar de kerk te trekken. Als 18+ jeugd in de gemeente Maarland hebben wij een gespreksgroep. Wij komen 2 keer in de maand samen en praten dan onder leiding van Tjalling over het geloof aan de hand van Bijbelverhalen. Dit gebeurt altijd op zondagavond en 1 á 2 keer per jaar werken wij ook mee aan een kerkdienst en tot nu toe hebben we elk jaar zelf een kerkdienst georganiseerd. Voor deze dienst kiezen wij zelf de lezingen en de muziek. Ook hebben wij elk jaar een aantal gasten. De gasten doen mee tijdens een of meerdere bijeenkomsten en helpen dan ook met het voorbereiden van de dienst. Voor de gasten is er ook een uitnodiging voor de jaarlijkse barbecue, dus mocht u hier geïnteresseerd in zijn geef u dan vooral op bij Tjalling. De vorige gasten hebben altijd positief gereageerd op onze bijeenkomsten.

Tijdens een van de door ons georganiseerde diensten hebben we ook gekozen voor iets modernere muziek. In plaats van de normale kerkmuziek hebben we tijdens die dienst geluisterd naar o.a. John Lennon en U2. In andere gemeentes zie je steeds vaker diensten die zijn opgehangen aan een artiest of band. Zo zijn er veel diensten met de muziek van U2, maar ook diensten die in het teken staan van Marco Borsato of BLØF. Dit soort diensten trekken enorm veel jongeren, omdat de muziek meer aanspreekt maar er tegelijkertijd aan de hand van de muziek wel serieus wordt gesproken over het geloof en de verhalen uit de Bijbel. Iedereen heeft natuurlijk een andere muzieksmaak en misschien is niet iedereen fan van de wereld verbeterende teksten van U2 of de moeilijke zinnen van BLØF, maar de teksten hebben meestal wel een diepere laag die betrekking heeft op het geloof. Tijdens verschillende diensten hebben we onder andere geluisterd naar het nummer ‘Grace’ van U2.

Deze nieuwe vormen laten zien dat jongeren best met het geloof bezig willen zijn, maar dat het niet meer lukt met de vorm van kerkgang zoals de meeste mensen het gewend zijn.

Met de nieuwe vormen blijven jongeren betrokken bij het geloof maar gaan ze niet elke zondag meer naar de kerk. Een andere vorm van geloven is natuurlijk niet een foute vorm van geloven.

Ik heb er alle vertrouwen in dat ook in de komende jaren veel jongeren de weg naar het geloof zullen vinden. De manier hiervan mag dan verschillen van de ‘gewone’ manier, maar het belangrijkste is dat de jongeren het geloof blijven vinden. De wereld verandert en de kerk kan niet anders dan mee veranderen richting toekomstige generaties. 

Bas Huizing




Meditatie september 2018

Waardoor worden we gevoed?

Het is broodnodig dat is een uitdrukking in onze taal waarmee we aangeven dat iets noodzakelijk is. Brood als onmisbare voorwaarde om te leven wordt hier gebruikt als beeld om aan te geven hoe dringend er iets moet komen of gebeuren. En al zijn de tijden veranderd, brood is nog steeds een belangrijk fundament van ons voedingspatroon.

Toch is alleen brood niet genoeg. We hebben ook ander voedsel nodig om te blijven leven. Brood en andere graanproducten vormen slechts een van de groepen van de schijf van vijf. Andere groepen zijn bijvoorbeeld melkproducten en groente en fruit.

Maar ook dat is niet genoeg om te leven. Een mens heeft meer nodig. Denk maar eens aan een woning, werk, vervoer en alles wat daarbij hoort. Zijn daarmee aan alle onmisbare voorwaarden voor een goed menselijk bestaan voldaan?  

U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft;

Dat zegt Jezus in Johannes 6: 27. Een mens kan niet zonder gemeenschap en geestelijke zaken. Liefde bijvoorbeeld is geestelijk en voor een mens onmisbaar. En liefde ontstaat alleen in een menselijke gemeenschap. Een menselijke gemeenschap zonder liefde is onleefbaar.

Maar, zegt Jezus, een mens kan ook niet zonder Gods liefde. Want die liefde geeft een menselijk leven richting en zin. Gods liefde doet ons beseffen dat we niet toevallig bestaan maar dat we gewild zijn. God wil dat we er zijn. En door dat besef ontdekken we dat ons bestaan zin heeft. En Jezus is gekomen om ons die liefde te laten zien.  

