Meditatie mei juni 2019

Van binnen groeien

door ds. Tjalling Huisman

Als kind had ik het idee dat je maar beter geen pitten van een appel kan inslikken, voor je het weet groeit er een boom uit je oren. Volgens mij denken veel kinderen dat (of ben ik zo raar?). Als groot mens weet ik dat je zeker van binnen kunt groeien, maar dan geestelijk. Vaak spreken mensen dan ook over geestelijke groei. Ik vind dat een nogal vaag en verheven klinken, te geestig en te weinig aards. Maar toch is groeien van binnen echt aards. Het gaat over alledaagse zaken als jezelf rust gunnen, de ander ruimte geven, grenzen stellen, leren ver­geven, je laten helpen, beter leren luisteren, even­wicht vinden tussen open- en dichtgaan en noem maar op.

Het is bijna Pinksteren: geestelijke groei moet wel te maken hebben met de Geest. Ook de Geest is heel aards, hoewel het wel eens lijkt of mensen haar helemaal laten opgaan in hal­leluja prijs de Heer. De Geest leert ons om de liefde van Christus tot in onze wortels te laten doordringen. Onze wortels zitten in de aarde. Het Bijbels beeld van de mens als een boom vind ik een mooie beeldspraak. Het geeft aan dat de vruchten van binnenuit groeien, het is een natuurlijk proces. De boom voedt zich met sappen en met zon – zo groeit en bloeit hij. Aardig doen, doe ‘s lief, je beste beentje voorzet­ten – dat heeft ook allemaal z’n waarde. Maar als het niet van binnenuit gevoed wordt, houdt het niet stand.

Een mens is als een boom: je kunt je voeden met de liefde van Christus, en zo groeien de vruchten van de Geest heel natuurlijk. Maar vruchten van de Geest, groeien die juist niet tegennatuurlijk? Paulus zegt zelfs (Galaten 5: 24) dat je je eigen na­tuur aan het kruis moet slaan. Want die eigen na­tuur denkt alleen maar aan zichzelf, aan zo goed mogelijk overleven. Met een verwijzing naar evolutie wordt wel ver­klaard, waarom mensen veel meer eten dan ze nodig hebben. We blijven onszelf vaak volstoppen met vetten en koolhydraten, vanuit een vaag besef dat we dan een voorraadje hebben als de kale winter aanbreekt. Omdat die de laatste decennia niet is aangebroken (in de westerse wereld), wor­den we met z’n allen te dik. Zo werkt een natuurlijk overlevingsmechanisme ons tegen. Dat geldt ook voor geestelijk voedsel (bah, wat een vreselijk woord; het bederft meteen mijn eetlust, maar ik weet geen beter). Als je je vooral volstopt met (geestelijk) junkfood, hoe groei je dan van bin­nen? Als je jezelf bijvoorbeeld voedt met de haat die op sommige sociale media rondgaat, hoe vergif­tig je dan je ziel? Wat je goed laat groeien, is de liefde van Christus die jou voedt met liefde-zonder-maar. Wat je goed laat groeien zijn de leefregels van God die je aan het denken zetten, zoals Psalm 1 zo mooi zegt. Er is niets tegen guilty pleasures, integendeel. Zo eet ik met veel plezier regelmatig Riepster Friet (te verkrijgen bij het Dorpshuis van Zeerijp). En er is niet leukers dan elkaar – nu gaat het weer over geestelijk voedsel – je guilty pleasures op te biech­ten.

Van binnen groeien heeft te maken met nadenken over wat er leeft in je hart aan goed en kwaad. Het is jezelf onder ogen zien: je hoogmoed en je zelfaf­wijzing, je behulpzaamheid en je jaloezie, je haat­gevoelens en je medelijden en noem maar op. Het is jezelf onder ogen zien en jezelf leren accepteren, omdat Christus jou accepteert met liefde-zonder-maar. Het is de Geest die ons leert om de liefde van Jezus tot in onze wortels te laten doordringen.

Leve de Geest!

Ds. Tjalling Huisman




Meditatie april mei 2019

Een Nieuw Begin

De Stille Week is de periode waarin wij stilstaan bij het lijden van onze Heer. Het begint op Palmpasen waarin wij de intocht van Jezus in Jeruzalem vieren. In de Bijbel lezen we die zondag dat Hij met gejuich Jeruzalem binnen wordt gehaald. Het lijkt wel of hij de toekomstige koning is. Maar binnen een paar dagen wordt hij gevangen genomen, berecht en gekruisigd. Het lijkt een roemloos einde en zo leek het ook voor de  volgelingen van Jezus.

