Categorie archief: Meditatie

Meditatie maart 2017

De weg van bevrijding

Het thema van de diensten van Maarland en Loppersum tijdens de Stille Week is de weg van bevrijding. Pasen is het feest van bevrijding, maar het is geen bevrijding zonder slag of stoot. En bij dat proces, die weg staan wij stil in de Stille Week. Die weg tekent namelijk de bevrijding.

Het is een weg die Jezus heel wat heeft gekost. In Johannes 12: 27 drukt Hij dat heel scherp uit.

Nu ben ik doodsbang. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben ik juist gekomen.

Hetzelfde vers drukt ook uit dat het geen noodlot was, maar dat het juist de missie van Jezus was om dit offer te brengen. Heel het leven van Jezus stond in het teken van dit offer. Het begon al met de menswording van Jezus, waarin het Woord van God dat bij God was en God was (Johannes 1) mens werd zoals wij. Daarmee begon de afdaling van Jezus. Hij legde de Goddelijke status af om mens te worden en met de mensen mens te zijn. Hij werd zelfs de minste van de mensen. Treffend bracht hijzelf dit in beeld met de voetwassing waarin hij als Heer de voeten van de leerlingen wast. Daarmee bracht hij tegelijkertijd de betekenis van zijn offer in beeld. Hij maakt ons daarmee rein (Johannes 13:10, 15:3) Hij geeft zijn leven opdat wij zouden zien en geloven hoe groot en diep zijn liefde voor ons is. Zo leren wij God kennen als hij werkelijk is. God is liefde. God schenkt ons zijn Geestelijk eeuwig leven om niet, als gift. En dat geestelijke leven, leven in verbinding met God, is het echte leven. Dat leven is eeuwig. Zo bevrijdt God ons van de machten van zonde en dood.

Maar die bevrijding is ook een weg voor ons. Een weg van wedergeboorte: opnieuw geboren worden in het geestelijke leven. Jezus is de weg, de waarheid en het leven voor ons. Dat betekent dat die liefde van God ook in ons leven tot uitdrukking komt zodat wij offers brengen. Offers voor onze medemensen omdat wij bezield zijn door liefde van Jezus. En die offers doen ons pijn, net als Jezus dat liet zien, maar ze bevrijden ons ook omdat het nieuwe leven in Jezus ons in diepere verbinding brengt  met de mensen om ons heen en mensen veraf, ja met de hele schepping. Die weg is nooit af. We beginnen er steeds weer opnieuw aan. Ook deze stille week, wanneer wij de weg van bevrijding gedenken, maar vooral vieren: sterven en opstaan tegelijkertijd.

ds. Marco Roepers

Meditatie februari 2017

EEN GEESTELIJKE WEG
meditatie voor de veertigdagentijd

Dit artikel gaat over de zaligsprekingen, ze zijn te lezen in de Bijbel in Matteus 5. Je kunt ze zien als uitspraken over andere mensen, mensen over wie wordt gezegd dat zij zalig zijn. Maar je kunt de zaligsprekingen ook lezen als een uitnodiging om zelf zalig te worden. Een uitnodiging om een spirituele of geestelijke weg te gaan door je leven vorm te geven in het licht van de zaligsprekingen. Een geestelijke weg is altijd een weg van vallen en opstaan en weer verder gaan. Een geestelijke weg is ook altijd een weg die naar binnen leidt, naar je innerlijk, om je drijfveren te onderzoeken en om je ziel te zuiveren. Maar het is ook een weg die je naar buiten leidt, om het goede te doen in de wereld.

De zaligsprekingen als geestelijke weg: Zalig wie nederig van hart zijn, voor hen is het Koninkrijk van de hemel. Het woord nederig wil ik niet opvatten als volgzaam of slaafs. In het Latijn is het humilitas, waar humus /aarde in zit. Je bent mens, verbonden met de aarde. Niet minder dan dat maar ook niet meer dan dat. Je hoeft je niet verheven te voelen boven anderen, je hoeft je ook niet minder te voelen. Besef dat je een mens bent, gemaakt van aarde. Juist voor die aardse mens is het koninkrijk van de hemel. Ik denk dat hier niet bedoeld wordt: die mens zal wel in de hemel komen. Maar eerder: die mens leeft volgens Gods bedoeling, die beseft hoe aards hij is.

En als mens, leef als mens! Treur om het verlies van een geliefde, treur om de wereld als er iets ergs gebeurt, treur als het leven hard is.

Zalig de treurenden, zij zullen getroost worden. Leef er niet overheen, alsof er niets aan de hand is Maar sta stil bij je verdriet. De troost die Jezus belooft aan de treurenden, is troost hier op aarde. Maar tegelijk strekt zijn belofte zich verder uit: zij zullen getroost worden.

Zalig wie zuiver van hart zijn, zij zullen God zien. Zuiver van hart, ik denk dat je dan geen dubbele bedoelingen hebt – geen dubbele bodem. Maar dat je uit één stuk bent. Dat is niemand – vermoed ik – helemaal. Het is een voortdurend proces van je inkeren in jezelf om je bewust te worden van dubbelheid. Om zuiver van hart te worden, dat is een levenslang proces. En dan soms: God zien, even.