Meestal beginnen wij met materiële zaken als noodzakelijk bestaansvoorwaarden om dan later uit te komen bij geestelijke zaken. Ik doe dat ook in dit stuk. Jezus draait het om: Eerst het geestelijke en dan het materiële. Kan dat wel? Een mens moet toch eerst eten? Jezus’ benadering roept de vraag op dat als we materiële zaken zo fundamenteel maken voor ons bestaan of het geestelijke nog wel aan bod komt. Beginnen met het geestelijke doet ons beseffen dat al die materiële dingen giften van God zijn. Ze zijn een teken van Gods liefde en zorg en ons gegeven om die liefde en zorg verder door te geven.

Waardoor worden we gevoed? Dat is de vraag waar we de komende startzondag samen mee bezig gaan. Als gemeenschap door God bij elkaar geroepen gaan we bezig met de geestelijke zaken maar ook het materiële krijgt zijn plek daarbinnen.

Ds. Marco Roepers




Meditatie juli 2018

K L E I N G E L O V I G E

Vooruit dan maar, ik ben hier al tien jaar domie, tijd om uit de kast te komen: ik ben een kleingelovige! Ik hoor u al denken, lezer: we hadden het altijd al gedacht, een publiek geheim was het. Je kon het merken aan zijn preken en zijn pastoraat. Het miste iets van een, van een….nou ja zeg maar een groot geloof. Het bleef altijd een beetje steken in hoop en liefde en twijfel. Of denk u dat niet, denk ik alleen maar dat u dat denkt?

Klein of groot geloof, geloven zie ik voor mij als een weg.
Een weg die je kunt gaan in het spoor van Jezus.
De weg van geloven is niet een weg van zekerheid, geen snelweg naar de hemel.
Alle menselijke emoties duiken er op.
Soms ben je dapper, soms doodsbang.
Er zijn tijden van grote moed in je leven, en tijden van een lafheid waarvoor je je diep schaamt.
Soms ga je vrolijk en onbezorgd voort op ’s Heren wegen.
Maar er zijn ook momenten dat je je voortsleept, gebukt onder zorgen of verdriet.
Ook twijfel en ongeloof dringen zich aan je op.

Velen denken dat er geen twijfel of ongeloof te vinden zijn op de weg van geloven.
Ongeloof zien zij als een afslag, een andere weg die je gaat.
Maar ik denk dat twijfel en ongeloof juist op de geloofsweg te vinden zijn.
Twijfel is niet in tegenstelling met geloof, en ongeloof ook niet.
Onverschilligheid is het, die lijnrecht staat tegenover geloof.
Op de weg van geloven is onverschilligheid een afslag naar een andere weg.
Maar twijfel, twijfel is de zuster van vertrouwen,
ongeloof is de broeder van geloven.

Als de rots Petrus in een verhaal uit Matteüs 14 over het water loopt (volgens mij zo’n verhaal van niet echt gebeurd, maar wel waar – maar ja, u kent mij) en daarna bang wordt en begint te zinken, noemt Jezus hem een kleingelovige. “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?”

Volgens mij schuilt er in deze vraag geen enkel verwijt. Jezus weet ook wel hoe de sterk de wind kan zijn en hoe diep het water in iemands leven. Twijfel is menselijk.                                                               

Kleingelovige, dat klinkt in mijn oren als een liefkozing, het klinkt als een geuzennaam. Het is toch ook Jezus die tegen zijn leerlingen zegt: als je geloof hebt (zo klein) als een mosterdzaadje, zal je tegen die berg zeggen ‘verplaats je van hier naar daar’ en hij zal zich verplaatsen.

Geloven zie ik voor mij als een weg, een weg die je kunt gaan in het spoor van Jezus.
Het leven onderweg is vaak mooi, maar soms ten hemel schreiend verschrikkelijk.
Het leven is onzeker, de enige zekerheid is de dood.
Alle menselijke emoties duiken er op.
Soms ben je dapper, soms doodsbang.
Angst hoort bij het leven, net als geloof.
Geloven is niet het ontkennen van angst.
Geloven is de moed om, met de angst om het hart, het leven te wagen.
Als kleingelovige, die het uitschreeuwt van angst als hij wegzinkt en het niet meer redt.
In de hoop dat net als bij Petrus, er iemand is die je hand vastpakt.

dominee Tjalling Huisman




Meditatie juni 2018

Wees altijd verheugd

Filippenzen 4: 4-7

4 Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. 5 Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. 6 Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. 7 Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

Paulus roept ons op altijd verheugd te zijn. Dat is toch onhaalbaar? Want wie is er nu altijd blij? Niemand toch? Er zijn toch altijd perioden die moeilijker zijn. Dat is met het leven gegeven.