Maar na drie dagen verandert het totaal. De volgelingen van Jezus ontmoeten Hem opnieuw maar nu in een totaal andere gedaante. Het blijkt dat zijn lijdensweg de weg is die hij moest gaan om een nieuw begin te kunnen maken. Zijn opstanding uit de dood is het begin van een nieuw leven, een leven dat niet onderworpen is aan krachten en machten van dood en geweld. Het is het begin van een nieuwe schepping dat hij op deze manier tot stand brengt.

En aan dat nieuwe begin kunnen wij al deel krijgen in het geloof.  Paulus omschrijft het in Romeinen 6 zo:

3 Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? 4 We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. 5 Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding.   

Maarland en de Vredekerk hebben dit jaar als thema voor de Stille Week “Een Nieuw Begin”. Wij staan stil bij dat nieuwe begin in de Stille Week en Pasen. In de Stille Week draagt hij het oude ten grave en met Pasen staat hij op in een nieuwe werkelijkheid. En in het geloof krijgen wij deel aan die nieuwe werkelijkheid. Het lied dat bij dit thema is uitgezocht is “Jezus, meester aller dingen” (gezang 352).

Jezus, meester aller dingen,
Woord van God van den beginne,
in het lot der stervelingen
brengt Gij tekenen tot stand

Het is een dooplied dat bezingt hoe Jezus de machten van chaos verslaat en zo voor ons een nieuw leven opent.  Dat is precies waar wij in de Stille Week bij stilstaan en met Pasen vieren.

Ds. Marco Roepers




meditatie maart april 2019

Afgelopen zomer stuurde een Italiaanse vriend van mij de volgende tekst:

Je kunt gebreken hebben, angstig zijn en uiteindelijk boos zijn, maar vergeet niet dat jouw leven de grootste onderneming van de wereld is. Alleen jij kunt de mislukking ervan voorkomen. Velen waarderen jou, bewonderen jou en hebben je lief. Onthoud dat gelukkig zijn niet inhoudt dat je een lucht hebt zonder stormen, een weg zonder ongelukken, een baan zonder vermoeidheid, relaties zonder desillusies.

Het zou een rede van paus Franciscus zijn, maar dat heb ik niet kunnen verifiëren. In elk geval stond het als een overdenking op de site van het bisdom Faenza-Modigliana, vlakbij Bologna. De tekst sprak mij aan vanwege de liefde en hoop die eruit spreekt. In het leven dat je van God hebt gekregen kunnen verdriet en geluk naast elkaar bestaan.

Gelukkig zijn betekent kracht vinden in vergeving, hoop in de strijd, zekerheid in tijden van angst, liefde in tweedracht. Het is niet alleen genieten van een glimlach, maar ook reflecteren op het verdriet. 

Niet alleen de successen vieren, maar leren van de mislukkingen. Het is niet alleen je gelukkig voelen bij applaus maar ook bij anonimiteit. Gelukkig zijn is geen toeval van het lot, maar een resultaat voor degenen die in zichzelf kunnen reizen. Gelukkig zijn is ophouden met je slachtoffer te voelen en de auteur van je eigen lot te worden. Het is door woestijnen gaan en in staat zijn een oase te vinden in de diepte van de ziel. Het is elke dag God danken voor het wonder van het leven.

Gelukkig zijn is geen angst hebben voor je echte gevoelens en in staat zijn om over je zelf te praten. 
Het zit in de moed om “nee” te horen en het vertrouwen terug te vinden in kritiek, ook wanneer deze ongegrond is. Het is je kinderen kussen, je ouders knuffelen, heb poëtische momenten met vrienden, ook als ze je pijn doen. Gelukkig zijn is het schepsel laten leven, dat in elk van ons woont, vrij, vreugdevol en eenvoudig.  Het is de volwassenheid hebben om te kunnen zeggen: “Ik heb fouten gemaakt tegenover jou.”

Het is de moed om te zeggen “Het spijt me.”

Het is de gevoeligheid om te zeggen: “Ik heb je nodig.” Het is in staat zijn om te zeggen: “Ik hou van jou.”