Zalig de zachtmoedigen, zij zullen het land bezitten. Er staat niet dat zij het land zullen bezetten. De zachtmoedigen bezetten geen land, zij nemen niet de ruimte in die van een ander is. Zij weten dat er grenzen zijn. Tegelijk laten zij niet over hun eigen grenzen heen lopen, de zachtmoedigen. Zij nemen hun eigen ruimte in, zij zullen het land bezitten. De bezetters niet. Die zijn alleen maar rusteloos bezig nieuwe ruimte te bezetten. Die zijn alleen maar bezig om over grenzen te gaan. Zo niet de zachtmoedigen.

Tegenover de bezetters, staan de vredestichters. Zalig de vredestichters, zij zullen kinderen van God genoemd worden. Ik denk dat hier niet de mensen bedoeld worden van de lieve vrede, niet de mensen van het toedekken van conflicten. Maar mensen die er geen vrede mee hebben dat er geen vrede is. Zij worden kinderen van God genoemd. Er staat niet bij of zij wel of niet geloven in een God, of zij christelijk zijn of niet. Dat doet er niet toe.

Zalig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, voor hen is het Koninkrijk van de hemel. Het gaat over de mensen die recht willen op deze aarde. Er wordt hen geen plaats gegund, ze worden op de vlucht gejaagd. Tegelijk hebben zij een plaats om te wonen. Hun woonplaats is het Koninkrijk van de hemel. Dat gaat niet alleen over later, het gaat ook over nu: ze wonen nu al in dat Koninkrijk, hoe op de vlucht zij ook zijn.

Datzelfde geldt voor wie vervolgd worden vanwege Jezus: Zalig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel; zo immers vervolgden ze voor jullie de profeten. In de tijd dat Matteus zijn evangelie schreef, was er geloofsvervolging; maar ook in onze tijd is dat er. Wie vervolgd wordt, overleeft het niet altijd. Toch zegt Jezus: verheug je en juich! Er is blijkbaar iets dat belangrijker is dan genieten, er is blijkbaar iets belangrijker dan een lekker leven leiden. Er is iets dat de moeite waard is om desnoods voor te sterven. Hier klinkt de belofte van Jezus: je zult rijkelijk beloond worden in de hemel.

Zalig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zij zullen verzadigd worden. Zo vele mensen snakken naar recht, Groningers in hun strijd om een goede behandeling in de gevolgen van de gaswinning. En vele volken en mensen. Tegelijk zijn er zoveel mensen die de compassie hebben om met hen mee te voelen en strijden. Mensen die zich het snakken naar recht, het hongeren en dorsten eigen hebben gemaakt. Zij zullen verzadigd worden. Dit is een belofte die ver uitreikt boven al de verzadiging die onze consumptiemaatschappij ons kan geven. Het is een verzadiging met eeuwigheidswaarde.

Tenslotte:
Zalig de barmhartigen, zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de barmhartigen, dat zet je aan het denken om je hart niet te sluiten maar te openen. Om je wereld niet af te sluiten maar te openen. Niet altijd kan een mens open zijn, niet altijd kun je je hart openen. Een mens blijft een mens, van aarde – met grenzen. Maar zalig als je barmhartig kunt zijn, je zult barmhartigheid ondervinden.

Zo zijn we alle zaligsprekingen langsgegaan.

Je kunt ze gaan als een geestelijke weg, door je leven vorm te geven in het licht van deze uitspraken van Jezus. Een weg naar binnen en tegelijk een weg naar buiten. Een weg die vreugde brengt aan jezelf en aan de ander, een weg die vreugde brengt aan de wereld en aan de Eeuwige.

ds Tjalling Huisman
Opmerking: deze meditatie is een bewerking van een preek gehouden op zondag 29 januari in Zeerijp

Meditatie december 2016

EEN LEGE PLEK                 OM TE BLIJVEN

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

(Rutger Kopland)

AfbeeldingsresultaatEen lege plek, die uitdrukking heeft meestal iets verdrietigs. Het gaat over verlies van een geliefd mens, over rouw. De dichter Rutger Kopland gebruikt de uitdrukking op een andere manier. Hij spreekt over een lege plek als een plek waar iemand kan blijven. Een lege plek, daar kun je blijven omdat die plek niet vol is. Het is een plek, speciaal leeg gehouden voor iemand. Een plek waar ruimte is.

Onze tijd is eerder een tijd van vol dan van leeg. Agenda’s zijn vaak overvol. Mensen hebben een vol leven en helaas ook al te vaak is je hoofd vol met alles wat wij willen, moeten en niet moeten vergeten. Maar al te snel leef je langs jezelf heen, maar al te snel leven we langs elkaar heen. Kerst is bij uitstek een tijd om langs elkaar heen te leven. Dankzij de vele verplichtingen die velen hebben met de kerstdagen, moet je van het een naar het ander. Het zijn vaak volle dagen, maar waarmee zijn ze vol?