Deze tekst had een nicht uitgezocht voor haar begrafenis. De predikant protesteerde: “Deze tekst was niet geschikt voor een begrafenis”. “Inderdaad”, dacht ik: “en helemaal niet in deze situatie waarbij ze slechts 50 mocht worden en een man en drie tieners achterblijven.” Maar ze bleef erbij. Deze tekst was zo belangrijk voor haar.

Toen ik haar voor de laatste keer sprak, hadden wij het er over hoe moeilijk het is om los te laten. Maar zei zij tegen mij: ze geloofde vast dat het beter werd. Inderdaad, dat was wat het geloof ons zegt. Er komt een nieuwe hemel en nieuwe aarde. God bewaart het beste voor het laatst. Voor dat beste zijn wij bestemd.

En dat beste komt al dichtbij als we geloven in Jezus, de opgestane Heer. Zijn opstanding is het eerste begin van dat nieuwe begin. Het geloof brengt ons in contact met die nieuwe realiteit van Jezus. Dat zien we ook terug in die tekst uit Filippenzen. “Vraag God wat u nodig hebt”, zegt Paulus. In deze gebeden komen de noden van onze realiteit met zijn verdriet en moeite aan bod.  Die worden bij de hemel in gebracht. Maar de hemelse realiteit wordt bij ons ingebracht: De vrede van Jezus die alle verstand te boven gaat. Dat is eigenlijk iets wat je mystiek zou kunnen noemen: Dat je even opgenomen wordt in de nieuwe hemelse realiteit van Jezus. In vertrouwen dat hij niet loslaat en altijd bij ons is.

Dat is wat zij mee wilde geven aan degenen die achterbleven. Deze vreugde is een andere vreugde dan de stemming waar we meestal aan denken. Het is een vreugde die je ook kan hebben als je intens verdrietig bent. Omdat je dan het vertrouwen hebt dat Jezus er is en dat hij ervoor zal zorgen dat het goed komt. Dat maakt ons geloof toch wezenlijk een blij geloof. Niet dat het verdriet ontkend wordt,  maar dat het geloof altijd iets van die andere, nieuwe realiteit voelt, die komt.

Ds. Marco Roepers




Meditatie mei 2018

Veelkleurig

Binnenkort vieren wij Pinksteren. En we vieren dat gezamenlijk, met de kerken van het cluster. Dat is en blijft bijzonder, omdat geen ander christelijk feest dan Pinksteren zo mooi is om te vieren met mensen die je misschien niet zo goed kent, maar met wie je toch iets deelt. Want met Pinksteren denken we aan al die verschillende mensen uit verschillende landen en streken die daar verzameld waren in Jeruzalem voor het Joodse oogstfeest, op het moment dat de leerlingen de Heilige Geest ontvingen. Jeruzalem was toen al een knooppunt van landen en culturen. En in Handelingen 2 staat dan over de leerlingen van Jezus:

En allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken.

De leerlingen begonnen te branden van blijdschap en enthousiasme en liefde voor God, ze konden zich niet meer stil houden toen de Heilige Geest kwam. Maar het wonderlijkste is: alle mensen die ze hoorden spreken, uit al die verschillende landen, hoorden ze spreken in hun eigen moedertaal!

In de kerk spreken wij vaak ook verschillende ‘talen’. Soms letterlijk. Maar ook figuurlijk spreken we verschillende ‘geloofstalen’. En dat kan maken dat het moeilijk is om elkaar te begrijpen. Om je gezien en gehoord te weten door mensen die anders in hun geloof staan. Je kunt je meer thuis voelen in de vrijzinnige of in de confessionele hoek van de kerk. Maar het kan ook op andere vlakken verschillen. Je kunt erg houden van mooie woorden, of traditionele formuleringen, of juist van een losse sfeer in de kerk. Of je houdt van een mooi lied, maar wat de een mooi vindt, is anders dan waar de ander door aangesproken wordt. Je kunt het belangrijk vinden om je praktisch in te zetten voor je geloof, of je houdt van een mooi boek of een mooie preek die je aan het denken zet. Het geloof kan voor jou iets heel persoonlijks zijn, of je wilt het met iedereen delen.

En dan zijn we vanouds ook nog met hele verschillende mensen in de kerk, uit verschillende ‘lagen’ van de samenleving. Dat was al zo in Handelingen. De kerk was een ratjetoe van mensen. Van slaaf tot weduwe tot legionair. En dat is in deze tijd niet anders.
Al vanaf het begin van de kerk, vanaf Pinksteren, horen al die mensen erbij, met hun eigenheid, hun kleur. Vanaf het begin is de kerk al ‘veelkleurig’.