Mag je leven een tuin vol mogelijkheden worden voor blijdschap….dat het in de lente een geliefde kan zijn van de vreugde en in de winter een geliefde van de wijsheid. En wanneer je een fout maakt, begin dan weer van voren af aan… omdat je alleen zó van het leven kunt houden. Ontdek dat gelukkig zijn niet is dat je een perfect leven hebt.

Gebruik de tranen om de verdraagzaamheid te irrigeren. 
Gebruik de nederlagen om het geduld te oefenen. 
Gebruik je fouten met de sereniteit van beeldhouwers. 
Gebruik de pijn om het plezier te evenaren. 
Gebruik de hindernissen om de vensters van je intelligentie te openen.
Geef nooit op.
Boven alles: geef de mensen die van je houden nooit op.
Verwerp de blijdschap nooit, omdat het leven een ongelooflijk schouwspel is.”

Dianne Velvis




Meditatie februari maart 2019

Christelijk in een post-christelijke tijd

Minder dan de helft van de Nederlanders is religieus, zo meldde het Sociaal-Christelijk Planbureau in de periode voorafgaand aan het afgelopen kerstfeest. En dan was het ook nog eens zo dat Nederlanders van allochtone afkomst religieuzer waren dan Nederlanders van autochtone (zeg maar West-Europese) afkomst en dat het onderscheid tussen hen vaak ook een onderscheid in religiositeit is. Dat betekent dat de sfeer waarin verreweg de meesten van ons leven en opgroeien zeer sterk door ongodsdienstigheid wordt getekend. Hoe gaan wij daarmee om als christelijke gemeente, als kerkmensen? 

Nederland was religieus en dan zeer sterk protestants religieus in streken als Noordoost-Groningen. Onze manier van leven, onze levensbeschouwing was dominant en dat is nu veranderd. Die verandering zouden wij negatief kunnen beoordelen, want een grote groep mensen verlaat onze manier van in het leven staan. Dat is niet abstract want we kunnen zelfs namen bedenken bij mensen die dit doen. Het doet pijn dat mensen zomaar afscheid van ons nemen en zo gaan leven alsof de kerk, de Bijbel en alles wat daarbij hoort er niet meer toe doet. Sterk is de verleiding om die manier van leven zonder de kerk ook af te gaan wijzen. Dat maakt onze houding tegenover de maatschappij negatief. De kerk en de kerkmensen staan negatief in de maatschappij, bekritiseren de veranderingen die hebben geleid en het gevolg zijn van de leegloop. Maar zo’n negatieve kerk straalt negativisme uit en is absoluut niet interessant voor het overgrote diepgaand ontkerkelijkte deel van de bevolking.

Paulus schrijft in Filippenzen 4:5:

Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij.

Dat is een heel andere houding, niet negatief maar juist positief ingesteld. Ook in Paulus tijd waren er spanningen met de buitenwereld, maar de bron van de vriendelijkheid is de nabijheid van de Heer. Want in Jezus leerde de gemeente de liefde van God kennen. Dat is wat de gemeente bezield. Gods “ja” tegen mensen. Dat is het hart van het Christendom. Het gaat er niet om dat je je aan regeltjes houdt, aan wetten, maar het gaat om Gods ja. Die bezieling mag de kerk ook uitstralen in de post-christelijke tijd.

ds. Marco Roepers




Meditatie december 2018

G E E N  P L A A T S

Eigenlijk is er in mijn leven weinig tijd voor onverwacht bezoek.
Ik moet nog van alles regelen voor…. ja voor wanneer eigenlijk?
Mijn huis, ja dat is groot genoeg.
Maar toch mis ik ruimte in mijn leven, om plaats te geven aan iemand die zomaar komt.
Je zou kunnen zeggen dat mijn hoofd vol is.
Mijn ziel is bezet.

Natuurlijk kan ik beter niet de deur van mijn huis wagenwijd openzetten.
Dan komen er ook mensen binnen met kwade bedoelingen, de aarde is geen paradijs.
En ik kan ook niet altijd zomaar voor iedereen mijn hart openen.
Dan lijk ik op die vrouw die met de beste bedoelingen die zwerver in haar huis opnam: na een paar weken werd het haar teveel en zette zij hem weer op straat.