Het kerstevangelie uit Lucas schetst ons de herders die naar de stal gaan. De stal staat aan de rand van de samenleving van die dagen, maar juist daar is ruimte voor hen. Er is iemand geboren wiens komst al vooruit straalt, wat hij later zal gaan zeggen en leven: Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. (Mat 11, 28) Bij Jezus is een lege plek om te blijven, voor ieder die dat zoekt.

Zo spiegelt het evangelie ons de Eeuwige voor, God als Eén die een lege plek is om te blijven. Niet als degene die zelf alle ruimte inneemt. Nee, in het Lucasevangelie wordt Jezus niet geboren in een paleis. Er is er zelfs geen plaats in de herberg. Maar de Eeuwige is het die ruimte maakt. Die ruimte maakt voor mensen, die een plek zoeken om te blijven.

Ruimte maken voor een ander, dat is iets dat voor veel mensen lastig is. Vaak heb je slechte ervaringen met mensen die alle ruimte innemen, vol van zichzelf als zij zijn. Of misschien ben je zelf zo iemand, vol van zichzelf, die alle ruimte inneemt. Tijdens de adventsdagen word je uitgenodigd daarover na te denken, advent is een tijd van inkeer. Met kerst heb je de kans om met de herders naar de stal te gaan. Daar is een lege plek voor je, om te blijven.

Die lege plek is niet aan een plaats gebonden, je kunt hem meedragen in je hart. Net als de herders zal je ook weer weg moeten gaan van de stal. Je moet terug naar het dagelijks leven. Het dagelijks leven van misschien wel de volle kerstdagen. Maar er is daar altijd wel iemand voor wie je een lege plek kunt zijn. Een lege plek om te blijven.

ds Tjalling Huisman

Meditatie november 2016

Een psalm voor Advent

Advent is de donkere tijd van het jaar. De nachten zijn lang en de dagen zijn kort. Toch is het geen sombere tijd omdat  we naar kerst toe leven. Dan vieren we dat Jezus wordt geboren en met hem doet God zelf intrede  in deze wereld. In Advent kijken we uit naar dat feest. Het feest van de lichtjes en lampjes die de hoop levend houden op de grote dag dat God intrede doet in ons leven.

In de kerk hebben we veel adventsliederen. Advent is ook een tijd van zingen. Dat is ook weer niet verwonderlijk want juist zingen houdt de hoop levend, het helpt om te blijven geloven dat na de duisternis het licht zal overwinnen.

De psalmen zijn ook voor deze liederen een inspiratiebron gebleken. Zo zegt psalm 24 bijvoorbeeld:

Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,
verhef u, aloude ingangen:
de koning vol majesteit wil binnengaan.

Deze woorden worden bijvoorbeeld in gezang 435 (nieuwe Liedboek, zingen bidden in huis en kerk) of gezang 120 (oude liedboek voor de kerken) geciteerd  en niet voor niets, ook psalm 24 is een lied vol verwachting.

De psalm zingt van de verwachting van de komst van de Heer. De Heer zal komen en redden. Hij zal het kwaad bestrijden en de mensen die op zijn komst hopen recht verschaffen.

Maar als de Heer recht zal verschaffen, dan zullen bepaalde mensen ook te vrezen hebben. Daarom vraagt de psalm zich ook af wie voor de Heer kunnen verschijnen:

Wie mag staan op zijn heilige plaats?
Wie reine handen heeft en een zuiver hart,
zich niet inlaat met leugens
en niet bedrieglijk zweert.

Daarmee verwoordt de psalm de inkeer die ook bij Advent hoort. Ben ik al klaar om God te ontvangen? Een vorm van gewetensonderzoek om je voor te bereiden op de komst van God. Vaak zegt men dat met kerst Christus geboren wordt in ons hart en dat is ook wel waar. Het gaat erom  dat we zelf nieuw worden, nieuwe mensen die horen bij Gods toekomst. Maar de verwachting is ook breder. De psalm zet dan ook heel breed in:

Van de HEER is de aarde
en alles wat daar leeft,
de wereld en wie haar bewonen,

Het gaat uiteindelijk om heel de aarde: heel de wereld, om heel de cultuur. Het evangelie is te groot voor het gemoed alleen.

Alleen het eigen gemoed is al een hele strijd. Dat wij daarin klaar zijn om de Heer te ontvangen is een niet geringe opgave. Maar heel de cultuur lijkt haast onbegonnen werk en toch is dat waar het om gaat. Dat heel de aarde weer valt onder het recht van God. Dat daar vrede en gerechtigheid heersen. Dat het licht voor alle mensen schijnen mag.

Toch is dat de hoop die deze psalm uitdraagt. Dat Gods gerechtigheid eens definitief gevestigd zal zijn. Dat is de hoop van Advent. Met kerst vieren wij dat God daartoe beslissende stappen zet in de geboorte van Jezus.

 

Ds. Marco Roepers

Meditatie oktober 2016

Wat is het dat ik liefheb?