Dat woord, veelkleurig, moet niet betekenen dat de kerk grijs moet zijn. Dat iedereen bij de deur welkom is, maar dat we vervolgens allemaal op elkaar moeten lijken. Dat we precies hetzelfde moeten geloven, of mooi moeten vinden.

Maar, kun je je afvragen, wat delen we dan wel met elkaar? Wat we delen, is dat we ons door God aangesproken weten. Dat we geloven dat God, in onze eigenheid, in al die verschillende talen, tot de mensen spreekt. Dat vind ik persoonlijk een heel mooi beeld. Het werk van de Heilige Geest is niet in te kaderen. Zoals in het lied ‘Samen in de naam van Jezus’: de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt. Hij helpt ons om God te zien, te begrijpen, te verstaan in onze eigen (geloofs)taal.

En dan komt de grote uitdaging: dan moeten al die mensen, die door de boodschap van de leerlingen worden aangesproken, toch iets met elkaar! Ze breken het brood met elkaar, vormen een gemeenschap. En dat gaat niet zonder slag of stoot. In het Bijbelboek Handelingen zie je al dat er al snel ruzies komen over dat bepaalde groepen worden voorgetrokken boven andere, en vragen over wie erbij horen en wie niet, en hoe je daar op een goede manier mee om moet gaan. Uiteindelijk wordt dan steeds wel gestreefd om de gemeente, ondanks de verschillen, bij elkaar te houden. En om open te blijven staan voor mensen die van buiten komen.

En ik denk dat juist dat de kerk is, het lichaam van Christus. Een groep mensen die niet ideaal en niet perfect zijn, een groep mensen met verschillende kleuren, die toch samen door God uitgekozen en gebruikt worden om Zijn lichaam te zijn in deze wereld. En dat lichaam vormen we niet omdat we het zo goed met elkaar kunnen vinden. Maar omdat we ons allemaal door diezelfde God aangesproken weten.

Zo’n kerk mogen wij zijn met elkaar. Een kerk waar ieder welkom is, met zijn of haar eigen kleur, eigen geschiedenis, eigen successen en gekwetstheid, voorkeuren  en verliefdheden, uitbundigheid  en verlegenheid. En waar ieder zich daarin door God gekend en aangesproken mag weten.

Misschien geldt in de kerk wel het motto: doe maar gek, dan doe je gewoon genoeg.

ds. Tjalling Huisman en ds. Jake Schimmel




Meditatie april 2018

Het oudste paasevangelie

Wat is het belang van Pasen. Soms krijg je het gevoel dat het vooral gaat om de blijdschap na het verdriet van Goede vrijdag. Toch geeft Pasen echt een reden van blijdschap en die reden is de kern van de boodschap van het Nieuwe Testament.

In de kerkdiensten met Pasen lezen we het paasevangelie doorgaans uit één van de evangeliën. Er is echter in de Bijbel nog een plek waar de opstanding van Jezus verteld wordt. Dat is 1 Korintiërs 15. De brieven van Paulus zijn ouder dan de evangeliën en daarmee is dit hoofdstuk uit de brief aan de Korintiërs de oudste. Het is meer een samenvatting van wat er rond Pasen gebeurd is, maar de bedoeling met deze samenvatting van Paulus heeft ook pointe die vandaag de dag ook nog actueel is. Paulus verbindt  in 1 Korintiërs 15 de opstanding van Jezus rechtstreeks met onze eigen opstanding. Ook hier lezen we het beeld voor de opstanding van de graankorrel die sterft en nog niet het beeld heeft van wat er later zal komen. Paulus onderscheidt twee manieren van bestaan. Die van Adam, volgens Genesis 2:7 maakte God hem tot een levende ziel, en die van Christus, volgens Paulus een levendmakende geest. Adam was stoffelijk, Christus is hemels. Met Pasen vieren we dat deze hemelse mens tevoorschijn komt uit het graf en dat dat een belofte voor ons is. Het geloof in de opstanding laat die belofte al werken. De dood verliest haar grimmigheid in het geloof.

Weten dat we sterven zullen, bepaalt het leven. Veel mensen willen het leven zoveel mogelijk benutten, zoveel mogelijk genieten. Die levenshouding komt veel voor. Maar weten dat we zullen opstaan, kan het leven nu ook bepalen. Dan gaat het niet meer om genieten, maar meer om de liefde van God en voor elkaar waardoor we opstaan. Die andere manier van leven is ook opstaan uit een leven dat door de dood bepaald wordt naar een leven dat door de eeuwigheid wordt bepaald. Dat geloof, dat we in de opgestane Christus onze eigen toekomst zien, is de reden van de blijdschap van Pasen

Ds.Marco Roepers