Maar als ik al mijn deuren potdicht gesloten houd, dan blijf ik zitten met mijzelf alleen. De deur van mijn huis, de deur van mijn hart, de deur van mijn ziel – ik kan ze maar beter niet altijd gesloten houden. Soms wel, maar op ander momenten niet. Er is een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren, zegt de Prediker (3,5).

Open – dicht, open – dicht.

Zoals een lichaam ademt, zo heeft ook een huis en zo heeft ook een ziel het nodig om te ademen.

Met kerst gaat de deur van de hemel open. Van God komt Jezus onder ons, straal van goddelijk licht. Er is geen plaats voor hem in de herberg.
Later zal hij over zichzelf zeggen: de vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen (Mattheus 8, 20).

Aan het eind van zijn leven hangen ze hem aan een kruis, alsof ze willen zeggen: hier op aarde is geen plaats voor jou, maar ook in de hemel niet.
Daarom hangen we jou tussen hemel en aarde.

Er is geen plaats voor het goddelijk licht in onze wereld.
Wie wil het herbergen?
Waar kan het plaats vinden?
Waar anders dan in de harten van mensen!
Waar anders dan in hun ziel!

Waar anders kan het goddelijk licht plaats vinden dan in mijn hart en mijn ziel!
Of is mijn ziel bezet?
Staat mijn hart niet open?
Is er in mijn leven geen tijd voor onverwacht bezoek?

Ds. Tjalling Huisman




Meditatie november 2018

Advent

Het is weer de periode van advent. Het is de meest donkere periode van het jaar waarin het lang donker is. Op 21 december gaat de zon pas om 8:48 op en om 16:16 gaat hij weer onder. Velen gaan in het donker naar hun werk of school en komen ook weer in het donker thuis. Maar het is ook een gezellige tijd. Overal zijn lampjes en andere lichtjes. Veel tuinen hebben een of andere versiering. Binnen is er de kerstboom met lichtjes, de adventsster en de vele kaarsjes die branden. Juist dat licht geeft gezelligheid en gezelligheid heeft weer te maken met een gevoel van geborgenheid en veiligheid.

Maar ook in de politiek wordt het donkerder. We vernemen van toenemende spanningen tussen de NAVO-landen en Rusland. En dat raakt ook Nederland getuige de persconferentie over de  poging van Rusland om in Den Haag de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens te hacken. De spanning in de wereld loopt op. Zo sterk als het in de Koude Oorlog was, is het nog niet, maar het is wel een stuk ingewikkelder dan toen de wereld in twee machtsblokken was verdeeld. De opkomst van het populisme maakt ook dat staten minder voorspelbaar zijn. Het geeft mij een gevoel van toenemende duisternis. Waar gaan we naar toe? Kaarsjes en lichtjes in en om het huis helpen niet hiertegen.

In advent staan lezingen uit het Bijbelboek Openbaringen op het leesrooster. In dit Bijbelboek gaat een donkere wereld door heel veel strijd en onheil naar een lichtende toekomst. Het boek is geschreven in tijden van intense geloofsvervolging en de sfeer van angst en strijd is voelbaar door het hele Bijbelboek heen.  Het gaat over draken en beesten die over de aarde heersen, over plagen waardoor de aarde getroffen wordt. Tegenover de donkere aarde staat een lichtende werkelijkheid van de hemel waar God woont en geëerd wordt. Toch is die hemelse werkelijkheid rond God sterk betrokken op de aardse werkelijkheid. In Openbaringen 8 lezen we over een gouden wierookschaal waarvan de rook opstijgt naar God. Samen met de wierook stijgen ook de gebeden van de vervolgde gelovigen op naar God. De gebeden die klinken vanaf een donkere aarde, waar de gelovigen zuchten en lijden onder de vervolging komen in de lichte hemelse werkelijkheid binnen. Waarvoor zouden die gelovigen anders bidden dan dat Gods Koninkrijk eindelijk komen mag. Die komst van het koninkrijk, de vervulling van alle gebeden en met name van het Onze Vader. En die gebeden vormen een hefboom die een hele beweging naar de komst van de nieuwe hemel en aarde in beweging zet.