Het nieuwe Liedboek bergt een onuitputtelijke bron van gebruiksmogelijkheden in zich, zo staat het geschreven in het voorwoord. De vele toegevoegde gedichten en gedachten betekenen voor mij een extra verrijking. Zo staat er een prachtig gedicht in het themablok ‘LEVEN’  levensreis op blz. 1350.

Het gaat over de vraag: wat heb ik nou eigenlijk lief als ik God liefheb? Dit is het gedicht:

Maar, wat heb ik lief als ik U liefheb?
Niet een mooi lichaam
geen schoonheid die voorbij gaat
geen licht dat onze ogen graag zien
geen mooie melodieën van allerlei liederen
niet de fijne geur van bloemen of van parfum of zalf
geen manna en geen honing
niet een lief lichaam om te omhelzen
Dat heb ik niet lief als ik mijn God liefheb

En toch heb ik wel zoiets lief als licht
zoiets als een stem en als een geur
zoiets als voedsel en als een omhelzing
als ik mijn God liefheb
Hij is licht en klank en geur en voedsel
hij is de omhelzing van mijn innerlijke mens
waarvoor mijn ziel oplicht wat niet aan plaats gebonden is
waar klinkt wat de tijd je niet afneemt
waar een geur is die niet op de wind verwaait
waar smaken niet minder wordt door eten
waar omhelzing niet loslaat door verzadiging
Dit heb ik lief als ik mijn God liefheb.

Kerkvader AugustinusDit gedicht is geschreven door een zoekende ziel die leefde in het jaar 354 -430. Zijn naam: Aurelius Augustinus. Hij was theoloog, filosoof en bisschop van Hippo in N. Tunesie. Augustinus koos voor een eenvoudig leven in een klooster en hij was op zoek naar een zuiver godsbegrip. Hij vraagt zich af: hoe kom ik tot een juiste levenswijze en ziet zijn leven als een reis. De reis als beproeving van een terugkeer naar de verloren eenheid van het volledige zijn in God. Hij draagt altijd die onuitroeibare onrust in zich: een verlangen naar een vervulling, een volkomenheid die van God komt. Augustinus zegt:  het leven is een bestaan dat lijdt aan een gemis dat niet gecompenseerd kan worden, hoezeer ieder mens daar ook naar streeft. De beproeving in ons leven maakt deel uit van Gods bestel.

In het kortere gedicht van Augustinus op blz. 1351 vind ik iets terug van die beproeving. Hij schrijft :

Op de plaats waar ik was,
wanneer zocht ik U daar?
En U stond gewoon voor me!
Maar ik was ook van mijzelf weggelopen
en kon mezelf niet meer vinden
laat staan U!

Wanneer zocht ik U daar en u stond gewoon voor me! Wat een troostvolle zin. Hoe vaak lopen wij van onszelf weg en zijn de goede weg een poosje kwijt? Dan helpt het niet dat we diep van binnen weten dat God er altijd is.  Zijn naam zegt het ons: Ik zal altijd bij je zijn. Altijd, ook al zijn we niet in staat dat altijd te ervaren

Beide gedichten laten een mens zien van alle tijden. Of je nu in het jaar 400 leeft of in 2016. We zijn in ons leven toch voortdurend bezig met vragen en gevoelens van verwachting en hoop. En dan is hier een mens die woorden vindt om tot uitdrukking te brengen waar het werkelijk om kan gaan. Om die goddelijke liefde te zien en te ervaren, dan gaat het zo vaak om die kleine wonderlijke ervaringen, bv. In een ontmoeting, een glimlach, een omhelzing, in de muziek of in de stilte. Augustinus bleef zijn hele leven zoeken, ook al was hij zich bewust dat hij zelf al gevonden was. Dit zei hij tegen God: Mag ik U zo zoeken dat mijn ziel kan leven, want mijn lichaam krijgt leven van mijn ziel en mijn ziel krijgt leven van U.  Deze woorden uit een ver verleden kunnen mij ontroeren en ook dat is een sprankje van Gods liefde.

Elske Kramer

Meditatie september 2016

Schepping
Voor velen is de tijd van vakantie weer voorbij. Vaak wordt in die tijd nog meer dan in het gewone leven, genoten van de wonderen der schepping. Of dit nu is in verre oorden of dicht bij huis. Wat kan er een rust en vrede uitgaan van zo’n karakteristiek wierdedorpje in ons wijde Groninger land beschenen door de middagzon. “Nu is het stil geworden zoals een zomer om de dorpen bloeit” ( Gerrit Achterberg). In de natuur hebben sommigen ook een ervaring van iets goddelijks, een besef dat er iets groter is dan ons eigen bestaan. Misschien is het ook de stilte en het weg zijn uit een vaak jachtig leven dat mensen meer ontvankelijk maakt voor het spirituele en is er ruimte na te denken over diepe levensvragen. In zijn zonnelied looft en dankt Franciscus God voor de schepping aan de hand van vier natuurverschijnselen n.l. Wind, Water, Aarde en Vuur. Deze elementen spelen ook een belangrijke rol in de  bijbel en het geloof. Als meditatie heb ik over ieder van deze enkele gedachten geschreven met daarbij een aansprekend lied uit het liedboek.