Advent is een tijd van verwachten. En verwachten is nauw verbonden met bidden. Het gebed is een plek waar onze aardse werkelijkheid met de hemelse werkelijkheid verbonden zijn en zo een bron van hoop op een verandering ten goede in onze wereld. Daar kunnen we niet zonder in onze aardse strijd. Geloof en gebed zijn daarom juist in deze tijd heel belangrijk. Het is een bron van licht in een bij tijd en wijle duistere wereld.  

Ds. Marco Roepers




Meditatie oktober 2018

De toekomst van de kerk

In de zomer vroeg Tjalling aan mij of ik eens op papier wou zetten hoe ik aankijk tegen de toekomst van de kerk. Deze vraag zette mij aan het denken. De toekomst is er wel. Als mensen al honderden jaren naar de kerk gaan zullen zij daar in de komende jaren niet mee stoppen. Maar het ledenbestand van de kerk vergrijst en de jeugd lijkt af te haken. Maar niet getreurd, want er zijn best manieren om de jongeren bij de kerk te betrekken.

Het eerste kritiekpunt is de aanvangstijd van de kerk. Zondagochtend half tien is aan de vroege kant als je dezelfde ochtend net om 06:00 uur de kroeg bent uitgerold. Een iets later tijdstip zou misschien meer jongeren trekken. Maar dit is natuurlijk maar een klein detail. Want ook als de kerk om 11:00 uur                            zou beginnen zal het waarschijnlijk niet vol zitten met jongeren. De kerk in zijn huidige vorm is misschien wel iets wat veranderd kan worden. Het elke zondagochtend bij elkaar komen en luisteren naar een dominee is iets wat naar mijn idee de jeugd niet meer aan gaat trekken. Er wordt al steeds meer gezocht naar andere manieren om mensen en vooral de jeugd naar de kerk te trekken. Als 18+ jeugd in de gemeente Maarland hebben wij een gespreksgroep. Wij komen 2 keer in de maand samen en praten dan onder leiding van Tjalling over het geloof aan de hand van Bijbelverhalen. Dit gebeurt altijd op zondagavond en 1 á 2 keer per jaar werken wij ook mee aan een kerkdienst en tot nu toe hebben we elk jaar zelf een kerkdienst georganiseerd. Voor deze dienst kiezen wij zelf de lezingen en de muziek. Ook hebben wij elk jaar een aantal gasten. De gasten doen mee tijdens een of meerdere bijeenkomsten en helpen dan ook met het voorbereiden van de dienst. Voor de gasten is er ook een uitnodiging voor de jaarlijkse barbecue, dus mocht u hier geïnteresseerd in zijn geef u dan vooral op bij Tjalling. De vorige gasten hebben altijd positief gereageerd op onze bijeenkomsten.

Tijdens een van de door ons georganiseerde diensten hebben we ook gekozen voor iets modernere muziek. In plaats van de normale kerkmuziek hebben we tijdens die dienst geluisterd naar o.a. John Lennon en U2. In andere gemeentes zie je steeds vaker diensten die zijn opgehangen aan een artiest of band. Zo zijn er veel diensten met de muziek van U2, maar ook diensten die in het teken staan van Marco Borsato of BLØF. Dit soort diensten trekken enorm veel jongeren, omdat de muziek meer aanspreekt maar er tegelijkertijd aan de hand van de muziek wel serieus wordt gesproken over het geloof en de verhalen uit de Bijbel. Iedereen heeft natuurlijk een andere muzieksmaak en misschien is niet iedereen fan van de wereld verbeterende teksten van U2 of de moeilijke zinnen van BLØF, maar de teksten hebben meestal wel een diepere laag die betrekking heeft op het geloof. Tijdens verschillende diensten hebben we onder andere geluisterd naar het nummer ‘Grace’ van U2.

Deze nieuwe vormen laten zien dat jongeren best met het geloof bezig willen zijn, maar dat het niet meer lukt met de vorm van kerkgang zoals de meeste mensen het gewend zijn.

Met de nieuwe vormen blijven jongeren betrokken bij het geloof maar gaan ze niet elke zondag meer naar de kerk. Een andere vorm van geloven is natuurlijk niet een foute vorm van geloven.

Ik heb er alle vertrouwen in dat ook in de komende jaren veel jongeren de weg naar het geloof zullen vinden. De manier hiervan mag dan verschillen van de ‘gewone’ manier, maar het belangrijkste is dat de jongeren het geloof blijven vinden. De wereld verandert en de kerk kan niet anders dan mee veranderen richting toekomstige generaties. 

Bas Huizing




Meditatie september 2018

Waardoor worden we gevoed?

Het is broodnodig dat is een uitdrukking in onze taal waarmee we aangeven dat iets noodzakelijk is. Brood als onmisbare voorwaarde om te leven wordt hier gebruikt als beeld om aan te geven hoe dringend er iets moet komen of gebeuren. En al zijn de tijden veranderd, brood is nog steeds een belangrijk fundament van ons voedingspatroon.

Toch is alleen brood niet genoeg. We hebben ook ander voedsel nodig om te blijven leven. Brood en andere graanproducten vormen slechts een van de groepen van de schijf van vijf. Andere groepen zijn bijvoorbeeld melkproducten en groente en fruit.

Maar ook dat is niet genoeg om te leven. Een mens heeft meer nodig. Denk maar eens aan een woning, werk, vervoer en alles wat daarbij hoort. Zijn daarmee aan alle onmisbare voorwaarden voor een goed menselijk bestaan voldaan?  

U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft;

Dat zegt Jezus in Johannes 6: 27. Een mens kan niet zonder gemeenschap en geestelijke zaken. Liefde bijvoorbeeld is geestelijk en voor een mens onmisbaar. En liefde ontstaat alleen in een menselijke gemeenschap. Een menselijke gemeenschap zonder liefde is onleefbaar.

Maar, zegt Jezus, een mens kan ook niet zonder Gods liefde. Want die liefde geeft een menselijk leven richting en zin. Gods liefde doet ons beseffen dat we niet toevallig bestaan maar dat we gewild zijn. God wil dat we er zijn. En door dat besef ontdekken we dat ons bestaan zin heeft. En Jezus is gekomen om ons die liefde te laten zien.  

Meestal beginnen wij met materiële zaken als noodzakelijk bestaansvoorwaarden om dan later uit te komen bij geestelijke zaken. Ik doe dat ook in dit stuk. Jezus draait het om: Eerst het geestelijke en dan het materiële. Kan dat wel? Een mens moet toch eerst eten? Jezus’ benadering roept de vraag op dat als we materiële zaken zo fundamenteel maken voor ons bestaan of het geestelijke nog wel aan bod komt. Beginnen met het geestelijke doet ons beseffen dat al die materiële dingen giften van God zijn. Ze zijn een teken van Gods liefde en zorg en ons gegeven om die liefde en zorg verder door te geven.

Waardoor worden we gevoed? Dat is de vraag waar we de komende startzondag samen mee bezig gaan. Als gemeenschap door God bij elkaar geroepen gaan we bezig met de geestelijke zaken maar ook het materiële krijgt zijn plek daarbinnen.

Ds. Marco Roepers




Meditatie juli 2018

K L E I N G E L O V I G E

Vooruit dan maar, ik ben hier al tien jaar domie, tijd om uit de kast te komen: ik ben een kleingelovige! Ik hoor u al denken, lezer: we hadden het altijd al gedacht, een publiek geheim was het. Je kon het merken aan zijn preken en zijn pastoraat. Het miste iets van een, van een….nou ja zeg maar een groot geloof. Het bleef altijd een beetje steken in hoop en liefde en twijfel. Of denk u dat niet, denk ik alleen maar dat u dat denkt?

Klein of groot geloof, geloven zie ik voor mij als een weg.
Een weg die je kunt gaan in het spoor van Jezus.
De weg van geloven is niet een weg van zekerheid, geen snelweg naar de hemel.
Alle menselijke emoties duiken er op.
Soms ben je dapper, soms doodsbang.
Er zijn tijden van grote moed in je leven, en tijden van een lafheid waarvoor je je diep schaamt.
Soms ga je vrolijk en onbezorgd voort op ’s Heren wegen.
Maar er zijn ook momenten dat je je voortsleept, gebukt onder zorgen of verdriet.
Ook twijfel en ongeloof dringen zich aan je op.

Velen denken dat er geen twijfel of ongeloof te vinden zijn op de weg van geloven.
Ongeloof zien zij als een afslag, een andere weg die je gaat.
Maar ik denk dat twijfel en ongeloof juist op de geloofsweg te vinden zijn.
Twijfel is niet in tegenstelling met geloof, en ongeloof ook niet.
Onverschilligheid is het, die lijnrecht staat tegenover geloof.
Op de weg van geloven is onverschilligheid een afslag naar een andere weg.
Maar twijfel, twijfel is de zuster van vertrouwen,
ongeloof is de broeder van geloven.