Wind.
Geloofd zij God om broeder wind, zegt Franciscus.  De wind, je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heengaat, maar je hoort zijn geluid. Je hoort het ruisen van de bladeren in de avondwind, het suizen van een zachte stilte en soms de storm die loeit om het huis. En op het platteland van Groningen weet niemand beter dan een fietser wat tegenwind betekent. Een leven zonder wind is doods. We moeten naar buiten daar waait de wind, ook de wind van de geest. Want in het hebreeuws wordt wind vertaald met het woord ruach dat ook geest betekent. In de vertaling van de bijbel in gewone taal staat in Gen. 1:1 :“En er waaide een hevige wind over het water” en niet zoals ons vertrouwder in de oren klinkt: “En de Geest Gods zweefde over de wateren”. Beide vertalingen zijn uit het Hebreeuws correct weergegeven. De geest van God die ook waait als een wind, die ons leidt en inspireert. Die ons  in beweging houdt en ons een steun geeft in de rug als het tegenzit. De geest van God die zich niet laat vangen door mensen maar zoals Jezus zegt in het evangelie van Johannes, die waait waarheen hij wil.

 Lied 691 

In stilte werkt de geest van God,
stuwt voort met vaste krachten,
een wijze moeder die ons hoedt,
een bron van goede machten.
Zij geeft ons moed om door te gaan,
doet mensen weer elkaar verstaan,
omgeeft ons als een mantel

Water,
je hebt geen smaak, geen klank en geen geur. Men kan je niet beschrijven, men geniet alleen van je, zonder je te kennen. Je bent niet iets wat nodig is voor het leven, je bent het leven zelf”.  Mocht er ooit een andere planeet worden ontdekt waar leven is dan moet er water zijn. Zonder water geen leven.

In de bijbel heeft water vaak een negatieve klank en is het een symbool van ondergang en dood. De zee wordt als  een bedreiging gezien. Jona wordt overboord gegooid, de zondvloed verzwelgt alles. En ook vandaag aan de dag weten we maar al te goed dat de zee meedogenloos te keer kan gaan. Maar er is ook de zee waar mensen steeds weer terugkeren. Die een gevoel van rust en ruimte biedt en nooit verveelt. Er zijn mensen, misschien u ook wel, die uren over de zee uitkijken en genieten van het spel der golven. De zee inspireert hen om af te dalen in hun eigen innerlijk en hun gedachten de vrije loop te laten. In de bijbel staat het water ook symbool voor het toekomstig rijk van God en voor het levende water, het Woord van God. Levend water, altijd in beweging altijd anders, geestrijk, niet gehinderd door  dogma’s of dode letters. In het bekende verhaal van de Samaritaanse vrouw gaat het ook over het levende water dat gaat stromen, dat beweging brengt in vaststaand denken. Dat mensen grenzen doet overschrijden. Johannes de Doper doopt mensen in de Jordaan en wekt hen tot een nieuw leven. Er is bij God altijd een nieuw begin, een nieuwe kans.

Onderstaand lied verwijst naar de 3e scheppingsdag.

 Lied 356

O God die uit het water
in het begin
de aarde hebt geroepen
de grote toekomst in.

Aarde.
Franciscus noemt haar moeder aarde die voedt en troost en bloemen en vruchten geeft zonder tal. Hier op het platteland van Groningen met z’n vruchtbare klei vinden we dit haast vanzelfsprekend. Totale misoogsten door overstromingen of droogte komen hier niet voor. Maar er zijn ook streken zoals in Afrika waar mensen met harde lichamelijk arbeid er nauwelijks in slagen om wat schamele vruchten te oogsten. Aarde dat is ook de grond onder je voeten. Kus de grond, zei iemand eens, en ga op je rug liggen, volg de wolken in het oneindige blauw en laat de vrede Gods in je neerdalen. Aarde en hemel komen dan bij elkaar. Natuur kan een godservaring zijn.

De gaven der aarde moeten worden verdeeld en daar lijkt het in de wereld totaal niet op. Het rijke westen slokt het grootste deel op. Een bekende uitspraak van Gandhi is: ‘De aarde biedt genoeg voort ieders behoefte maar niet voor ieders hebzucht’. Daar zouden de leiders der wereld meer bij stil moeten staan. Anders wordt de aarde leeggeroofd en is het onheil niet te overzien. De aarde moet worden beschermd voor vernieling en uitbuiting maar nog altijd heeft de economie het laatste woord en zijn politieke partijen bang hun aanhang te verliezen als ze oproepen tot versobering. Het is schandalig zoveel kostbaar voedsel wordt verspild en klakkeloos wordt weggegooid door ons als verwende consumenten.

Gods goede schepping is in mensenhanden gelegd om te beschermen en te bewaren. zoals het volgende lied zegt..

Lied 718

God die leven hebt gegeven in der aarde schoot,
alle vrucht der velden moeten we u vergelden dank voor ’t dagelijks brood.
Niet voor schuren, die niet duren,
gaf Gij vruchtbaarheid, maar opdat uw aarde,
in uw goede gaarde, niemand honger lijdt.

 Vuur.
Vuur is volgens een mythe ooit gestolen van de hemel. Vuur geeft licht en warmte. Het grillige spel van de vlammen bij een kampvuur is fascinerend. Vuur is ook de gouden gloed van de zon die door zijn stralen de nacht verdrijft. In zijn zonnelied roemt Franciscus de zon als de glans die straalt van Gods aangezicht. Gods vriendelijk aangezicht geeft vrolijkheid en licht, zegt een psalmvers. De zon die, zoals Jezus zegt, geen onderscheid maakt en op gaat over kwaden en goeden. In wolk en vuur ging de Eeuwige zijn volk voor op weg naar het beloofde land. Wolk en vuur, symbolen van de Eeuwige, de altijd Aanwezige. De Heer doe zijn aangezicht over u lichten, woorden uit de Aäronitische zegen die over ons worden uitgesproken aan het einde van de kerkdienst. Licht uit God geboren dat ons groet als de dageraad en de duisternis verlicht.

 Lied 600

Licht, geschapen, uitgesproken,
licht, dat straalt van Gods gelaat,
licht uit licht, uit God geboren,
groet ons als de dageraad.

Met Franciscus zeggen wij: “Geloofd zij God, om broeder wind, om zuster water, om broeder vuur en moeder aarde. Wij willen nederig en klein, de dienaars van uw grootheid zijn.”

Als afsluiting lied 216 dat we zongen in de dienst op 21 augustus jl.

Dag van mijn leven, licht voor mijn ogen,
licht dat ooit speelde waar Eden lag.
Dank elke morgen Gods nieuwe schepping,
dank opgetogen Gods nieuwe dag.

 Bertus Huizing

Meditatie juli 2016

Psalmen uit de eeuwigheid

De moeder de vrouw
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Martinus Nijhoff (1884-1953

Martinus NijhoffNijhoff in 1913 is vaak de prins der dichters genoemd. Zijn gedichten staken blijkbaar uit boven die van zijn tijdgenoten. Een van de bekendste gedichten is het sonnet De Moeder de Vrouw dat hierboven staat. Een gedicht met een dubbele bodem. Het beschrijft de ervaring van iemand die naar Zaltbommel gaat om de nieuwe brug daar te bekijken. Hij gaat daar in het gras liggen en hoort vanaf een schip een vrouw een psalm zingen en dat doet hem denken aan zijn moeder.

Tegelijkertijd wordt er een religieuze ervaring beschreven. De oevers van de rivier vormen als het ware twee werkelijkheden die los van elkaar stonden en nu door die brug met elkaar verbonden worden. Wat mij opvalt is het spel dat Nijhoff hier speelt met de enjambementen: de regeleinden vormen niet het einde van de zinnen. Daarmee worden de zinnen gebroken, maar de regels met elkaar verbonden. Dat klopt helemaal met thema van dit gedicht: De werkelijkheid is gebroken omdat ze in twee gescheiden werkelijkheden uiteen is gevallen, maar in deze ervaring worden ze verbonden: Het einde van regel 2 eindigt met “Twee overzijden.”

Dat ze los van elkaar staan wordt hierdoor benadrukt. Het vervolg van de zin geeft dat ook aan: ze schenen elkaar te vermijden. Maar dan eindigt regel 4 met: Een minuut of tien. Zolang duurt een soort van mystieke ervaring waar het gedicht om draait en waarin   die beide werkelijkheden weer met elkaar zijn verbonden: de oneindigheid vult de eindigheid in een beperkte tijdspanne. Even wordt die fysieke brug een zinnebeeldige die de gebrokenheid opheft. Hij hoort zijn moeder zingen in de stem van die vrouw. Zij zingt een psalm, een Geneefse psalm: “Prijs God, Zijn hand zal u bewaren”. Deze regel bestaat niet in het Geneefs psalter, maar geeft wel de essentie weer van die 150 oude psalmen die al eeuwenlang in de Hervormde en Gereformeerde kerken gezongen worden. Geborgenheid door de bescherming van de hand van God. Het zijn liederen die Nijhoff zijn moeder al hoorde zingen vanaf zijn vroegste jeugd en de geborgenheid die hij toen ervoer, dringt zich weer aan hem op, het overkomt hem.

Het is een Geneefse psalm die in de verbinding tussen eindigheid en oneindigheid, in de heling van de gebrokenheid, in dit gedicht een belangrijke rol spelen. Ze staat in het hart van deze religieuze ervaring. Die psalmen dragen dat met zich mee door hun karakter. De melodieën hebben sterke onderlinge overeenkomsten: vrijwel aan elke regel een rust, halve en kwartnoten geen gepunteerde of langere of korte noten en weinig lettergrepen die op meer noten gezongen worden. Dat geeft die melodieën rust en toch blijven ze levendig. Het begrijpen van de psalmen kost ons moeite omdat ze een heel eigen taal hebben die niet in deze tijd lijkt te passen, maar hoe zou een verbinding van het oneindige in het eindige ook helemaal in onze eigentijdse taal kunnen passen. Doordat de taal refereert aan een andere tijd  zorgt die ervoor dat de oneindigheid zich daarin aan ons kan uitdrukken. Juist dat versterkt het religieus karakter van de psalmen verder.