Als de rots Petrus in een verhaal uit Matteüs 14 over het water loopt (volgens mij zo’n verhaal van niet echt gebeurd, maar wel waar – maar ja, u kent mij) en daarna bang wordt en begint te zinken, noemt Jezus hem een kleingelovige. “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?”

Volgens mij schuilt er in deze vraag geen enkel verwijt. Jezus weet ook wel hoe de sterk de wind kan zijn en hoe diep het water in iemands leven. Twijfel is menselijk.                                                               

Kleingelovige, dat klinkt in mijn oren als een liefkozing, het klinkt als een geuzennaam. Het is toch ook Jezus die tegen zijn leerlingen zegt: als je geloof hebt (zo klein) als een mosterdzaadje, zal je tegen die berg zeggen ‘verplaats je van hier naar daar’ en hij zal zich verplaatsen.

Geloven zie ik voor mij als een weg, een weg die je kunt gaan in het spoor van Jezus.
Het leven onderweg is vaak mooi, maar soms ten hemel schreiend verschrikkelijk.
Het leven is onzeker, de enige zekerheid is de dood.
Alle menselijke emoties duiken er op.
Soms ben je dapper, soms doodsbang.
Angst hoort bij het leven, net als geloof.
Geloven is niet het ontkennen van angst.
Geloven is de moed om, met de angst om het hart, het leven te wagen.
Als kleingelovige, die het uitschreeuwt van angst als hij wegzinkt en het niet meer redt.
In de hoop dat net als bij Petrus, er iemand is die je hand vastpakt.

dominee Tjalling Huisman




Meditatie juni 2018

Wees altijd verheugd

Filippenzen 4: 4-7

4 Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. 5 Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. 6 Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. 7 Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

Paulus roept ons op altijd verheugd te zijn. Dat is toch onhaalbaar? Want wie is er nu altijd blij? Niemand toch? Er zijn toch altijd perioden die moeilijker zijn. Dat is met het leven gegeven.

Deze tekst had een nicht uitgezocht voor haar begrafenis. De predikant protesteerde: “Deze tekst was niet geschikt voor een begrafenis”. “Inderdaad”, dacht ik: “en helemaal niet in deze situatie waarbij ze slechts 50 mocht worden en een man en drie tieners achterblijven.” Maar ze bleef erbij. Deze tekst was zo belangrijk voor haar.

Toen ik haar voor de laatste keer sprak, hadden wij het er over hoe moeilijk het is om los te laten. Maar zei zij tegen mij: ze geloofde vast dat het beter werd. Inderdaad, dat was wat het geloof ons zegt. Er komt een nieuwe hemel en nieuwe aarde. God bewaart het beste voor het laatst. Voor dat beste zijn wij bestemd.

En dat beste komt al dichtbij als we geloven in Jezus, de opgestane Heer. Zijn opstanding is het eerste begin van dat nieuwe begin. Het geloof brengt ons in contact met die nieuwe realiteit van Jezus. Dat zien we ook terug in die tekst uit Filippenzen. “Vraag God wat u nodig hebt”, zegt Paulus. In deze gebeden komen de noden van onze realiteit met zijn verdriet en moeite aan bod.  Die worden bij de hemel in gebracht. Maar de hemelse realiteit wordt bij ons ingebracht: De vrede van Jezus die alle verstand te boven gaat. Dat is eigenlijk iets wat je mystiek zou kunnen noemen: Dat je even opgenomen wordt in de nieuwe hemelse realiteit van Jezus. In vertrouwen dat hij niet loslaat en altijd bij ons is.

Dat is wat zij mee wilde geven aan degenen die achterbleven. Deze vreugde is een andere vreugde dan de stemming waar we meestal aan denken. Het is een vreugde die je ook kan hebben als je intens verdrietig bent. Omdat je dan het vertrouwen hebt dat Jezus er is en dat hij ervoor zal zorgen dat het goed komt. Dat maakt ons geloof toch wezenlijk een blij geloof. Niet dat het verdriet ontkend wordt,  maar dat het geloof altijd iets van die andere, nieuwe realiteit voelt, die komt.

Ds. Marco Roepers