Het gedicht stamt uit de jaren 30. De vertaling van de Geneefse Psalmen in ons huidige liedboek (de nummers 1 t/m 150, zonder een letter achter het nummer) bestond nog niet. Men wilde begin jaren vijftig een een nieuwe psalmberijming en droeg dat op aan Martinus Nijhoff. Martinus Nijhoff beschouwde de oude berijming als een monument en toch nam hij die opdracht aan. Hij verzamelde een groep jonge dichters om zich heen en ging aan het werk. In 1953 overleed hij al, het werk was amper begonnen. De groep jonge dichters werkte er verder aan in zijn geest. De nieuwe berijming heeft zich daardoor niet losgemaakt van de taal van de oude en toch was het een vernieuwing. Dat was een knappe prestatie. In de psalmendienst van 10 juli gaan wij in de Vredekerk dit oud eerbiedwaardig immaterieel erfgoed vieren dat voor tientallen generaties in Nederland een essentieel onderdeel van de religieuze ervaring is geweest. En we gaan daarbij ook een psalm zingen die door Nijhoff zelf opnieuw is berijmd: Psalm 150, de grote finale van het psalter.

Ds. Marco Roepers

 

Meditatie juni 2016

SLOW DOWN

‘Slow down, brother’ zong Douwe Bob op het Songfestival. Hij had er van mij wel wat hoger mee mogen eindigen.

Als het buiten weer warmer wordt, dan lijkt dat wel haast als vanzelf te gebeuren: je tempo gaat een tandje lager, omdat de temperatuur een graadje hoger is. Alles wat je moet, wordt gerelativeerd door de loomheid die de warmte met zich meebrengt. En je moet zoveel. Er is zoveel te doen en zoveel mee te maken. En mocht je even zijn vergeten wat ook al weer, dan schreeuwt de reclame je wel door brievenbus, beeldbuis en internet toe wat je allemaal nog gezien, gekocht, gedaan en meegemaakt moet hebben.

Kijk naar de mier, luiaard zegt het Bijbelboek Spreuken (6,6) en bij Mattheüs staat te lezen: Wees dus volmaakt (5,47). Voldoende brandstof om ook in kerk en geloof de gaspedaal stevig ingedrukt te houden. Maar volmaakt, ho eens even. Aan volmaakte mensen heb ik een hekel, en wie eigenlijk niet. Het is veel fijner als iemand die je hoog hebt, toch een klein minpuntje aankleeft. Net zoals het fijn is als de dominee in de kerk eens een beker met wijn omstoot, of als de ouderling zich verspreekt of de diaken al het geld uit het zakje laat rollen. Hé, dat is ook een mens, net als ik! Wees dan volmaakt, moet je dan ook niet lezen als een aansporing om perfect te zijn. Maar als een aansporing om een mens uit één stuk te zijn, betrouwbaar.

Je hoeft dus niet voortdurend op je tenen te lopen en altijd maar bezig te zijn, om uiteindelijk de staat van perfectie te bereiken. De Bijbel is in al zijn aansporingen om het goede te doen, ook erg van de rust: Hij geeft het zijn lieveling in de slaap, zegt de Psalm (127,2). En als je de rest van de Bijbel goed leest, begrijp je wel dat die belofte niet aan één enkeling maar aan iedereen gericht is. Ook staat de hele Thora in het teken van de bevrijding uit de slavernij van het altijd maar moeten werken (Exodus 20,1). Daar hebben wij nog steeds één vrije dag per week aan te danken (zie Deuteronomium 5,15), die wij helaas in onze 24uurs economie hopeloos aan het verpatsen zijn.

Weliswaar staat er in de Spreuken: kijk naar de mier, luiaard; maar even Bijbels is de omdraaiing: kijk naar de luiaard, mier!

De luiaard is zo ‘n wollig dier met te lange ledematen, dat voornamelijk in bomen leeft. De luiaard is niet lui, maar hij doet het gewoon wat langzamer aan. Hij is geen Dafne Schippers, ietsje minder opvallend: hij legt de 100 meter af in 40 minuten. Het is niet iets voor een olympische arena, maar hij komt er wel. Voor vele mieren kan de luiaard een voorbeeld zijn. Neem eens de tijd om zomaar te luisteren naar je ziel. Als je niet weet waar die zit, zij laat vanzelf van zich horen als je er voor gaat zitten.

Jacobspad bewegwijzeringLoop eens een stukje over het Jacobuspad dat hier zomaar langskomt, al mijmerend over je levensweg. Laat je eens verrassen door een toevallige ontmoeting met iemand die je te denken geeft. Ga eens zitten aan een kabbelende bron, om opeens te ontdekken dat je daar gewoon een beetje met God zit te praten. Staar eens als een kind voor je uit, om dan te ervaren dat je eigenlijk bij jezelf naar binnen zit te kijken.

Kortom, slow down brother (and sister).

ds Tjalling Huisman

Kom naar het feest!

Welkom hier, vreemdeling, welkom verschoppeling,
winnaars, verliezers, kom, mensen als wij.
Welkom hier reizigers, moe en versleten,
kom, eet met ons, weet bij ons welkom te zijn.

Zo begint het lied “Kom naar het feest” dat we met elkaar willen zingen in de gezamenlijke dienst van het cluster met Pinksteren. Een feest, dat was Pinksteren zeker. Jezus’ leerlingen hadden dagenlang gewacht en gebeden met elkaar. Verwachtingsvol. Hoopvol. Waarom? Jezus heeft hen toch alleen achtergelaten met Hemelvaart? Niet alleen. Hij moest gaan, zodat de Heilige Geest kon komen. En daarom wachten de leerlingen met elkaar, in Jeruzalem, totdat die beloofde Geest komt.

En dan komt Pinksteren. Een windvlaag waait door de kamer, vuurtongen verspreiden zich over de hoofden van de aanwezigen, en ze worden vervuld met de Heilige Geest. Ze kunnen niet meer binnen blijven. Ze gaan naar buiten, en vertellen enthousiast in alle talen over wat God heeft gedaan! Want Jezus, die was gekruisigd, is opgestaan uit de dood.

Pinksteren is ontzettend wonderlijk. Op één dag groeit de kerk uit van een handjevol mensen naar een paar duizend, om in de periode daarna door te blijven groeien. God raakt mensen aan. Door Zijn Geest komt Hij dichtbij.

En met Pinksteren worden grenzen doorbroken. Het verhaal van God klinkt in alle talen. Mensen met hele verschillende achtergronden, met verschillende culturen horen van de leerlingen over Jezus. Daarom is het ook zo mooi om het met elkaar te vieren, als verschillende gemeentes in het cluster. Ook wij kunnen niet binnen blijven, op onze eigen plek, maar zoeken elkaar op om dit feest met elkaar te vieren. Want de Geest doorbreekt nog altijd grenzen. Zelfs die van de kerk.

Kom dus naar het feest!

Kom naar het feest, er is ruimte aan tafel.
Kom maar en doe met ons mee.
De Koning vol liefde staat zelf bij de deur,
om de mensen te vragen voor het feest dat Hij geeft.
Om de wereld te vragen voor het feest dat Hij geeft.

Jake Schimmel, Anne Nijland, Marco Roepers

 

Meditatie maart Tjalling Huisman

Pasen

Met de vergelijking tussen Pasen en de lente heb ik wat moeite.

Er wordt dan gezegd: zoals in de lente de dode natuur tot leven komt, zo wordt ook met Pasen de dood overwonnen. Natuurlijk geniet ik ook van de bollen, waaruit bloemen groeien en van de bomen waaraan bloesem bloeit. Maar de natuur, die is mij te grillig en te onbetrouwbaar: de één eet de ander maar op alsof het niets is.

Het gaat mij niet om leven en dood in het algemeen, het gaat om die éne dode. Waar is die gebleven? Is hij of zij voor eeuwig kwijt, niets over dan stof? Is zijn of haar naam nog ergens anders geschreven dan op een grafsteen of op de eeuwige velden van het wereldwijde internet?

Dat zijn vragen die blijven. Het zijn geen vragen waar je zomaar een gemakkelijk antwoord op kunt geven. Pasen is geen toverfeest. Het blijft tasten naar betekenis, zoeken naar geloof. Pasen is het geloof dat die éne dode niet kwijt is. Het is Gods bevestiging dat de weg van Jezus de goede weg is. Het is Gods bevestiging van zijn eeuwige verbondenheid met de mens.

De dichter A. Marja schetst in zijn gedicht De derde Emmaüsganger hoe gereageerd wordt op Jezus’ opstanding met de uitroep: Een wonder! Een wonder!

En hij vervolgt dan:
alsof het daarom ging…
nu goed dan ik (dat is Jezus) begon het hen opnieuw uit te leggen
dat het niet om dit einde ging en dat het logisch was dat ik het loodje legde maar dat het nieuwe rijk er was voor wie ogen had om te zien en oren om te horen dat het niet ging om mij maar om de timmermannetjes en de hoertjes en de dichtertjes om de joodjes en de germaantjes om de hongaartjes en de rusjes om de negertjes en de algerijntjes om de mensjes die gekke wezentjes…..

Pasen is geen toverfeest.
Het is Gods bevestiging dat de weg van Jezus de goede is.
Het is Gods bevestiging van zijn eeuwige verbondenheid met het menselijk bestaan. Dat menselijk bestaan van vallen en opstaan.
En dat het vallen niet het laatste is.

ds. Tjalling Huisman